nieuws

unesco conference over homopesten succes en teleurstelling

19 mei 2016 - De ministeriële wereldconferentie van UNESCO over LHBT pesten op scholen is zowel een viering van successen als een teleurstelling gebleken. Aan de ene kant heeft UNESCO de leiding genomen in een vierjarig programma van onderzoeksprojecten in een reeks van landen. Aan de andere kant presenteerden de ministers van een Call for Action waar velen teleurgesteld over waren.

het unesco project

Mede op aandringen van en lobby voor fondsen door GALE, de zusterorganisatie aan EduDivers, is UNESCO in 2011 aan de slag gegaan met een wereldwijd project tegen "homopesten" ( homophobic bullying). De strategie van het project had twee hoofdrichtingen. Het eerste traject was om onderzoek te doen naar hoeveel homopesten en -discriminatie er eigenlijk is. UNESCO verwacht dat zulke feiten tot bewustzijn bij regeringen zal leiden en daardoor tot een actief beleid. De tweede richting was om het personeel van de lokale UNESCO kantoren te trainen. De lokale kantoren steunen de nationale UNESCO Commissies, die officiële delegaties van de staten bij UNESCO zijn. De hoop was dat het regionale personeel dan in gesprek zouden gaan met de politiek verantwoordelijken en op hun beurt daar ook bewustzijn zouden creëren. Dat bewustzijn zou aan het eind van het project moeten leiden tot een internationale resolutie over LHBT pesten in scholen.

succesvolle onderzoeksprojecten

Tijdens de conferentie werd voor de tweede keer een wereldwijd overzicht van de situatie gepubliceerd: "Out in the open". De conferentie bestond vooral uit presentaties van de talrijke onderzoeken die dus in de afgelopen 4 jaar zijn gedaan. Het waren vooral onderzoeken in landen waar tot nu toe nog helemaal nooit onderzoek was gedaan. Zoals eigenlijk al bekend was, bleek uit de resultaten dat LHBT pesten, uitsluiting en discriminatie overal in hoge mate voorkomen. Wat relatief nieuw was, was de conclusie dat "homopesten" eigenlijk zelden echt "homo" pesten is. In het overgrote deel van de gevallen gaat het om het pesten van meisjeachtige jongens en jongensachtige meisjes. Het gaat dus eigenlijk meer om seksistisch pesten en een allergie tegen jongeren die zich niet traditioneel macho/mannelijk of onderdanig/vrouwelijk gedragen.
De onderzoeken richten zich vooral op het aantonen dat er een probleem is, dus op agendasetting. Sommige vertegenwoordigers van meer progressieve landen (waar al een beleidsagenda is) vonden het jammer dat er weinig of geen aandacht was voor goede voorbeelden van hoe je zulke geweld kunt voorkomen.

de call for action

Aan het eind van de conferentie werd door een coalition of the willing van circa 15 ministers een Call for Action gepresenteerd. De ministers en UNESCO zijn trots op het document. Zo zegt UNESCO is een persbericht dat dit the first of its kind is wat betreft LHBT en onderwijs en dat de onderwijssector voor het erkent dat de knelpunten rond seksuele diversiteit een verantwoordelijkheid zijn voor onderwijsministers.

Voor de 70 aanwezige vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld was de Call een ambigue gebeurtenis. De tekst kwam tot stand zonder enig overleg met maatschappelijke organisaties, terwijl uit alle onderzoeken naar good practices blijkt dat zulke samenwerking essentieel is voor een succesvolle strategie. Men vermoedt dat UNESCO een stereotype beeld heeft van LHBT organisaties als activistisch en pietluttig op politiek correcte details, wat zij ervaren als een risico voor het draagvlak van de Call .

De maatschappelijke organisaties hadden graag gezien dat de Call naast LHBT ook leerlingen met een intersekse conditie had genoemd.

Daarnaast waren er Afrikaanse middenveld vertegenwoordigers die de Call juist te radicaal vonden. De tekst roept op tot zes typen initiatieven, die samen een integraal nationaal beleid tegen homofobie, bifobie en transfobie vormen. Een dergelijke verklaring zullen Afrikaanse Staten niet snel ondertekenen. De Afrikaanse vertegenwoordigers hadden liever een tekst gezien die enerzijds politieker is (verklaring van bereidwilligheid om gelijke rechten inclusief LHBT te bevorderen) en anderzijds wat vager over wat de landen precies zouden moeten doen.

De maatschappelijke organisaties waren ook teleurgesteld dat het alleen maar een Call was, en geen resolutie . Een resolutie is een veel krachtiger instrument in de wereldpolitiek. De Call zegt in essentie allen maar: wij doen goed werk, we moedigen anderen aan dat ook te doen. Voor de maatschappelijke organisaties voelt dit als te vrijblijvend. In de wandelgangen lieten regeringsvertegenwoordigers echter weten dat ze het te vroeg vinden voor een resolutie. Volgens hen heeft een resolutie alleen zin als je minstens de helft van de Staten meekrijgt. Nu heeft nog maar een klein aantal Staten getekend. Andere Staten kunnen nog tekenen tot eind juli, maar het aantal zal niet groeien tot over de 90 (50% van de VN leden). De coalition of the willing hoopt in ieder geval dat de Call een eerste stap is om het draagvlak te vergoten.