onderwijsbeleid

steeds gewoner, nooit gewoon

"Steeds gewoner, nooit gewoon" is een collectie van deelonderzoeken over de stand van zaken rond homo-acceptatie in Nederland anno 2010. In dit factsheet geven we citaten en samenvattingen die relevant zijn voor het onderwijs.

Bron:
Keuzenkamp, Saskia (2010). Steeds gewoner, nooit gewoon. Acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau

Download hier het complete rapport.

vrienden zijn

In het Health Behaviour in Schoolaged Children onderzoek (HBSC) is gevraagd of scholieren een homoseksuele jongen of lesbisch meisje tot de vriendenkring zouden willen laten behoren. Een krappe meerderheid van de scholieren zegt wel bevriend te kunnen zijn met een homoseksuele leeftijdsgenoot. Iets meer dan een op de tien zegt van niet. Vooral leerlingen van het basisonderwijs (groep 8) hebben hier vaak nog nooit over nagedacht (ruim een kwart).
[pag. 46]

zoenende jongens en meisjes

Ook is gevraagd wat jongeren ervan vinden als twee jongens of twee meisjes met elkaar zoenen. Ruim vier op de tien scholieren in het basisonderwijs en vijf op de tien scholieren in het voortgezet onderwijs vinden net vies als twee jongens met elkaar zoenen. Als het twee meisjes betreft is het beeld bij de basisschoolscholieren vrijwel hetzelfde. Bij de leerlingen in het voortgezet onderwijs is de groep die elkaar zoenende meisjes vies vindt echter duidelijk kleiner (29%) dan als het om twee zoenende jongens gaat. [pag. 46]

vertellen of je homo bent

Drie op de tien leerlingen denken dat homoseksuele leerlingen niet open kunnen zijn over hun seksuele voorkeur en nog eens drie op de tien weten niet of dat zo zou kunnen zijn. (…) De groep die denkt dat homoseksuele jongeren tegen iedereen op school zouden kunnen zeggen homo of lesbo te zijn is erg klein (5%). Meisjes zijn daarover iets optimistischer dan jongens. [pag. 48]

meestal geen probleem met homodocent

In onderzoeken onder allochtone groepen is gevraagd of mensen het een probleem zouden vinden als hun kind op school les zou krijgen van een homoseksuele leraar of lerares. De ,meerderheid in alle groepen zegt dat dit geen probleem is. Turks Nederlanders zeggen nog het vaakste (27%) daar moeite mee te hebben. [pag. 49]

movisie over meningen van heterojongeren: wees jezelf maar niet anders

MOVISIE deed interviews onder heterojongeren om uit te vinden welke belemmeringen er zijn voor homo-emancipatie. Zij focussen op:

  1. genderstereotype beeldvorming
  2. bekend zijn met homo- en biseksualiteit
  3. sekseverschillen tussen jongeren

Wat betreft genderstereotype beeldvorming concludeert MOVISIE dat er nog steeds sterke genderstereotypen leven onder jongeren: normaal zijn is echt vrouwelijk of echt mannelijk zijn. Vooral jongens moeten mannelijk zijn en niet vrouwelijke trekjes vertonen. Ze moeten beschermers van vrouwen zijn. Jongens hebben een zeer stereotype beeld. Meisjes hebben minder afkeuring voor ‘vrouwelijk’ gedrag van homojongens, zij vinden het leuk om met hen te gaan shoppen en een luisterend oor te kunnen krijgen. [pag. 55-58]
Lesbisch zijn is vooral onbekend bij jongeren. Bij navraag leven wel stereotype beelden als dat lesbo’s mannelijk zijn. [pag. 58-59]
Biseksueel onder meisjes wordt vooral gezien als een hype en aantrekkelijk. Onder jongens is het nauwelijks bekend. [pag. 60]

