nieuws

vlnr: Laurens Buijs, Hanneke Felten en Peter Dankmeijer
foto: vlnr: Laurens Buijs, Hanneke Felten en Peter Dankmeijer

riek stienstra lezingen: beter nadenken over effect

15 januari 2017 - Op 10 januari werd de Riek Stienstra lezing gehouden in Leiden. Eigenlijk waren het twee lezingen: een van Laurens Buijs en een van Hanneke Felten. Beide sprekers benadrukten dat de huidige voorlichting over seksuele diversiteit vaak tekortschiet. Het is nodig om mensen beter te raken en om de juiste methodieken in te zetten om effect te bereiken en te voorkomen dat je ongewild contraproductieve effecten bewerkstelligt.

verschil tussen woord en daad: moderne homofobie

Laurens Buijs werkt aan de Universiteit van Amsterdam en is voorzitter van UvA Pride. Hij merkt in zijn onderzoeks- en voorlichtingspraktijk dat de meeste mensen LHBTI vriendelijk willen zijn, maar daar in de praktijk niet altijd in slagen. In de praktijk blijken ze zich toch enigszins ongemakkelijk te voelen in de nabijheid van LHBTI. Ook door zijn eigen coming out proces realiseerde Laurens zich dat het je volledig accepteren van je seksuele diversiteit ook nu nog in Nederland een tijdje kost.
In Nederland sociaal wenselijk om seksuele diversiteit te accepteren om er maar dat wil niet zeggen dat dit emotioneel altijd zo makkelijk gaat. Dit lijkt een ogenschijnlijke tegenstelling. Aan de ene kant is Nederland een superstar op het gebied van homovriendelijkheid als je kijkt naar antwoorden op internationaal gebruikte vragenlijsten. Maar in de straat is fysiek geweld nog heel aanwezig en er is geen aanwijzing dat discriminatie en geweld afneemt. Ook blijkt dat LHBTI allerlei psychologische klachten hebben die toe te schrijven zijn aan discriminatie. Vooral transgenders hebben het zwaar.
Die schijnbare tegenstelling tussen wat men zegt en wat men doet is eigenlijk het normale onderscheid dat mensen wel hebben tussen woord en daad. LHBTI acceptatie is in Nederland het bewijs geworden van modern burgerschap. Maar die sociale wenselijkheid is soms lastig op te brengen voor met name jonge heteromannen. Ze schieten uit de bocht als ze dronken zijn, of als ze in een sociale omgeving zijn waartoe gedrag agressie en uitsluiting tot de machocultuur behoren en het toegestaan is om niet sociaal wenselijk zijn. Vaak is homofobie in zulke omstandigheden onbedoeld; die jonge heteromannen worden door hun emoties geconfronteerd. Homofobie is daarmee niet verdwenen, maar in deze tijd van gedaante veranderd. Het is subtieler en beter verstopt. Dat wordt moderne homofobie genoemd.

nederlands lhbti beleid heeft geen totaalaanpak

Moderne homofobie heeft consequenties voor hoe je voorlichting doet. Het heeft geen zin om scholen binnen te stormen en te zeggen dat homo's gewone mensen zijn. Daar zijn veel leerlingen het op een cognitief niveau al lang mee eens, maar het doet niks voor hun emotionele niveau.

Dat is ook de reden waarom Laurens zich gefrustreerd voelde bij de lobby en de invoering van de verplichte voorlichting via de kerndoelen in 2012. Hij miste iets. Wat moet er dan precies voorgelicht worden? En hoe moet je dat uitvoeren? Volgens Laurens is er een gebrek aan discussie over wat eigenlijk moet gebeuren en hoe. Hij beschouwt dit als een bewijs voor blinde vlek in de Nederlandse LHBTI emancipatie. We komen niet verder dan "er moet aandacht zijn" maar hebben niet duidelijk wat en hoe dan. Daarom heeft het Nederlands LHBTI beleid ook geen totaalaanpak.

