onderwijsbeleid

landelijk beleid

Sinds 2001 kent Nederland een actief landelijk beleid rond seksuele diversiteit in het onderwijs. Het APS werd aangewezen als verantwoordelijke om een portal te bieden tot de informatie hierover en deed dit met de website www.gayandschool.nl. Tussen 2001 en 2005 werd voor circa € 2 miljoen een aantal grote pilotprojecten in scholen aanbesteed, die werden uitgevoerd onder leiding van COC Nederland en EduDivers (toen nog Empowerment geheten). In 2006 verbrak COC Nederland de samenwerking met EduDivers omdat zij zich meer (uitsluitend) wilde richten op empowerment van LHBT jongeren en voorlichting door vrijwilligers en alleen via de politiek op integratie van seksuele diversiteit in scholen.

In 2008 besloot de nieuwe (progressieve) regering tot een intensivering van het homo-emancipatiebeleid, waarin onder meer een landelijke Onderwijsalliantie voor Seksuele Diversiteit werd ingesteld om de onderwijssector als geheel te mobiliseren. De projectgroep die deze alliantie stimuleert bestaat uit AOb, CNV Onderwijs (de grote vakbonden), CBOO (netwerk openbaar onderwijs), EduDivers en COC Nederland. Tussen 2008 en 2011 richtte de alliantie zich vooral op het mobiliseren van landelijke onderwijsorganisaties, zoals de sectorraden (managers van basis- en voortgezet onderwijs). Daarnaast formuleerde de alliantie criteria voor LHBT vriendelijke scholen. Omdat dit onvoldoende doorwerkte naar scholen, organiseerde de alliantie van 2012 tot 2014 de MijnID campagne. In het kader daarvan werken vanaf midden 2013 tot eind 2014 maandelijks alle scholen in een regio gebeld en de bereidwillige scholen bezocht en aangezet om via MijnID ambassadeurs het schoolbeleid aan te scherpen.

In 2011 trok COC Nederland zich terug uit de alliantie en concentreerde zich volledig op belangenbehartiging en het stimuleren van Gay/Straight Alliances en voorlichting door vrijwilligers op middelbare scholen. Het COC voerde sinds 2010 een intensieve lobby om voorlichting over homoseksualiteit verplicht te maken op scholen. Dit lukte eind 2012: een van de kerndoelen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs werd gewijzigd. De vervolgstrategie van het COC is om de controle op de uitvoering daarvan te verscherpen en (daarna) om ook de kerndoelen voor het MBO te wijzigen. Verder slaagde het COC erin om na een jarenlange strijd in 2014 de Algemene Wet Gelijke Behandeling te laten bijstellen, door de "enkele feit constructie" te schappen. Deze bepaling maakte het bijzondere (religieuze) mogelijk om homodocenten te ontslaan als ze zich niet volgens de religieuze grondslag van de school gedroegen door hun homozijn te verzwijgen.

De meeste recente politieke kwestie is het plan van aanpak tegen pesten. Het ministerie van onderwijs noemt daarin dat men sensitief moet zijn op diversiteit "zoals dyslexie en homoseksualiteit", maar doet niets om dat te verzekeren. In het kader van het plan van aanpak is er een anti-pest wet voorgesteld, die inhoudt dat elke school een anti-pest coördinator moet hebben en dat er alleen "effectieve" pakketten gebruikt worden. In 2014 deed het NJI een scan van 50 beschikbare methoden en concludeerde dat er geen enkele aantoonbaar effectief was en dat er slechts enkele "veelbelovend" waren. EduDivers constateerde daarnaast dat de eisen van de conceptwet en van het NJI er in de praktijk toe zullen leiden dat geen enkel bestaand pakket adequate aandacht wil besteden aan seksuele diversiteit en dat specifieke LHBT pakketten nooit aan de hoge eisen van het NJI zullen kunnen voldoen. Dat komt - in plaats van sensitiviteit - neer op een de facto uitsluiting van seksuele diversiteit van het nieuwe anti-pestbeleid.

gemeenten

In een aantal regio's maken gemeenten lokaal LHBT beleid. Minister Plasterk wees 15 "koplopergemeenten" aan die tussen 2008 en 2011 25.000 euro per jaar kregen om lokaal homobeleid te maken. Dit project werd tussen 2012 en 2014 uitgebreid naar 45 gemeenten (die elk 15.000 euro kregen). MOVISIE, het landelijk instituut voor welzijn, kreeg de opdracht om de gemeenten daarbij te ondersteunen, lees hier meer over het homo-emancipatiebeleid van Movisie. Om adequate aandacht voor onderwijs te ondersteunen heeft EduDivers een benchmark voor lokaal (gemeentelijk) beleid ontwikkeld. In de praktijk blijkt echter dat de meeste gemeenten zich nauwelijks richten op structurele verbetering van hun beleid. Vaak geven ze het budget zonder veel eisen aan de lokale belangenorganisatie(s), die het vervolgens gebruiken voor eenmalige projecten en evenementen. 

nijmegen

In 2002 startte de gemeente Nijmegen met een project om scholen systematisch te begeleiden. Dit gebeurde door de GGD. Een belangrijk aspect van dit project is dat het inmiddels langdurig en continu financieel is ondersteund door de gemeente, waardoor echter effecten bereikt konden worden. Tot nu toe is dit het meest succesvolle lokale project: meer dan 80% van de scholen doen mee; op circa 30% van de scholen werkt men echt intensief aan een aanpak.
Zie ook de schools out website van de GGD Nijmegen.

amsterdam

In 2007 werd de Nijmeegse aanpak aangepast voor Amsterdam en en in opdracht van de gemeente uitgevoerd door EduDivers, COC Amsterdam en de Anne Frank Stichting. Wrijvingen tussen de drie partners leidden ertoe dat het project vanaf 2008 alleen aan EduDivers werd toevertrouwd. Deze aanpak leek effectief. In 2011 won Amsterdam de prijs voor de gemeente met het beste homobeleid, maar een maand later stopte de gemeente met het mobiliseringsproject in het onderwijs. Na 2011 hebben diverse wethouders scholen bezocht en kreeg het COC Amsterdam subsidie voor voorlichting. De bezoeken door wethouders zijn echter meer deskundigheidsbevordering voor wethouders dan dat het impact heeft op de aanpak van de scholen. Lees verder....

rotterdam

In Rotterdam kreeg Rotterdam Verkeert de opdracht om scholen te benaderen. De werkwijze van Rotterdam Verkeert kenmerkt zich door een nadruk op docententraining. Momenteel worden scholen vooral op vraag ondersteund in een grotere kader van het stimuleren van homo-emancipatie voor jongeren.

utrecht

Eind jaren negentig vond vanuit de GGD een homo-emancipatieproject in het onderwijs plaats. Dit project richtte zich in eerste instantie op deskundigheidsbevordering en netwerkontwikkeling tussen scholen, GGD afdelingen en de COC voorlichtingsgroep. Verder werd er lesmateriaal ontwikkeld voor seksuele vorming. Het project raakte in het begin van de jaren 2000 in het slop. Midden jaren 2000 decentraliseerde de GGD en werd de aandacht voor homo-emancipatie 'binnen seksuele vorming' minimaal. In de jaren na 2011 werd Utrecht een "koploper"en waren er af en toe weer kleine onderwijsprojecten en werkconferenties. Deze activiteiten waren echter onsamenhangend en zonder kader.