Homoseksuelen zijn nauwelijks bekend onder jongeren. Zij hebben hun beelden vooral van de media (Gay Pride, entertainers). Allochtone jongeren hebben veel vragen: kunnen homo’s en lesbiennes op elkaar verliefd worden? Hoe wordt iemand homo? Is het besmettelijk? Door slechte ervaringen? Veel jongeren geven aan wel behoefte te hebben aan persoonlijke verhalen over homoseksualiteit. Alleen zeer negatieve jongeren willen tot elke prijs het contact vermijden. [pag. 61-63]
Het is opvallend dat ‘jezelf zijn’ of écht’ zijn door jongeren erg belangrijk wordt gevonden. Je moet je niet teveel aantrekken van wat anderen vinden maar je meer gedragen zoals jij zelf echt voelt. Jongens vinden andere jongens die zich verwijfd gedragen ‘nep’. [pag.63-64]
Een veelgenoemde reden om niet met een homo te kunnen omgaan, is dat anderen dan kunnen denken dat jij ook homo bent of dat zijn dan simpelweg niet meer met jou willen omgaan. [pag. 66]
Allochtone jongens zijn ervan overtuigd dat homojongens 'iets' zal proberen op seksueel gebied. Ze realiseren zich niet dat ze gewoon 'nee' kunnen zeggen als ze iets niet bevalt. [pag. 67]

Volgens MOVISIE zou er allereerst gewerkt moeten worden aan het wegwerken van stereotype opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Daarnaast vindt MOVISIE het van belang om persoonlijke verhalen van homo's (die aansluiten op de belevingswereld van heterojongeren) in te zetten om de acceptatie van homojongeren te vergroten. Deze verhalen zouden moeten benadrukken dat homojongeren het lef hebben om te laten zien we ze echt zijn. [pag. 74]

same feelings onderzoek naar jongeren met same sex attracted jongeren

Dit onderzoek is in 2009 door het SCP gedaan onder 1636 jongeren tussen 26 en 25 jaar, via een online vragenlijst (180 + 21 vragen, 25 minuten), die verspreid is via diverse social media, websites en via promotieteams tijdens homo-evenementen. In het onderzoek werden labels als 'homo', 'bi' en 'lesbisch' vermeden. [pag. 121-122] Tweederde van de groep bestaat uit meisjes. 16% van de jongens en 17% van de meisjes is niet Westers, maar omdat de onderlinge verschillen zeer groot waren, zijn de resultaten over deze groep niet apart gerapporteerd. [pag. 127]
Het blijkt dat jongens die meededen via algemene jongerenwebsites een ander (minder openlijk) profiel hadden dan andere respondenten. Een kwart van hen is naar de omgeving volledig gesloten, tegen 1-7% van de andere respondenten. [pag. 125]
Naast de online enquête zijn diepte-interviews gedaan met 30 jongeren. [pag. 130]

gevoelens

Deelnemende meisjes rapporteren meer biseksuele gevoelens dan jongens. Het SCP schat in dat biseksualiteit onder meisjes meer acceptabel is dan lesbisch zijn, omdat het beschouwd wordt als een soort sexy hype. [pag. 133]

Van de jongens voelt 76% zich uitsluitend en 23% zich voornamelijk aangetrokken to seksegenoten en 9% evenveel tot beide seksen of voornamelijk tot de andere sekse. Van de meisjes voelt 44% zich uitsluitend en 31% zich voornamelijk aangetrokken to seksegenoten en 24% evenveel tot beide seksen of voornamelijk tot de andere sekse.

De jongeren die zich overwegend tot dezelfde sekse aangetrokken voelen, hebben uiteenlopende voorkeuren voor labels. Meisjes noemen zich het meest 'gay'(57%), biseksueel (35%) of 'iemand die (ook) op meisjes valt' (19%). Lesbisch staat met 13% niet in de top tien van labels. Toch noemen veel meisjes zich niet 'gay' in de interviews. [pag. 137]
Jongens gebruiken massaal het woord 'homo'(76%) en in mindere mate 'gay' (30%), 'iemand die (ook) op jongens valt' (21%) of 'biseksueel'(19%). [pag. 139]
Sommige jongeren ervaren labels als zwaar en beperkend. Het aannemen van een label wordt gezien als een grote stap, die onomkeerbaar is. [pag. 140]

Bij meisjes komen de labels minder dan bij jongens overeen met hun seksuele aantrekking; en kwart van de meiden die zich homo, gay of lesbisch noemt is qua gevoelens biseksueel. Bij jongens is dit minder dan een vijfde ('homo') of een zevende ('gay'). Dit geldt ook wat seksuele ervaring betreft. [pag. 140]

