onderwijsbeleid

zwakke schakels in homo-emancipatie

Dankmeijer, P. (2005), Zwakke schakels in homo-emancipatie. Verkenning naar de ketenkwaliteit van het beleid rond homoseksualiteit in het onderwijs, Kenniscentrum Lesbisch en Homo-emancipatiebeleid, Amsterdam, augustus 2005

Van november 2002 tot mei 2005 werd een groot project uitgevoerd door het COC, het APS en de AOb om de positie van homoseksueel en lesbisch onderwijspersoneel te verbeteren: Enabling Safety for LesBiGay Teachers (als onderdeel van een Europese samenwerking in projecten). Onderdeel van dit project was om in kaart te brengen welke vragen er bij 35 burgerlijke gemeenten leven rond homobeleid en hoe adviesrelaties met deze gemeenten een betere vorm zouden kunnen krijgen. De rijksoverheid geeft de gemeenten via de WMO meer dan eerst verantwoordelijkheden op onder meer het bewaken van sociale cohesie en sociale veiligheid. Ook beleid voor homo-emancipatie in het onderwijs (sinds 2001 expliciet vanwege de rijksoverheid) maakt daarvan deel uit.

Overkoepelende zorg van het project was om te werken aan zogenaamde ketenkwaliteit. Deze is de idee dat arbeidsomstandigheden van holebi docenten alleen bevorderd kunnen worden als diverse partners in samenhang met elkaar werken aan beleid en de implementatie daarvan.

Het onderzoek werd uitbesteed aan het Kenniscentrum Lesbisch en Homo-emancipatiebeleid.

onderzoeksvragen

De gesprekken met de gemeenten vonden plaats aan de hand van de volgende vragen:

  1. Op welke manier zit of past homo-emancipatie in het onderwijsbeleid dat u voert?
  2. Welke mogelijkheden ziet u om scholen te motiveren en te ondersteunen bij homospecifiek beleid?
  3. Hoe denkt u na de afronding van het project vervolg te geven aan de pilots?

algemene conclusies

1. De gemeenten gaan er over het algemeen van uit dat beleid en subsidiëring rond homo-emancipatie ondergebracht moet worden in het beleid rond veiligheid.

2. Gemeenten die meer ervaring hebben met de invoering van homobeleid op scholen blijken in de uitvoering last te hebben van ambiguïteit. Die ambiguïteit komt onder andere tot uiting door een gebrek aan visie, aan een meerjarige programmering, aan interne en externe afstemming, en aan een actief, inspirerend optreden als regisseur.

3. Wethouders hebben nog geen contact met schooldirecteuren om homo-emancipatie te bevorderen. Als zij dat zullen gaan doen, valt te verwachten dat zij geconfronteerd zullen worden met veel vooroordelen en vrees voor reactie van anderen. Die blijken uit ervaringen van adviseurs die scholen hebben benaderd.

4. In een aantal gemeenten is begeleidend werk naar de scholen toe uitbesteed aan homo-organisaties. Dat is positief omdat deze kennis en betrokkenheid hebben. Nadeel is dat de gemeente op deze manier niet duidelijk genoeg signaal afgeeft dat homo-emancipatie breed maatschappelijk belangrijk is. Daardoor loopt deze strategie het risico om op middellange termijn dood te lopen.

5. Gemeenten vinden dat het ministerie van OCW niet alleen de randvoorwaarden moeten creëren, maar zich ook leidinggevend moeten opstellen als regisseur van het landelijke proces en de ketenkwaliteit van het beleid. Noch scholen, noch gemeenten blijken hun verantwoordelijkheid rond homo-emancipatie automatisch te nemen. De rijksoverheid kan deze leiding vorm geven door middel van afspraken over termijndoelen, operationalisering van die doelen, stimuleren van uitwisseling van ervaringen, en in het leven roepen van een ondersteunend fonds.

Het rapport geeft naast alle verslagen van de gevoerde gesprekken, ook adviezen voor de gemeenten. Deze bestaan uit wat de rol van de gemeenten zou kunnen zijn bij en welke instrumenten zij kunnen gebruiken voor een effectief beleid voor homo-emancipatie. Deze instrumenten hebben betrekking op monitoring (hoe je knelpunten met harde cijfers onderbouwd), bestuurlijk overleg met scholen, en afstemming en samenwerking op praktisch niveau. Bij het laatste wordt gedacht aan regie over concrete afspraken op de werkvloer van de scholen. Ten slotte kan de gemeente scholen ondersteunen door middel van een opstartproject. Hierdoor kunnen scholen bewust worden van de knelpunten en ondersteuning krijgen om een plan van aanpak te formuleren. Op elk van deze punten gaat het rapport in zijn aanbevelingen breder in. Download het volledige rapport hier