nieuws

walk the talk: tips om scholen te begeleiden

31 januari 2017 - De Onderwijsalliantie voor Seksuele Diversiteit is dit jaar op zoek naar goede voorbeelden over hoe scholen bereikt en begeleid kunnen worden en begeleid bij het integreren van aandacht voor seksuele diversiteit. In november deed Peter Dankmeijer hierover een interview met Bart Boerema. Hij heeft hier veel ervaring in door zijn werk bij de afdeling Volksgezondheid van de gemeente Utrecht. Deze afdeling ondersteunt scholen (in de meeste andere gemeenten verloopt dit via de GGD).

zie niet scholen maar kinderen als doelgroep

Peter: Wat denk jij dat werkt om scholen mee krijgen bij dit onderwerp?
Bart: Ik denk dat de sleutel ligt in het blijven zien van kinderen als doelgroep. Dat klinkt als een open deur, maar ik zie dat andere instellingen vaak de school zien als een vindplaats van kinderen en dat zij de school dan zien als doelgroep in plaats van de kinderen zelf. Ik nodig scholen uit om samen met mij naar de kinderen te kijken. Scholen zijn geen doel op zichzelf. Scholen zijn een middel om een doel te bereiken bij kinderen. Ik vind het dus belangrijk dat ik overeenstemming krijg met de scholen over wat onze gezamenlijke doelen zijn. De feitelijke inhoud van de interventie moet daar uit volgen. Eérst doel en dan pas middel. De scholen, als uitvoerder, moet je heel direct betrekken bij je doelen. Per school, per leerkracht/docent. Want zij zijn de uitvoerders van het programma. Zij moeten een intrinsieke motivatie voor het onderwerp hebben. Anders zijn het alleen woorden, een volgend ‘lespakketje’. Leerlingen prikken daar feilloos doorheen. Dan heb je je doel als overheid en maatschappelijke organisatie totaal niet bereikt. Misschien zelfs wel schade toegebracht, want ook LHBT-leerlingen voelen dat dat het slechts woorden zijn.

walk the talk

Een andere sleutel is congruentie. Ik moet congruent zijn in hoe ik scholen benader. Als het doel is dat kinderen keuzes mogen maken, moet ik je ook scholen benaderen met het besef dat zij ook hun eigen keuzes maken. Soms worden docenten tot in detail voorgeschreven wat ze moeten doen. Belangenorganisaties maar ook seksuele vorming en organisaties hebben daar een handje van. Ik denk dat daarmee de leerkrachten onderschat worden. Ik zeg: "walk the talk". In de manier waarop ik praat met docenten of met schooldirecteuren zit een droste-effect: als mijn doelen voor de leerlingen zijn: wensen en grenzen helder krijgen, goede informatie, veilige sfeer, enz., dan moet ik de scholen ook op deze manier benaderen. Ik merk dat scholen dit een verademing vinden. Dan komt hun intrinsieke motivatie op gang.

weerbaarheidtrainingen en kriebels

Veel van mijn werk in Utrecht komt voort uit het project "Kom op voor Jezelf". Dat was een reeks zeer populaire weerbaarheidtrainingen over sociale weerbaarheid en daar zaten ook thema's in zoals roken, seksualiteit enzovoort. Maar het ging om de onderliggende vaardigheden. Van daaruit ontstond op scholen belangstelling voor de week van de Lentekriebels. Helaas is deze populaire serie weerbaarheidtrainingen afgebouwd door de Wet Markt en Overheid. Die houdt in dat de overheid niet gratis trainingen mag aanbieden die ook elders betaald kunnen worden aangeboden.
Intussen groeit Lentekriebels sterk: landelijke bereiken we 15% van de scholen, in Utrecht 75%. Op 80% van alle scholen gebeurt wel iets. Omdat de scholen in Utrecht, vanuit het ‘wijkgericht werken’ zelf het initiatief moeten nemen, mag ik zelf geen nieuwe scholen benaderen. Anders zou ik zelf streven naar honderd procent.

nog vier succesfactoren

Daarnaast zie ik nog vier succesfactoren:

  1. Weten waarover je het hebt. Ik heb ervaring met gesprekken met duizenden jongens over seksualiteit. Dat werkt door in je gesprekken met docenten en schooldirecteuren. Ze weten waarover je het hebt en dat respecteren ze.
  2. Scholen benaderen als volwassen partner. Je moet scholen serieus nemen. Misschien wil je qua programma Lentekriebels graag in maart plannen, maar als zij een seksweek in september willen moet je dat gewoon doen.
  3. Zorgen voor veel extra materiaal en diensten. Naast het eigen aanbod over Lentekriebels bieden wij ook voorlichting van het COC, trainingen over media wijsheid voor laaggeletterde ouders. Die variatie werkt er goed, voor elk wat wils. Gratis materiaal dat ze in de klas kunnen gebruiken, is ook altijd welkom bij scholen.
  4. Ontzorgen. Je kunt als school of als instelling een deel van de zorg overnemen die ouders zelf niet kunnen pakken. Dus in plaats van seksualiteit op school als risicofactor te zien in verband met reactie van ouders, kan je aangeven dat je een oplossing biedt voor de onzekerheid van ouders op dit gebied. Ook hierbij is gratis materiaal handig.