Voor de homo/lesbische jongeren is hun seksuele oriëntatie van belang: 70% is het met deze stelling eens. Als ze nog geen coming-out hebben gehad, is dat nog maar 40%. Dit heeft niet te maken met seksuele ervaring. Biseksuele jongens vinden hun oriëntatie met 25% niet zo belangrijk, voor meisjes is het wisselend (54%). De mening van biseksuele jongens hangt misschien samen met het feit dat ze vaker in de kast zitten. [pag. 142]

coming-out

Meisjes zijn gemiddeld 13,5 jaar wanneer ze ontdekken dat ze zich (ook) tot seksegenoten voelen aangetrokken, jongens gemiddeld 12,6 jaar. [pag. 143]
Het moment waarop ze er gemiddeld voor uit komen ligt echter grotendeels gelijk: 16,5 jaar voor meisjes en 16,3 jaar voor jongens. Er is echter veel variatie: de eerste relatie kan tussen 9 en 25 jaar ontstaan, de coming-out kan plaatsvinden tussen 6 en 25 jaar. Coming-out onder de 14 jaar is echter een uitzondering. [pag. 144]

Een op de vier jongeren is volledig gesloten naar medescholieren, medestudenten of collega's. Voor collega's geldt dit voor 39% van de meisjes en 34% van de jongens. [pag. 148]

behoefte aan contact

De meeste jongeren (56%) hebben behoefte aan contact met een groepje andere homojongeren, maar slechts de helft van hen heeft dit. Er is vooral behoefte aan contact via internet, en minder aan georganiseerde activiteiten. Toch bezoekt een derde af en toe een homofeest. [pag. 150]
Jongeren op het platteland hebben minder contact met leeftijds/gevoelsgenoten, ook via internet (35%) dan jongeren uit steden (42%). [pag. 151]

acceptatie door omgeving

Jongeren zeggen dat ouders die hetzelfde geslacht als zij hebben, meer moeite hebben m et het accepteren van hun homoseksualiteit. Ook religie belemmert de acceptatie, vooral door de vader. Evangelische vaders accepteren hebben dit het moeilijkst, katholieken het makkelijkst. [pag. 156]
Sociale klasse lijkt geen belangrijke rol te spelen bij de acceptatie door ouders. Meisjes die niet typisch meisjesachtig zijn, worden minder geaccepteerd door hun moeder, maar bij hun vader maakt het weinig uit. [pag. 157]

Een vijfde van de homojongeren zegt dat een vriendschap met een hetero van dezelfde sekse is beschadigd. Bij vriendschappen met iemand van de andere sekse speelt dit slechts in een negende van de gevallen. Vrienden van jongens accepteren meer als de homojongen mannelijker is. [pag. 159]

Tweederde van de homojongeren doet aan sport (meisjes 64%, jongens 57%). 3% zegt dat er sprake is van een volledig gebrek aan acceptatie in hun sport, een op de tien vindt de sfeer homo-onvriendelijk. Voor traditioneel homo-onvriendelijke sporten is dit de helft. [pag. 160]
Meisjes die jongensachtig zijn, worden daarvoor niet gewaardeerd. [pag. 161]

negatieve ervaringen

Meer dan de helft van de homojongeren ervaart hun wijk als deels of niet homovriendelijk. Een kwart vindt dat ze in een homovriendelijke buurt wonen. [pag. 162]

Meer dan 90% (91%) van de homojongeren die uit de kast zijn, hebben wel eens een negatieve ervaring rond homoseksualiteit meegemaakt. Biseksuelen hebben dat minder, maar dat komt mede omdat ze meer in de kast zitten. [pag. 163]
Een op de twintig jongeren maakt wekelijks negatieve ervaringen mee vanwege hun seksuele voorkeur. Dit treft jongens vaker dan meisjes, en lesbische meisjes vaker dan biseksuele meisjes. [pag. 164]
Negatieve ervaringen komen vaker voor onder tieners dan onder twintigers. Mogelijk komt dit doordat twintigers hun omgeving meer (kunnen) selecteren.

Frequentie van negatieve reacties (van degenen die ooit iets meemaakten) 
hoe vaak 16-18 (n=584)19-21 (n=519)22-25 (n=529) 
enkele keer597073 
paar keer per jaar201718 
minstens een peer per maand1177 
minstens iedere week1062 

Bij negatieve ervaringen gaat het vooral om pesten en schelden.