flexibele persoonlijkheidsontwikkeling sturen

Volgens Laurens zijn scholen de ideale plaats om moderne homofobie aan te pakken. In de puberteit wordt immers de basis gelegd voor je persoonlijkheid en hoe je omgaat met diversiteit en seksuele diversiteit. Voor jongeren is de puberteit een zoektocht naar mannelijkheid en vrouwelijkheid, niet alleen lichamelijk maar vooral omdat zij in die periode hun mannelijkheid of vrouwelijkheid sociaal moeten bewijzen. Dat is een moeilijk proces voor hen. Zonder sturing worden traditionele beelden over extreme mannelijkheid en vrouwelijkheid versterkt. LHBTI worden weggezet als raar. Door zich af te zetten kunnen onzekere jongeren zichzelf iets meer "normaal" voelen.
We weten dat we deze onderzoeks- en ontwikkelingsprocessen kunnen sturen. In de wetenschap wordt dit wel vergeleken met een toneelsituatie ("roltheorie"). Op school oefenen we als het ware met man- en vrouwrollen. Een oplossing kan zijn om jongeren in aanraking te laten komen met belevingsverhalen die je raken. Dan zijn LHBTI niet alleen anders , maar ook echt. Als scholen de ontwikkelingsprocessen van jongeren goed zouden aanpakken, zou bij het examen een basis zijn gelegd voor een meer moderne versie van een flexibele persoonlijkheid.

stereotypen leiden niet altijd tot negatieve effecten

Hanneke Felten sluit aan op de analyse van Laurens dat er een verschil is tussen woord en daad en begint met de vraag wat "schijn"tolerantie eigenlijk is. Als we niet weten wat het is, kunnen we het ook niet aanpakken. Uit de wetenschap weten we dat er vaak een discrepantie is tussen openlijke tolerantie en impliciete tolerantie. Om te kunnen begrijpen welke begrippen daarin spelen, moeten we een onderscheid maken tussen begrippen als discriminatie, stereotypen en vooroordelen. Discriminatie is ongewenst onderscheid maken, stereotypen zijn verwrongen beelden van een groep mensen en vooroordelen zijn niet op feiten gestoelde meningen. Die drie begrippen kun je niet allemaal over één kam scheren. Zo blijkt uit onderzoek dat vooroordelen belangrijker zijn om te bestrijden dan stereotypen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een serie als "Will & Grace", waarin stereotypen over homoseksuelen dik worden aangezet, uiteindelijk toch een positief effect heeft op de tolerantie ten opzichte van homoseksualiteit.

schijntolerantie heeft ook zijn voordelen

Hanneke gaat nog een stap verder en vertelt over de theorie van Daniel Kahneman, die stelt dat mensen via twee systemen leren. Het eerste systeem draait om leren door ervaring. De leerervaringen die hier worden opgedaan, zijn gebaseerd op emoties en beleving. Dit soort leerervaringen zijn vaak helemaal niet gerelateerd aan feiten en noemen we waren vaak oommon sense of onderbuikgevoelens. Het kost weinig moeite op deze manier te leren; het gaat eigenlijk vanzelf. Op dit niveau leer je misschien een afweer tegen dingen die anders zijn, zoals seksuele diversiteit. Het tweede systeem draait om leren op basis van theorie. Je onderzoekt iets, je analyseert wat je hebt gevonden en je probeert daar iets zinnigs van te maken. Deze manier van leren kost veel moeite want je hebt er bewuste aandacht en concentratie voor nodig. Sociaal wenselijke normen leer waarschijnlijk meer volgens dit systeem.
Volgens Hanneke heeft schijntolerantie ook voordelen: mensen gedragen zich als ze sociaal wenselijk zijn "zoals het hoort". Dus dat draagt bij aan minder discriminatie. Maar op onbewaakte momenten neemt systeem I het over. Als mensen moe zijn, dronken, niet gemotiveerd zijn, of in een situatie waarin men niet positief is over LHBTI, dan krijg je sneller systeem II gedrag.

