onderwijsbeleid

nederlands beleid

Op deze pagina een overzicht van de meest recente (landelijke) beleidsontwikkelingen. Voor een volledig overzicht, raadpleeg het historisch overzicht.

actuele ontwikkelingen

In het voorjaar van 2009 publiceerde de Onderwijsinspectie het rapport Weerbaar en Divers en publiceerde EduDivers het rapport Mooie woorden. Het blijkt dat de knelpunten in scholen meer gezocht moeten worden bij het praktijkonderwijs en het VMBO dan in bijzondere scholen (op religieuze grondslag). Daarnaast adviseerde de landelijke Hetero-Homo Onderwijsalliantie dat minister Plasterk zou kunnen proberen het beleid wat meer bij te sturen in de richting van concrete effecten richting leerlingen en schoolbesturen. COC Nederland kwam met een lobbybrief waarin zij haar gsa- en voorlichtingsprojecten aanprees.

Intussen lekte een advies van de Raad van State uit, waarin staat dat de 'enkele feit constructie' uit de AWGB (algemene wet gelijke behandeling) geschrapt moet worden. De voorgestelde alternatieven lokten echter veel kritiek uit. Het debat in de commissie welzijn over homo-emancipatie, dat in juni of juli zou plaatsvinden, werd uitgesteld tot na de vakantie 2010, zodat de regering haar standpunt kan overwegen. Door het late aantreden van de nieuwe regering, is dit nog niet aan de orde geweest in de kamer.

Er is een vijftal landelijke allianties: en sportalliantie, een ouderenalliantie, een arbeidalliantie, een jongerenalliantie en een onderwijsalliantie. De jongerenalliantie staat onder leiding van de Nationale Jeugdraad, die in de komende jaren een jongerencampagne gaat uitvoeren. De onderwijsalliantie staat onder leiding van de AOb (Algemene Onderwijsbond). Aan deze alliantie nemen ook CNVO (bond), CBOO (netwerkorganisatie openbaar onderwijs, COC Nederland en EduDivers deel.
De koplopergemeenten worden ondersteund door MOVISIE. In juni 2009 vond een landelijke bijeenkomst plaats over het onderwijsbeleid van koplopergemeenten. (Laatst bijgewerkt: 5 juli 2009)

Actuele documentatie:

Verder op deze pagina:
Wie zorgt voor welk beleid?
Rijksoverheid
Landelijke koepels
Educatieve uitgevers
Inspectie van het onderwijs
Rechtszaken

wie zorgt voor welk beleid?

  • De belangrijkste landelijke beleidsmaker is de regering zelf. Zij regisseert het proces van emancipatie. De onderwijsparagraaf van de homo-emancipatienota vormt het leitmotif. Toch is haar uiteindelijk invloed op scholen beperkt; zij kan niets voorschrijven.
  • Daarnaast kunnen de landelijke koepels van schoolbesturen en schoolmanagement een belangrijke informele rol spelen door de bij hen aangesloten leden aan te spreken en te motiveren.
  • De vakbonden nemen vaak het initiatief om de overheid aan te spreken op knelpunten. Daarnaast gaan onderwijsbonden steeds vaker ook in de praktijk meewerken aan projecten die schoolbeleid kunnen verbeteren.
  • Commerciële educatieve uitgevers bepalen de inhoud van schoolboeken. Zij huren daarvoor doorgaans docent/auteurs in. De auteurs kunnen modelcurricula die ontwikkeld worden door het nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling SLO als richtsnoer gebruiken.
  • De onderwijsinspectie heeft een volgende en controlerende taak. Weliswaar heeft zij vanaf 2003 op zich genomen om de sociale veiligheid op school mee te nemen als criterium voor schoolkwaliteit, maar vanaf 2007 heeft zij ook opdracht om zich goed presterende scholen minimaal toezicht te houden.
  • Soms kunnen rechtszaken door individuele personen een beleidsmatige invloed hebben. De Commissie Gelijke Behandeling fungeert vaak als voorportaal voor meningsverschillen naar een civiele rechtbank gaan. De mogelijkheden van de Commissie Gelijke Behandeling zijn echter beperkt als discriminatie door de school niet ondubbelzinnig bewezen kan worden. Bij homospecifieke intimidatie gaat het echter vaak om (juridisch moeilijk bewijsbare) vormen van geniepig pesten en uitsluiting.

rijksoverheid

De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de regie van het beleid rond homo-emancipatie. Homo-emancipatie ziet men vooral als welzijnsbeleid. In de ogen van de overheid zijn er daarvoor drie belangrijke partners: COC Nederland (als belangenbehartiger van de homo/lesbische beweging), MOVISIE (als landelijk kenniscentrum op het gebied van welzijn) en de gemeenten (die via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) de plicht hebben om het lokale welzijnsbeleid te organiseren.

