nieuws

europees onderzoeksrapport beveelt aan om homofobie in antipeststrategieën mee te nemen

4 februari 2017 - Op 23 januari werd het tweede NESET onderzoek over pesten in Europa gepresenteerd in het Europees Parlement. Het rapport biedt een uitgebreide analyse van de anti-pestprogramma's en strategieën op zowel schoolniveau, lokaal niveau en nationaal niveau. Het rapport is ook sensitief op homofobie en andere gediscrimineerde groepen die vaak worden verwaarloosd in algemene anti-peststrategieën. Het rapport beveelt aan om nationale commissies vanuit meerder ministeries op te zetten die een brede nationale peststrategie tegen pesten en voor sociale vorming opzetten en daarbinnen stelselmatig aandacht hebben voor discriminatie, waaronder specifiek ook homofobie. Dit artikel biedt een overzicht en wijst met name op de anti-homofobie aspecten.

belangrijkste conclusies

Het doel van het NESET rapport is om beleidsmakers en uitvoerders op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau te informeren over de meest effectieve strategieën en praktijken voor het voorkomen van pesten en geweld op scholen in de hele EU. Het onderzoekt aanwijzingen uit Europees en internationaal onderzoek, en beoordeelt nationale praktijken en het werk van maatschappelijke organisaties over pesten en geweld.
Het rapport concludeert dat pesten op school vele vormen aanneemt. Deze omvatten niet alleen algemene ruzies tussen kinderen, maar zeker ook discriminerend pesten tegen minderheidsgroepen, homofobe pesterijen, intimidatie tegen gehandicapte leerlingen en tegen leerlingen die kwetsbaar zijn of lijken in de ogen van medeleerlingen.
Er zijn duidelijke genderverschillen in het pesten. Jongens pesten meer en worden ook meer gepest in de meeste landen.

De prevalentie (hoe vaak) van pesten verschilt wel sterk in Europa. Litouwen, België, Estland, Oostenrijk en Letland zijn landen met relatief veel slachtoffers van pesten, ongeveer tussen de 20% en 30%. In vergelijking: in landen als Denemarken, Zweden, Tsjechië, Kroatië, Italië en Spanje ligt dit onder de 10%. Nederland valt in de groep van de minder pestende landen, maar voert ze zeker niet aan met de laagste aantallen. Het verschil tussen de landen maakt duidelijk dat een nationale cultuur en / of het nationale beleid een verschil maken in hoe veilig scholen zijn. In de landen met meer homofobie en andere vormen van discriminatie is ook het niveau van pesten in het algemeen aanzienlijk hoger dan in andere landen.
Het blijkt dat er op de basisschool meestal niet zoveel wordt gepest, maar dat het pesten flink toeneemt van 11 tot 15 jaar. In de meeste Europese landen is die stijging is relatief klein, maar in een paar landen is dat meer dan 10% onder jongens (bijvoorbeeld in Letland, Griekenland, Oostenrijk en Luxemburg).

verbeteren van de situatie

Pesten kan een complex probleem zijn om op te lossen. Het vereist een uitgebreide, multidimensionale aanpak. In de meeste Europese lidstaten is er echter een gebrek aan een systematische aanpak. Van de 27 onderzochte landen, zijn er slechts 3 die homofobe pesterijen expliciet meenemen in hun brede anti-peststrategie en 3 anderen die wel homofobie tegengaan, maar alleen in de non-discriminatie strategie en zonder dat het Ministerie van Onderwijs daarbij betrokken is. Nederland is een van die laatste drie. In Nederland coördineert weliswaar de Directie Emancipatie van OCW de LHBT emancipatie, maar de meeste "vak" directies van OCW (basisonderwijs, voortgezet onderwijs, leraren) vinden die specifieke aandacht voor discriminatie en LHBT nog steeds niet interessant of belangrijk.

Het rapport concludeert dat de preventie van discriminerend pesten op school (van groepen zoals Roma, minderheden, migranten, maar ook jongeren die in armoede leven en last hebben van sociaal-economische uitsluiting) hoognodig toe is aan een sterkere strategische focus in de meeste EU-lidstaten. Daarnaast pleit het rapport voor samenwerking tussen meerdere ministeries en vooral tussen het Ministerie van Onderwijs en het Ministerie van Gezondheid. Het rapport toont aan dat de pedagogische aanpak van het Ministerie van Onderwijs doorgaans te algemeen is en te weinig gericht. Daardoor vallen grote groepen leerlingen uit de boot bij het algemene anti-pestbeleid. Ministeries van Onderwijs en leraren kunnen volgens het rapport veel leren van gezondheidstheorieën over houdings- en gedragsverandering, en van het Ministerie van Gezondheid en van preventiewerkers.