in voorlichting positieve associaties bevorderen

De vraag is nu hoe je zowel de impliciete als de expliciete houding kunt veranderen. Hanneke loopt daarbij verschillende, op wetenschap gebaseerde methoden langs. Impliciete houdingen kun je bijvoorbeeld veranderen door de inhoud van de associatie die mensen hebben te veranderen. Een voorbeeld is de campagne die de Amerikaanse LHBT beweging voerde voor het homohuwelijk. Een groot deel van de Amerikanen had het idee dat homo's vies en zondig zijn. De huwelijkscampagne legde de nadruk op "Love wins" door hele gewone gelukkige homo- en lesbische paren te laten zien die dezelfde romantiek, zorgzaamheid en verantwoordelijkheid willen beleven als heteroparen. Op deze manier werden de negatieve connotaties vervangen door positieve connotaties. Niet alle conservatieven worden daardoor overtuigd, maar het was genoeg om in een groot aantal staten de gematigde conservatieven over te halen om hun mening te herzien.

Als je hier geen rekening mee houdt, kan voorlichting ook negatieve effecten hebben. Zo zijn er veel voorlichtingsgroepen die hun voorlichting beginnen met het inventariseren van vooroordelen, zodat ze die daarna kunnen weerleggen. Dat is een systeem II benadering die niet goed werkt, omdat op het niveau van systeem I negatieve connotaties over seksuele diversiteit worden benadrukt, waarna die extra moeilijk weer weg te nemen zijn, zeker als je dat niet aanpakt op een emotioneel niveau.

het persoonlijke verhaal

Een andere manier om mensen een positieve connotatie te geven bij seksuele diversiteit is peer voorlichting. De "intergroup contact theory" heeft aangetoond dat als mensen kennismaken met andere mensen die anders zijn dan zij, dat kan leiden tot meer tolerantie. Maar dit effect is wel gebonden aan een serie voorwaarden. Zo is het essentieel dat beide groepen "zichzelf onthullen". Deze persoonlijke ontboezemingen zorgen ervoor dat de groepen elkaar "raken". De onthulling moet positief zijn en niet bedreigend overkomen. De voorlichter moet de leerling raken. Op die manier ontstaat een constructieve empathie. Dit effect kan niet alleen bereikt worden via life peer voorlichting, maar ook via film of theater.
Desondanks werkt deze voorlichting gericht op empathie niet bij iedereen. Sommige voorlichters zijn er niet geschikt voor. En sommige leerlingen kunnen of willen zich niet inleven.

snel opbouwen van vriendschap

Nog beter dan alleen maar ontboezemingen werkt het opbouwen van een vriendschap. Nu zul je als voorlichter zeggen: ik kan niet in uur een vriendschap opbouwen. Dit blijkt echter niet helemaal waar te zijn. Zo kun je in een voorlichting inbouwen dat je elkaar in een versneld tempo beter leert kennen, en dat je gezamenlijk werkt aan een gemeenschappelijk doel. Dat geeft een gevoel van solidariteit en vriendschap. Dit kan zelfs werken tussen groepen die elkaar volkomen vreemd zijn. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de film "Pride", waarin Engelse radicale homo-activisten en mijnwerkers met elkaar gaan samenwerken, elkaar leren kennen en met elkaar solidair en bevriend worden.

geef voorlichting in een prettige omgeving

Een tweede manier om impliciete houdingen aan te spreken is via de omgeving waarin de associaties tot stand komen. Omgevingsfactoren kunnen grote invloed hebben op het effect van een voorlichting. Zo blijkt uit onderzoek dat voorlichting over homoseksualiteit die wordt gegeven in een stinkende ruimte al snel leidt tot een meer weerzin tegen homoseksualiteit omdat de onderbewuste associatie aan stank blijft hangen. Maar het werkt ook andersom: als je voorlichting geeft en je serveert lekkere hapjes in een prettige ruimte, blijft de positieve associatie daarvan ook hangen.

