nieuws

onderwijsinspectie durft kwaliteit onderwijs niet te beoordelen

5 september 2016 - Scholen besteden slechts “enigszins” en zonder beleid aandacht aan seksuele diversiteit. Dat is volgens de Inspectie genoeg om te voldoen aan de kerndoelen over seksuele diversiteit. EduDivers is teleurgesteld en geïrriteerd. “Als de Inspectie de kwaliteit van het onderwijs niet mag beoordelen, hoe houden we die dan op niveau? Het zou toch ook belachelijk zijn als de Inspectie de invoering van het vak rekenen adequaat vindt als er alleen een incidentele bewustwordingsles over wordt gegeven?

weinig kwalitatieve verschillen tussen scholen

“De gemiddelde school bestaat niet”, zegt de onderwijsinspectie, “maar wat aandacht voor seksuele diversiteit betreft, verschillen scholen niet zoveel van elkaar.” Als een kernachtige “verhalende” indruk zegt de inspectie:

Maar waar en hoe dat onderwerp wordt ingevuld, is niet gemakkelijk te zeggen. Ook de school zelf kan dat niet precies aangeven. De school doet er zeker iets aan. Er is wel eens een project, en het komt soms aan de orde in een les (bijvoorbeeld bij biologie of maatschappijleer, of in een mentoruur, of groep 7 of 8) maar niet vaak. Wat daar behandeld wordt weten andere leraren en de directeur niet precies; dat ligt bij de betrokken leraar of wordt overgelaten aan het vak. De invulling van respectvol leren omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit hangt af van wat de leraar ervan maakt en hoe betrokken die zich voelt. Een plan of leerdoelen heeft de school eigenlijk niet. (pagina 7)

Volgens de Inspectie verschillen scholen in de grote stad niet van scholen in kleine gemeenten, grote scholen niet van kleine, en scholen met weinig leerlingen uit migrantengroepen niet van scholen met veel. Wel lijken vo-scholen in de grote stad of scholen met veel leerlingen uit achterstandsgroepen het thema lastiger te vinden: ze geven vaker dan andere scholen aan last te hebben van belemmeringen. Evenmin leidt de denominatie van de school tot grote verschillen.

wel kwantitatieve verschillen tussen po, vo en mbo

Bij nadere beschouwing blijkt wel dat er verschillen in de mate van aandacht zijn tussen onderwijssectoren. Tot onze (EduDivers’) verbazing zegt de Inspectie dat in het basisonderwijs het meeste aandacht wordt geschonken aan seksuele diversiteit, wat minder in het middelbaar onderwijs en nog minder in het MBO.

enigszins aandacht is blijkbaar genoeg

EduDivers ziet in de manier waarop de Onderwijsinspectie met het thema seksuele diversiteit omgaat duidelijk de beperkingen van het Nederlandse onderwijssysteem terug. De Inspectie mag scholen alleen marginaal controleren. In het beoordelingskader en de kerndoelen staat iets en de Inspectie vinkt af of men er “iets” aan doet. Dit gebeurt meestal alleen aan de hand van informatie van de schoolleiding, die daar zeker rond seksuele diversiteit een overtrokken positief beeld van kan geven. De Inspectie:

Ondanks verschillen in uitwerking en intensiteit van het onderwijs, komt respectvolle omgang met seksualiteit op vrijwel alle scholen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs tenminste enigszins aan de orde. Dat geldt ook voor het respectvol leren omgaan met de seksuele diversiteit in de samenleving. (…) De vraag of de invulling die scholen geven aan respectvolle omgang met seksualiteit en seksuele diversiteit voldoet aan het kerndoel, beantwoordt de inspectie in het algemeen dan ook positief. ” (pagina 8)

Dat is een zeer enge opvatting van de kerndoelen. In de kerndoelen staat immers (de leerling) “leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.” Uit de wetenschap blijkt ondubbelzinnig dat “respect” niet aangeleerd kan worden binnen een of enkele incidentele lessen. Een programma dat dit beoogt zal op zijn minst aandacht moeten besteden aan het systematisch verbeteren van de houding van de leerlingen en van hun praktische sociale gedrag. De signalen uit de andere onderzoeken die de Inspectie noemt, geven alle aan dat dit beslist nog niet gebeurt.

aarzeling van de inspectie om het over kwaliteit te hebben

De Onderwijsinspectie aarzelt om dit beestje bij de naam te noemen. In plaats van te zeggen: “de kerndoelen zijn te vrijblijvend geformuleerd” of “het ministerie doet onvoldoende om de kerndoelen adequaat in te laten voeren”, beperkt ze zich tot de politiek acceptabele constatering dat seksuele diversiteit enigszins aan de orde komt en dat men daarbij wel kan twijfelen aan de kwaliteit, maar dat “de wet scholen de ruimte geeft hier eigen accenten te zetten.” En nog een stap verder: “ het behoort het niet tot de taak van de inspectie daarvan een beoordeling te geven. ” (pagina 9).
Of het beter moet, is afhankelijk van wat de samenleving van scholen verwacht en in wettelijke kaders is vastgelegd. , zegt Monique Vogelsang, de Inspecteur-Generaal van de Inspectie in het voorwoord. Dat is een verkapte vraag om een duidelijker opdracht van de regering.

we doen rekenen toch ook niet af met een incidentele les?