je bent niet altijd een superman

Ik praat met scholen vaak over vaardigheden. Ik zeg: op gemiddeld 17,1 jaar hebben jongeren hun eerste coïtus. Wat moeten ze dan kunnen? De vaardigheden daarvoor die moeten ze dus daarvoor hebben ontwikkeld. De sleutel om dit soort vaardigheden te ontwikkelen is een veilige sfeer. Ik bied seksuele vorming dan ook vanuit de context van sociale weerbaarheid. Sociale weerbaarheid betekent niet altijd dat je superman bent. Je mag twijfelen en ook de leerkracht mag twijfelen.
Ik geef zelf geen lessen. Wat aardig is aan de Week van de Lentekriebels is dat leerkrachten deze week kunnen oppakken als een experimenteerperiode. Ze kunnen zelf een aantal dingen op een eenvoudige manier uitproberen. Dat is wat anders dan gastlessen. Dan krijg je als basisschool kind opeens een vreemde voor je neus, en die gaat nog praten over seks ook. Dat is geen vertrouwensrelatie. In het basisonderwijs is het erg belangrijk dat die vertrouwensrelatie er wel is. In het VO werken gastlessen misschien net iets anders, omdat leerlingen dan veel verschillende docenten zien waarmee ze misschien minder een vertrouwensrelatie hebben.

Als docenten twijfelen, is het belangrijk om te appelleren aan hun intrinsieke motivatie. Dan stel je de vraag: wat gun je jouw leerlingen? Wat moeten leerlingen kunnen, wat moeten ze leren, wat gun je ze op die terreinen. En hoe vertaal je dat naar de handeling die je morgen kunt doen. Als docenten via deze vragen het gevoel krijgen dat ze een doel voor ogen hebben, dan is er al veel bereikt.

transactionele analyse om docenten te helpen hun rol, te bepalen

Peter: ik merk vaak aan docenten dat ze zelf sterk normatief zijn in hun oordelen over seksualiteit of seksuele diversiteit. Maar ze zijn zich daar zelf niet van bewust. Hoe ga je daarmee om?
Bart: het helpt om je eigen rol en die van de leerling te plaatsen binnen de context van de transactionele analyse (ouder/volwassene/kind). Ik gaf bijvoorbeeld een les waarbij de leerlingen dat weekend een meisje aangerand hadden. In deze les spraken we onder andere over het verschil tussen seks en porno. Als begeleider kan je dan sturen op een duidelijke uitleg van het verschil. Als rolmodel fungeer je dan ook als "positieve voedende ouder". Tegelijkertijd hou je rekening mee dat je bij de leerling ook het "kind" aanspreekt, in termen van: "het is leuk". Als “volwassene” geef je feitelijke informatie. Het is handig om je van deze verschillende rollen bij jezelf bewust te zijn.

leerkrachten voeden, niet begeleiden

Bart: ik begeleid die leerkrachten niet. Ik voed ze met deze beelden, tot ze zich zeker(der) voelen en zelf actie kunnen ondernemen. De voortgang check ik door alle deelnemende scholen die periode langs te gaan en lessen te bekijken. Meer wil ik niet controleren. Ik wil ze in een stand te zetten waarin zijn eigen hulpbronnen kunnen aanboren.

Seksuele diversiteit benoem ik naar alle scholen. In kerndoel 38 ligt de lat erg hoog: scholen zouden moeten respect voor seksuele diversiteit bij de leerlingen bereiken moeten bereiken. Maar dat is een vijfjarenplan om homo vriendelijkheid in de school te bereiken, en dat staat niet los van sociale veiligheid in het algemeen.
Ik vraag naar wat scholen al doen, en wat er eventueel beter kan. Je kunt scholen niet dwingen of controleren. In Utrecht zou ik graag meerjarig insteken op homoseksualiteit en seksualiteit. Voor de gemeente is het een prioriteit omdat er een aantal gevallen van homopesten in de media zijn geweest. In zo'n project zou ik ook altijd de relatie leggen tussen seksualiteit, lesgeven en veiligheid. Ik denk dat die relatie erg belangrijk is. Ik twijfel aan de effectiviteit van generieke sociale veiligheid programma's. Zo werkt de gemeente Utrecht al jaren samen met de Vreedzame School. Ik zie al twintig jaar PO-scholen in de stad en ik zie niet altijd verschil tussen een Vreedzame School en andere scholen.
Als ik in Utrecht een project gaat doen, moeten we goed kijken wat de onderzoekscomponent zou zijn. Te vaak worden de doelen van het onderzoek of het onderzoek zelf een doel op zichzelf.