debat vaak geen geschikte voorlichtingsmethode

Een expliciete houding kun je ook veranderen. Een van de meest bekende manieren is door mensen te proberen te overtuigen via argumenten. Deze werkwijze wordt onderbouwd door de "persuasion theory". Dat blijkt in de praktijk wel erg lastig te zijn. Overtuiging werkt alleen maar als mensen ook overtuigd willen worden. Als ze niet overtuigd willen worden, kan een overtuigingsmethode juist contraproductief werken. Zo passen veel scholen de zogenaamde "Lagerhuisdebat" discussiemethode toe. Daarin proberen mensen elkaar als politici met argumenten te overtuigen. In de praktijk blijkt echter vaak dat het voornaamste effect van dit soort debat is dat mensen steeds meer tegenargumenten proberen te bedenken en dat zij hun eigen mening daardoor alleen maar versterken. Je leert wel om te argumenteren, maar het is een minder goede methode om tolerantie te bevorderen.

sociale normen beïnvloeden

Een tweede manier om expliciete houdingen te veranderen is door normen te beïnvloeden ("social norm theory"). Mensen hebben de neiging om zich aan te passen aan hun omgeving en aan de sociale norm daarin. Het blijkt erg effectief te zijn om mensen de indruk te geven dat de meeste andere mensen iets denken. Uit onderzoek blijkt dat dit al binnen een paar uur kan werken. Ook hier geldt dat het belangrijk is om seksueel diverse mensen op een positieve manier neer te zetten. Zo kan men bijvoorbeeld in films laten zien dat hetero's op een volstrekt vanzelfsprekende manier een vriendschap hebben met LHBTI personen. Op die manier krijgt men de indruk dat dit blijkbaar een normale (lees: sociaal wenselijke) manier van omgang is.

laat leerlingen een opstel schrijven over emancipatie

Tenslotte is het mogelijk om gedrag te beïnvloeden door mensen de indruk te geven dat ze het er zelf mee eens zijn ("cognitive dissonance theory"). Zo blijkt heel effectief te zijn om mensen een opstel te laten schrijven met argumenten vóór LHBTI emancipatie. Zelfs als je het daar voorafgaand aan het opstel niet mee eens bent, leidt dit proces er vaak toe dat de opstelschrijver ook in werkelijkheid van mening verandert.

minder interventies maar beter voorbereid

Hanneke vat haar inleiding samen door te zeggen dat het belangrijk is om te bestuderen wanneer en in welke situatie en interventie goed kan werken. Een voorlichting moet goed voorbereid worden om effectief te zijn en om te voorkomen dat je onbedoeld contraproductieve effecten bereikt. In Nederland doen vrijwillige voorlichters hun werk vaak zonder voorbereiding. Volgens Hanneke hebben zij steun nodig van professionals, zodat ze weten welke keuzes in hun voorlichting welke effecten kunnen hebben. Het voorbereiden van goede interventies is wel een puzzel, en het is ook aan te bevelen om hier veel meer op te puzzelen dan we tot nu toe doen.

Hanneke beveelt ook aan om meer samen te werken met de antiracismebeweging. In de antiracismebeweging is nog veel meer onderzoek gedaan naar het effect van voorlichting en veel van de vondsten zijn ook bruikbaar voor voorlichting over LHBTI emancipatie. De LHBTI beweging en de antiracisme beweging zouden elkaar kunnen versterken omdat de uitsluitingsprocessen sterk overeen komen.

Op dit moment worden in de LHBTI beweging tientallen interventies ontwikkeld, vooral voor voorlichting. De meesten ervan zijn niet gebaseerd op enige wetenschappelijke voorbereiding. Hanneke pleit er daarom voor dat we minder interventies gaan maken, maar wel betere.

Lees hier de volledige lezing van Hanneke Felten