Als onafhankelijk kenniscentrum stelt EduDivers de vraag: “Als de Onderwijsinspectie op dit punt niet denkt de taak te hebben om de kwaliteit van het onderwijs te beoordelen, hoe handhaven we die dan in Nederland?” EduDivers vindt het vreemd dat scholen ermee weg komen enigszins aandacht te geven aan seksuele diversiteit. Peter Dankmeijer, directeur van EduDivers zegt: “Om deze stelling maar eens op een voorlichtingsmanier te onthomofileren : zou het acceptabel zijn als een school één keer per jaar een bewustwordingslesje over rekenen geeft? Dan besteden ze toch ook enigszins aandacht aan rekenen, hoewel het kerndoel stelt dat leerlingen daadwerkelijk moeten kunnen rekenen?

probleem met leiderschap

Impliciet geeft de inspectie wel aan dat te incidentele aandacht niet voldoende impact zal hebben die het kerndoel in haar volle betekenis beoogt. Ze geeft met zoveel woorden aan dat beter schoolleiderschap en inbedding van seksuele diversiteit in een doorlopende leerlijn noodzakelijk zijn om echte impact te bereiken, maar durft vanuit haar positie die aanpak niet formeel aan te bevelen.

EduDivers heeft al vaker onder de aandacht gebracht dat het in Nederland ontbreekt aan leiderschap wat het integreren van aandacht rond seksuele diversiteit betreft. De Tweede Kamer heeft dat wel geprobeerd door op wijziging van de kerndoelen aan te dringen. Op alle niveaus blijven de verantwoordelijken (regering, landelijke schoolbestuurdersverenigingen, schoolleiders, docenten) ontkennen dat dit tot hun verantwoordelijkheid en taak hoort. De regering en landelijke bestuurdersverenigingen vinden het een verantwoordelijkheid van de scholen zelf, de schoolleiders vinden dat het tot de professionaliteit van docenten behoort (dus geen beleid op nodig is) en de docenten stellen dat leerlingen vrijheid van meningsuiting hebben en dat ze niet meer kunnen doen dan de leerlingen een beetje prikkelen (citaat uit een docentenbijeenkomst in Amsterdam, 2014). Dankmeijer: “Vorig jaar was ik op bezoek bij de wethouder onderwijs van Amsterdam. Die vroeg mij bloedserieus waarom ik bij haar kwam en niet bij scholen zelf aanklopte. Alsof ik dat niet al 20 jaar doe.” Afgezien van enkele enthousiastelingen neemt niemand structureel verantwoordelijkheid en leiderschap.”

Hoewel EduDivers het van harte eens is met het uitgangspunt dat scholen eigenaar moeten zijn van hun eigen beleid om dat beleid echt effectief te laten zijn, vindt zij dat er nog een kloof bestaat tussen de landelijk randvoorwaarden en de nogal vrijblijvende stimulering van aandacht voor seksuele diversiteit enerzijds en de kwalitatieve uitvoering van de kerndoelen in scholen anderzijds.

kritisch gesprek niet uit de weg gaan

“Ik weet wel dat deze mening niet goed valt bij sommige van mijn landelijke partners.” zegt Peter Dankmeijer, directeur van EduDivers. “Die vinden kritiek op ontbrekend leiderschap al snel zo negatief en niet constructief . Negenennegentig procent van de inzet van EduDivers is echter gericht op het bieden van concreet materiaal, specifieke training en op maat advies aan scholen. Helaas landt teveel daarvan niet als er geen leiderschap op scholen is om werkelijk respect voor LHBTI te bewerkstellingen. Zelfs al een gemeente EduDivers steunt om scholen langs te gaan, dan ben je driekwart van je tijd bezig om voldoende prioriteit te hepen stellen, in plaats van echte uitvoerende ondersteuning te bieden. Ik word er een soms beetje mismoedig van om elke keer als ik daarover kritische vragen stel, gezien te worden als een provocateur. We moeten hierover een serieus gesprek aangaan. Uit een gezamenlijke zorg voor de kwaliteit van het onderwijs.”

meer informatie