succesfactoren

Het rapport biedt een uitgebreid overzicht van in Europa gebruikte anti-pestprogramma's, van voorbeelden van schoolbeleid en van overheidsbeleid. Uit deze goede en minder goede voorbeelden komt niet een bepaald model naar voren, maar er komen wel een aantal belangrijke "werkzame elementen" van succesvolle interventies naar voren. De meest effectieve programmaonderdelen geassocieerd met een daling van pesten zijn:

  1. Oudertraining / meetings
  2. Een doorlopende leerlijn met voldoende tijd voor sociaal-emotionele vaardigheden van jongeren
  3. Lerarenopleiding, met name op het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden en omgaan met conflicten
  4. Verbeterd schoolplein/speeltuin toezicht
  5. Video's over de gevolgen van pesten
  6. Disciplinaire methoden (maar niet autoritaire repressieve of zero tolerance aanpakken)
  7. Samenwerking tussen en groepswerk van professionals, medezeggenschapsraden, en ondersteuning voor ouders
  8. Goed klassenmanagement en omgangsregels
  9. Een holistisch breed schoolbeleid, dat een veilige cultuur van samenwerking stimuleert, waarbij onder meer aandacht voor gender en discriminatie mechanismen; een schoolbeleid dat zich systematisch verzet tegen een autoritaire cultuur van geweld en concurrentie

rolmodellen van democratie op school

Het rapport merkt op dat discriminerend pesten geen individueel of kleinschalig groepsproces is. Het reflecteert verhoudingen in de wijk en in de maatschappij als geheel. Nationaal en lokaal proberen we zulke belangenconflicten op te lossen via een democratisch systeem. Als we jongeren willen voorbereiden op de maatschappij, moet de school ook een rolmodel zijn van de maatschappij en van conflict-oplossend democratisch functioneren. Dat moet dus zowel in lessen daarover, maar ook in het functioneren van de school als systeem terugkomen. Teveel functioneren scholen nog als systemen waarin leerlingen niet of nauwelijks een stem hebben. Het rapport pleit daarom voor het bevorderen van de verschillende stemmen van de leerlingen. Om meer precies te zijn, zouden jongeren die deel uitmaken van minderheden of uitgesloten groepen moeten helpen bij het ontwerpen van leerplannen die pesten en vooroordelen aanpakken. Het rapport geeft de expliciete aanbeveling om LHBTI jongeren te betrekken bij de ontwikkeling en implementatie van leerplannen voor sociaal-emotionele vorming en de ontwikkeling van anti-pest strategieën.

ook een wijkaanpak

Scholen zijn geen eilanden in de wijk. Ze zijn een integraal onderdeel van de wijk, de stad en het hele land. Effectieve manieren om pesten tegen te gaan, vereisen strategieën die ingebed zijn in een aanpak op lokaal niveau en op landelijk niveau. Op al deze niveaus moet men werken tegen culturen van geweld en uitsluiting. In de wijk en stad kan een dergelijke strategie zijn om gemeenschappelijke ruimtes te delen. Dit brengt verschillende groepen samen. Dergelijke ruimtes zijn bijvoorbeeld brede scholen, musea, sportfaciliteiten, bibliotheken, groene ruimten, wijkcentra, Centra voor Jeugd en Gezin, kerken, moskeeën en sportscholen.

Een andere belangrijke strategie is om echt de ouders en gezinnen te betrekken bij de school. Niet alleen door hen te informeren, maar hen te vragen om de gezamenlijke ontwikkeling van de anti-pest strategie en actief te helpen om het uit te voeren op school, maar ook thuis en in de wijk.

Op nationaal niveau identificeert het rapport 4 belangrijke succesfactoren:

  1. Zelfevaluatie van scholen, zoals dat nu al in Nederland gebeurt via "Vensters van Verantwoording" van de VO-raad (maar daarin zou ook specifieke aandacht voor seksuele diversiteit kunnen komen)
  2. Externe controle door de Onderwijsinspectie (het rapport biedt een uitgebreide checklist voor de controle van kwaliteitsaspecten, die veel verder gaat dat wat de Inspectie in Nederland kan doen; en natuurlijk omvatten die punten ook de bestrijding van homofobie/bi-fobie/transfobie)
  3. Holistisch schoolbeleid (met inbegrip van een focus op sociale insluiting, sociaal-emotionele persoonlijke ontwikkeling, democratie, omgaan met gevoelige thema's en het expliciet maken van de aanpak van homofobie/bi-fobie/transfobie)
  4. Het opzetten van een nationaal comité voor het welzijn van leerlingen (waarin onder meer LHBT-organisaties zijn vertegenwoordigd)

Bronnen: presentation of the report in the European parliament by Anna Maria Corazza Bildt, up, published 24 January 2017, 19:43, the NESET-II report, see also the elaborate summary and a selection of relevant quotes by Peter Dankmeijer