Soorten negatieve reacties (van degenen die ooit iets meemaakten) 
soort reactiemeisjes (n=682)jongens (n=364)totaal (n=1046) 
pesten, nare opmerkingen708075 
roddelen, negeren515754 
bedreigen, chanteren81310 
vechten687 
ongewenste seks475 

[pag. 165]

daders

De daders van homonegatief gedrag zijn vaak mensen uit de omgeving: buurt, school, vrienden, ouders.

Daders van homonegativiteit (van degenen die ooit iets meemaakten) 
wiemeisjes (n=682)jongens (n=364) 
buurtbewoner/onbekende6264 
mensen op school4556 
heterovrienden3634 
ouders2925 
familie, buiten gezin2016 
broers, zussen1618 
collega's2022 
medesporters911 

[pag. 176]

scholen

Een op de zes medescholieren hebben moeite om homo-zijn van de respondenten te accepteren. 29% is - volgens de respondenten - niet op de hoogte van de seksuele voorkeur van respondenten. [pag. 168]
De huidige tieners rapporteren anderhalf keer zo vaak dat er een homo-onvriendelijk klimaat is op school dan oudere jongeren. Dit kan erop wijzen dat het klimaat aan het verslechteren is. [pag. 169]
In het VMBO is het aantal negatieve reacties het grootst (67% maakt dit mee). Het meeste last hebben jongens die zich niet sekseconform gedragen. [pag. 171]

welbevinden en zelfacceptatie

Een op de vijf jongens en een op de acht meisjes zou liever hetero zijn. [pag. 175]
Meisjes die meer negatieve ervaringen hebben, willen vaker hetero zijn. [pag. 178]
Voor jongens is acceptatie in een religieuze omgeving nog moeilijker dan voor meisjes. [pag. 179]
Biseksuele jongeren hebben het meest negatieve zelfbeeld. [pag. 184]
Een op de zeven meisjes en een op de acht jongens heeft vaak of heel vaak last van depressieve klachten. [pag. 184] Dit is hetzelfde als bij volwassenen.
Sekseafwijkend gedrag en discriminatie vanwege daarvan, draagt bij tot depressiviteit, vooral bij meisjes. [pag. 186]
De coming-out periode kan een chaotische tijd zijn [pag. 188], maar is niet doorslaggevend voor depressiviteit.

suïcide

De helft van de jongeren heeft wel een suïcidegedachten gehad. Onder heterojongeren is het aantal meisjes met zulke gedachten veel groter dan onder jongens, maar bij homo/lesbische jongeren is dit niet het geval. [pag. 190]
16% van de lesbische/biseksuele meisjes heeft wel eens een zelfmoordpoging gedaan, tegen 9% van de jongens, in totaal 12% van de hlb jongeren. Homonegativiteit is en duidelijke factor is suïcidaliteit. [pag. 191]. Naast homonegativiteit speelt ook een gebrek aan zelfacceptatie een rol. [pag. 192]
De hulpbehoefte is vooral aan steun bij coming-out en contact met andere homojongeren. 45% van de jongeren zoekt ook echt steun, meestal (24%) bij vrienden of via internet (16%). [pag. 194]

wensen jongeren

De hlb jongeren geven aan dat ze vooral graag meer positieve beelden in de media zouden willen zien en meer voorlichting op school, die benadrukt dat homo's 'normaal' zijn en niet bijzonder of vreemd. 10% wil uitbreiding van activiteiten voor hlb jongeren. [pag. 203]

60% van de respondenten geeft aan dat er voorlichting was op school. Van de VMBO leerlingen heeft 55% geen voorlichting gekregen. Voorlichting vindt vaak plaats via biologie en verzorging, wat bij het SCP de indruk wekt dat daarmee de seksuele/lichamelijke kant benadrukt zou worden. Het SCP pleit voor nadruk op de maatschappelijke kant. [pag. 204]

Veel jongeren benadrukken dat homo's 'normaal' moeten worden gevonden en dat het wenselijk is dat er een 'wij' gevoel is tussen homo's en hetero's. [pag. 205]