over edudivers

enabling safety for lesbigay teachers

In dit project is bekeken hoe de werkomstandigheden van homo- en lesbische docenten kunnen worden verbeterd. Uit onderzoek voorafgaand aan het project bleek al dat de rol van een goed diversiteitsbeleid daarin van groot belang is. Naast diepgaander onderzoek is in het project ingezet op het uitvoeren van proefprojecten op scholen. Het project liep van 2003 tot 2005 en was een samenwerking tussen COC Nederland, het APS, de AOb en EduDivers (toen nog Empowerment geheten).

doelen van het project

De doelstellingen van het project waren:

  1. Het verkrijgen van inzicht in de verschillen tussen homoseksuele, lesbische, biseksuele en heteroseksuele docenten voor wat betreft hun gezondheid, welzijn en sociale veiligheid binnen scholen. Dit is gedaan door de Rutgers Nisso Groep een grootschalig onderzoek te laten uitvoeren. Hieruit bleek dat er vooral verschillen waren tussen homo/lesbische en heterodocenten in het VMBO. Deze waren aanzien onveiliger dan andere sectoren en daarbij extra onveilig voor homo/lesbische docenten. Denominatie maakte niet uit voor de veiligheid van de scholen.
  2. Het ontwikkelen van bewustzijn bij betrokken partijen over de positie van lesbische, biseksuele en homoseksuele docenten zodat er inzicht ontstaat in de noodzaak beleid te ontwikkelen en toe te passen ter versterking van deze positie. Dit is gedaan door herhaaldelijke publiciteit gedurende het project. Het COC liet door Rob Tielman een zwartboek maken met voorbeelden van discriminatie.
  3. Het aanpassen van bestaande protocollen die een leidraad bieden voor het creëren van een veilige werkomgeving in het onderwijs, zodat zij betere mogelijkheden bieden om ook de situatie van lesbische, biseksuele en homoseksuele docenten te verbeteren. De bestaande protocollen zijn geïnventariseerd. Het bleek dat deze lang niet zo slecht waren, alleen noemden ze zelden of nooit homoseksualiteit en werden ze ook nooit op dit thema toegepast. Er was een verschil van mening tussen de homo- en heteropartners in het project over wat men hieraan moet doen. Het APS vond dat het geen zin had om protocollen aan te passen maar dat men moet inzetten op attitudeverandering. Hiervoor werd de Peer Gesprekmethode ontwikkeld en het bijbehorende werkboekje “Het doet hier alles”. Het COC, EduDivers en de AOb meenden dat attitudeverandering nuttig en nodig is, maar dat de protocollen zouden moeten aangescherpt om de bewustwording op gang te brengen.
  4. Het ontwikkelen van "models of good practice" bij de invoering van de genoemde protocollen. In deze modellen moeten de protocollen zijn ingebed in praktisch schoolbeleid en geactiveerd worden door een vergroot bewustzijn van de betrokken actoren in scholen. Naast de Peer Gespreksmethode werd ook een Receptenboek ontwikkeld voor docenten om concreet aan de slag te gaan.
  5. Het ontwikkelen van training en advies voor managementvaardigheden bij schoolleiders rond preventie en het hanteren van homo/lesbische discriminatie naar docenten. EduDivers ontwikkelde een aantal workshops voor docenten en schoolmanagers. Er werd begonnen met het ontwikkelen van een brede landelijke alliantie van grote onderwijsorganisaties, die samen een boekje “Een regenboog van kansen” publiceerden. In vervolgprojecten werden deze workshops verder uitgewerkt en kwamen onder meer de publicatie “Een roze draad in het schoolbeleid” en de landelijke hetero-homo onderwijsalliantie to stand.

doelgroepen

Scholen voor primair onderwijs, secundair onderwijs en ROC's. Vooral gericht op schoolleidingen, personeelsmanagement, ARBO-diensten.

werkwijze

  1. Fase 1; vooronderzoek: inventarisatie protocollen en goede ervaringen (door APS en EduDivers), onderzoek naar positie holebi docenten (door Rutgers Nisso Groep), bewustwordingscampagne (door COC), sluiten samenwerkingscontracten met scholen.
  2. Fase 2; pilots in scholen: ontwikkelen voorbeeldprotocol, pilots in scholen door APS.
  3. Fase 3; evaluatie pilots: aanpassing protocol, toetsing protocol / suggesties door mainstreaming partners, m.n. Inspectie en ARBO diensten , voorbereiden publiciteit, waaronder een boek met goede ervaringen, opzetten helpdesk, ontwikkeling van training docenten en schoolmanagers.
  4. Fase 4; voorbereiding disseminatie: met mainstreaming partners stappenplan maken, training docenten die willen meewerken aan disseminatie.
  5. Fase 5; disseminatie: docenten werken met steun van COC en EduDivers aan bekendmaking van resultaten en motivatie van collega's in andere scholen.
  6. Fase 6; mainstreaming: stappenplan mainstreaming helpen uitvoeren , goede ervaringen overdragen aan verantwoordelijke instellingen , aanbevelingen voor Europese Commissie formuleren en eindrapportage.

verwachtingen aan scholen

In overleg met de proefscholen ontwikkelt het APS een verbeterd protocol voor arbeidsomstandigheden. In grote lijnen volgt de implementatie de volgende planning per school:

  1. Kerngroep samenstellen (de mensen in de kerngroep vormen de voortrekkers van de verandering binnen scholen).
  2. Analyse van de situatie op school, bewustwording binnen kerngroep.
  3. Veranderdoelen opstellen.
  4. Regelgeving bijstellen of aanscherpen. Richtlijnen uitvoering aangeven.
  5. Training kerngroep.
  6. Acties ter bewustwording overige personeelsleden en scholieren; aandacht voor richtlijnen en uitvoering.
  7. Terugkoppeling ervaringen binnen normale werksituatie en in kerngroep.
  8. Enkele reminderacties om aandacht levend te houden.
  9. Bespreking van de eindevaluatie (goede ervaringen en valkuilen) door het APS, COC en AOb.

De pilotscholen hadden geregeld contact met elkaar over de effecten van de werkwijzen.
Na afloop van de experimenten, deden vertegenwoordigers van de scholen mee aan enkele (soms internationale) conferenties en bijeenkomsten om hun ervaringen met andere te delen. Ook werkten zij mee aan publicaties.

internationaal

Het project was een onderdeel van een Europees project uit het EQUAL budget. De andere partners waren:

  • Zweden: Een reeks van Zweedse partners (RFSL en vakbonden) werkten aan drie projecten onder de naam “Normgiving Diversity” in de krijgsmacht, de kerken en de kinderopvang.
  • Finland: de Universiteit van Helsinki deed onderzoek naar arbeidsomstandigheden.

Gemeenschappelijke resultaten van het Europese project waren:
Lobby van de Europese Unie om LGBT arbeidsomstandigheden te verbeteren
Publicatie van het boekje “Straight Talk” met tips voor hoe men homo/lesbische thema’s op de werkvloer kan introduceren.