Onderwijs is hierin een beetje vreemde eend in de bijt. Onveiligheid in scholen is weliswaar een welzijnsthema, maar niet goed aan te sturen via de Wmo. De aansturing van scholen loopt niet via gemeenten, maar via hun eigen besturen. De gemeenten kunnen scholen slechts stimuleren en ondersteunen en de rijksoverheid kan op haar beurt gemeenten ondersteunen.

Daarnaast van het Ministerie van Onderwijs via regelgeving, de besturenorganisaties en via proefprojecten randvoorwaarden aangeven en stimuleren dat er aandacht komt voor het thema homo-emancipatie. Op dit moment wordt daar alleen via project (financiering) vorm aan gegeven.

landelijke koepels

De landelijke besturenkoepels hebben bij de aanbieding van het onderzoeksrapport Beter voor de klas, beter voor de school (2003) aangegeven dat zij zich willen inspannen voor homo-emancipatie. Dat heeft daarna echter niet veel handen en voeten gekregen. In latere jaren ontstaat echter langzaam steeds meer draagvlak. De koepels weten echter niet goed hoe zij praktisch vorm kunnen geven aan homo-emancipatie.

educatieve uitgevers

De educatieve uitgevers zijn soms bevreesd dat informatie over homoseksualiteit in schoolboeken zal leiden tot minder afzet. Toch neemt deze vrees langzaam af. Uit een scan van alle beschikbare lesmaterialen door het NICL (2001) bleek dat in circa 50% van de schoolboeken homoseksualiteit nu voorkomt.

onderwijsinspectie

De onderwijsinspectie heeft in de afgelopen jaren meerdere keren onderzoek gedaan naar homodiscriminatie in het onderwijs. Zij meent dat de gemelde gevallen vaak een topje van de ijsberg zijn. In 2003 publiceerde de inspectie 'Iedereen is anders' met vragen aan schoolmanagers en eisen aan het beleid van de school. De implementatie van de controle per school rond homodiscriminatie kwam echter niet goed uit de verf. In de laatste jaren wordt de inspectie gedwongen zich minder intensief te bemoeien met scholen. Dit gaat ook ten koste van de aandacht voor homospecifieke intimidatie. Wel werkt men aan verbeterde vragenlijsten om de aandacht voor homobeleid per school beter te kunnen monitoren.

rechtszaken

Er komen vrijwel geen zaken over homodiscriminatie in scholen voor reguliere rechters. De meest spraakmakende zaken worden behandeld door de Commissie Gelijke Behandeling.
In april 2007 zaak klaagde het Meldpunt Discriminatie Amsterdam een evangelische school aan omdat zij in haar schoolgids had vermeld dat homoseksuele docenten niet zouden worden aangenomen. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde dat dit niet mag, omdat een school specifieke criteria moet aangeven waaraan een docent moet voldoen en die per geval moet toetsen. Het enkele feit van homoseksualiteit is een verboden criterium.
In januari 2006 klaagde een docent natuurkunde zijn school aan omdat de school alle aandacht over homoseksualiteit naar hem verwees. Bij incidenten greep de school wel in. Maar de school weigerde om structureel iets te doen aan de homovijandige sfeer op school. De Commissie Gelijke Behandeling wees de klacht af, omdat de school juridisch gezien voldoet aan de eisen als ze incidenten aanpakt. Er is geen specifieke juridische plicht tot preventief homobeleid. De Commissie Gelijke Behandeling wijst de regering erop dat zon plicht misschien nodig is. Kamer hierover heeft de regering tot nu toe ontwijkend beantwoord. (Laatst bijgewerkt: 26 augustus 2007)

Lees meer:
Oordeel CGB: school moet per geval beoordelen of homodocent niet geschikt is
Oordeel CGB: homospecifiek beleid niet verplicht