onderwijsbeleid

homojongens en internet

Internet belangrijke bron voor de jongste homojongens

12 september 2004 - Uit een klein onderzoek naar internetgebruik door homojongeren blijkt dat jongens tussen 14 en 16 jaar het meeste aandacht besteden aan "homospecifiek" internetten.
In april 2004 voltooide Nico Kerski aan de Hogeschool van Groningen een afstudeeropdracht naar de betekenis die homoseksuele jongens hechten aan internet.

Kerski had eerder in zijn opleiding een stage gedaan bij Gleich&Gleich, een Duits opvangcentrum voor homoseksuele en lesbische tieners die niet makkelijk meer thuis terecht kunnen. Daar merkte hij op dat de doorgaans al wat oudere begeleiders zijn vragen over de betekenis van internet voor deze jongeren vermeden. Het leek erop dat hen die betekenis ontging, omdat zij zelf niet zo met internet bezig zijn. In zijn scriptie maakt Kerski een gedegen analyse van de ontwikkeling van internet en de betekenis daarvan in de ontwikkeling van identiteit en community gevoel. Daarnaast beschrijft hij de homoseksuele identiteitsontwikkeling. Uiteindelijk brengt hij deze met elkaar in verband en formuleert hij een aantal verwachtingen.

In het tweede deel van de scriptie doet hij verslag van de resultaten van en online enquête die hij onder homojongeren deed en van enkele interviews met deskundigen.De enquête werd beschikbaar gesteld via een banner op een serie homojongerensites en omvatte 31 vragen. Uiteindelijk hebben 380 respondenten gereageerd. Van hen waren 15% 14-16 jaar, 29% 17-19 jaar, 29% 20-22 en 27% 23-25 jaar. Zij zijn regionaal evenwichtig verspreid, maar zoals zo vaak in dit soort onderzoek zijn de hoger opgeleiden oververtegenwoordigd.

e-mailen en instant messenger

Het merendeel (80%) heeft internet via de eigen computer, daarnaast heeft 18% toegang via de computer van familieleden. De respondenten maken veel gebruik van internet: 30% tussen de 3-8 uur per week, 30% 9-15 uur per week en bijna 40% meer dan 15 uur per week. Er wordt vooral geë-maild en gesurft. o n-line communities, newsgroups, zoekmachines en webportalen worden veel minder gebruikt. Chatten gebeurt wel veel via Instant Messenger, maar - in tegenstelling tot wat veel mensen denken - veel minder via chatrooms.

Chatten met een webcam gebeurt ook nog niet zoveel. Ongeveer 30% van de jongeren geeft aan 20 tot 40% van de tijd homospecifiek te internetten, 30% geeft 40-60% aan en nog eens 20% meer dan 60%. Homojongeren besteden dus vrij veel tijd aan "homospecifiek" internetten.

weinig anonieme contacten

Homojongens internetten relatief weinig echt anoniem. Driekwart van hen heeft een profiel op internet staan, meer dan de helft met een eigen en herkenbare foto. Slechts 13,4% heeft drie of meer "nicknames", 70% een of twee. Driekwart van de ondervraagde jongens verandert nooit persoonskenmerken, zoals leeftijd, in hun profiel. Persoonlijke gegevens worden vrij snel uitgewisseld, meestal al binnen een dag. De helft van de jongens geeft ook binnen een dag al zijn foto vrij. Men is voorzichtiger met bereikbaarheidsgegevens, zoals telefoonnummers. 27% belt of date zelfs nooit met internetcontacten, de helft doet zulke dingen pas na een maand of zo.

zoeken van contact belangrijkst

Het zoeken van contact is een van de belangrijkste redenen voor het gebruik van internet. Ongeveer 80% van de jongeren geeft aan andere homojongens te willen ontmoeten via het net voor een gezellig praatje, 43% zoekt een vriend en 23,4% zoekt seks. Een kwart wil het via internet hebben over coming-out. Ongeveer 83% heeft al minstens een keer een vriendschap via internet opgebouwd, 50% heeft ook al minstens een keer een liefdesrelatie opgedaan via het net. Dit weerspreekt de verwachting dat internet alleen maar gericht is op vluchtige, oppervlakkige of seksuele actieve groep homojongens is die via internet geregeld vriendschappen opbouwt. Die groep maakt ongeveer 38% van deze respondenten uit.

Dat de internetdaters een substantiële, maar ook aparte groep vormen, blijkt ook uit het feit dat 21% aangaf 80% van hun homovrienden via internet te ontmoeten, tegen een andere groep van 40% die stelde minder dan 20% van hun vrienden via internet te ontmoeten.

internet vooral voor jongsten belangrijk

De jongste jongens (14-16 jaar) doen het meest aan "homospecifiek" internetten. Het lijkt erop dat zij in het net een mogelijkheid hebben gevonden om informatie te vinden en contacten te maken die zij in het dagelijkse leven niet makkelijk kunnen vinden. Maar de jongsten blijven ook langer "hangen" in de internetcontacten. Oudere jongens switchen sneller van internetcontact naar telefoneren of ontmoetingen. Van de jongsten ontmoet 69% ongeveer 60% van hun homokennissen via internet, van de oudsten nog maar 17%.

Het lijkt er ook op dat vooral jongeren van het platteland veel voordeel hebben aan internet. Hun aandeel in het gebruik is relatief hoog. Ook hebben zij vaker een profiel op internet staan, maar het is wel zo dat zij vaker een minder herkenbaar profiel hebben. Plattelandsjongeren hebben vaker dan jongeren in grote steden hun eerste coming-out naar internet-vrienden (20 tegen 12,5%).

sociaal netwerk

Vaak veronderstelt men dat internetters sociaal "arme" types zijn. Dat beeld wordt gelogenstraft door dit onderzoek. Veel jongens doen via internet juist een rijk netwerk op, dat vaak een start of aanvulling vormt "off-line" sociale netwerken.Wel kan het zijn dat internet een ontsnappingsroute vormt voor jongens in een negatieve omgeving. Hoe negatiever de ouders en vrienden op hun reageerden, hoe meer zij "homospecifiek" gebruik maken van internet. Ook is het "homospecifieke" internetgebruik hoger als jongens hun coming-out nog niet hebben gehad. De meeste jongeren zijn het er mee eens dat het internet hun coming-out heeft bevorderd en dat zij die daardoor vroeger beleven. (PD)