onderwijsbeleid

vrolijke scholen?->!

Download het complete rapport

Het onderzoek van Marijke Metselaar, dat werd gedaan als stage vanuit de Universiteit van Amsterdam bij VIOS Amsterdam, bestond uit twee deelstudies.

deelstudie I: gebrek aan harmonisatie en samenwerking

De eerste deelstudie had als doel te onderzoeken wat er volgens een grote verscheidenheid aan actoren in het onderwijsveld gedaan moet worden tegen het pesten van jongeren die van de heteroseksuele norm afwijken, om zo psychosociale problemen te voorkomen. De actoren zijn eensgezind: ze geven allen aan dat er veel ruimte ligt om een positiever schoolklimaat ten opzichte van homoseksualiteit te creëren, bijvoorbeeld door meer aandacht te geven aan seksuele diversiteit en omgangsvormen. De uitvoering van projecten verloopt evenwel erg rommelig: verschillende instanties hebben allerlei projecten en lespakketten gelanceerd, die bovendien niet sterk van elkaar verschillen. Door een ernstig gebrek aan harmonisatie en samenwerking zijn de projecten minder effectief dan ze zouden kunnen zijn. Ook wordt er weinig onderzoek gedaan naar de effecten van de verschillende projecten, waardoor niet duidelijk is welke weg het beste ingeslagen kan worden (Metselaar 2008).

deelstudie II: beschermende factoren

De tweede deelstudie is meer kwantitatief van aard en heeft als doel te onderzoeken welke beschermende factoren in de schoolcultuur een buffer zijn tegen het ontstaan van psychosociale problemen bij jongeren die zich aangetrokken voelen tot mensen van hetzelfde geslacht.

jongeren met SSA

Van de 517 jongeren zijn 57 (11%) geclassificeerd als jongeren met SSA, waarbij SSA staat voor same-sex attraction. Zij gaven op de vraag Voel je je seksueel aangetrokken tot iemand van hetzelfde geslacht? het antwoord heel vaak, vaak, regelmatig of soms. De deelstudie laat een verschil zien tussen de jongeren met SSA en de jongeren zonder deze gevoelens als het gaat om psychosociaal welbevinden. De eerste groep heeft minder zelfvertrouwen en levenstevredenheid en meer angst, slaapproblemen, woede, wantrouwen en somatische klachten.
Deze resultaten komen overeen met ander onderzoek naar psychische verschillen tussen jongeren met SSA en jongeren zonder deze gevoelens. Jongeren met SSA rapporteerden meer internaliserend en externaliserend gedrag. Williams et al. (2005) geeft als mogelijke verklaring hiervan de heteroseksuele norm die heerst in de samenleving. Jongeren met SSA kunnen bang zijn dat zij door hun seksualiteit buiten de groep vallen en zetten een masker op of gedragen zich anders om niet op te hoeven vallen. Deze resultaten zijn niet nieuw en werden zelfs verwacht.

beschermende factoren

Deze deelstudie voegt echter wel iets wezenlijks toe aan eerder onderzoek wat gedaan is naar homoseksuele jongeren of jongeren met SSA. Deze deelstudie onderzoekt namelijk de mogelijke positieve invloed van protectieve factoren. Dat dit belangrijk is omschrijft Savin-Williams: The risk factors have been well documented; the protective factors, which can be innate or environmental (including good schools and families), have not (Savin-Williams, 2005, p. 183).
Uit de resultaten komt naar voren dat de volgende factoren een gunstig effect hebben op het psychosociale welbevinden van jongeren met SSA:

  1. aandacht voor cultureel pluralisme
  2. het consequent naleven
  3. het duidelijk maken van regels en opvattingen
  4. een homovriendelijk klimaat op school

aanbeveling 1: schelden consequent stoppen

Het consequent naleven en het duidelijk maken van regels en opvattingen is een duidelijke protectieve factor die ervoor kan zorgen dat psychosociale problemen bij jongeren met SSA verminderd of voorkomen worden. Op dit moment zijn op iedere school wel afspraken gemaakt over bijvoorbeeld scheldgedrag (Je mag andere kinderen niet uitschelden). Toch is het woord homo een veelgebuikt scheldwoord wat niet wordt bestraft. Als een school de gestelde regels en opvattingen niet consequent naleeft en duidelijk maakt, geven ze eigenlijk de boodschap dat het niet erg is dat er gescholden wordt en staat de school een onveilig klimaat tegenover homoseksualiteit toe. Iedere keer dat het scheldwoord homo genegeerd wordt door de school zullen de jongeren die uitgescholden worden het idee krijgen dat zij er niet toe doen. Het is daarom belangrijk dat hier controle op komt en leerlingen die elkaar uitschelden gestraft worden of in ieder geval geconfronteerd worden met hun actie. Dit is lastig, want veel scheldgedrag is niet zichtbaar voor bijvoorbeeld docenten, maar het schelden dat wel zichtbaar is moet daarom juist aangepakt worden om een duidelijke boodschap uit te dragen.

aanbeveling 2: positief schoolklimaat bevorderen, maar rekening houden met gevoelens van leerlingen met SSA

In deze deelstudie werd verwacht dat een positief homoklimaat op school een grotere protectieve factor zou zijn. Een positief homoklimaat betekent dat een school ruim aandacht besteedt aan het thema homoseksualiteit binnen het curriculum en in het schoolgebouw (bijvoorbeeld voorlichtingslessen en ophangen van posters). Een verklaring van het vinden van een weinig modererend effect van een positief homoklimaat kan te maken hebben met dat jongeren met SSA het helemaal niet fijn vinden dat hun school zoveel aandacht besteedt aan homoseksualiteit. Extra aandacht betekent namelijk dat deze jongeren telkens in de spotlight komen te staan, zodra het over homoseksualiteit gaat. Dit zou jongeren met SSA ervan kunnen weerhouden om uit de kast te komen.

beperkingen van de studie

Deze deelstudie heeft een aantal beperkingen. Allereerst is de respons van de scholen laag, slechts zeven van de 68 uitgenodigde VIOS scholen hebben meegedaan, het is dus moeilijk om een generalisatie te maken naar alle scholen in Amsterdam, of zelfs landelijk. Wel zijn alle schoolniveaus vertegenwoordigd in de steekproef. De lage respons had ook niet met het onderwerp van het onderzoek te maken, maar met de onderzoeksmoeheid van de scholen. Ten tweede was de vragenlijst vrij lang, wat zowel voor- als nadelen had. Ten derde is het onderzoek niet longitudinaal. Dit betekent dat niet duidelijk is of de SSA jongeren zich daadwerkelijk ontwikkelen tot jongeren die zichzelf homoseksueel, lesbisch of biseksueel noemen. Maar wat deze studie wel duidelijk maakt is dat zodra jongeren worstelen met hun seksuele identiteit, zij een grotere kans hebben op psychosociale problemen dan jongeren die geen vragen hebben over hun seksualiteit. Dit geldt dan ook voor jongeren die zichzelf in deze studie als SSA hebben gelabeld, maar in de toekomst als heteroseksueel door het leven gaan.

Metselaar, Marijke, (2008), Vrolijke scholen?->! Een onderzoek naar de invloed van de school als protectieve factor op het verminderen of voorkomen van psychosociale problemen bij jongeren met een Same Sex Attraction. Masterscriptie Opvoedingsondersteuning Afdeling Pedagogische en Onderwijskundige Wetenschappen Universiteit van Amsterdam, Amsterdam, juli 2008
Download het complete rapport