nieuws

effectieve aanpak: meteen afspraken maken

1 maart 2016 - In de serie artikelen over gouden tips voor effectieve LHBT emancipatie beschrijven we vandaag de meest effectieve methode: maak meteen aan het begin van het schooljaar duidelijke afspraken over hoe je met elkaar omgaat. Omdat sommige leerlingen denken dat homoseksuelen niet onder de normale regels vallen, is het belangrijk om duidelijk te maken dat de regels voor iedereen gelden en specifieke voorbeelden te geven.

mythe: voorlichting meest effectieve aanpak

Veel mensen denken dat "voorlichting geven" de meest effectieve manier is om LHBT emancipatie op scholen te bereiken. In de praktijk blijkt dat echter niet het geval te zijn. Zelfs de meest effectieve lespakketten bereiken over het algemeen een maximaal effect van circa 15% gedragsverandering. Dat geldt doorgaans niet voor LHBT lespakketten of gastlessen. Die verhogen wel het niveau van kennis en dragen soms enigszins bij aan een betere houding, maar gedragsverandering is nog niet aangetoond.

binnen drie weken

Ton Mooij, een onderzoeker aan de Radboud Universiteit, heeft uitgezocht wat dan wel werkt. Hij deed dat overigens niet specifiek voor LHBT maar voor het tegengaan van pesten en agressie in het algemeen. Hij liet een aantal scholen een experiment doen. Scholen mochten zelf experimenteren met mogelijkheden om pesten tegen te gaan. Uit het experiment bleek dat er maar één manier echt boven alles uitsprong qua effect: met de leerlingen afspraken maken over hoe je in de rest van het jaar met elkaar om zal gaan. En dat was niet het enige. Het bleek noodzakelijk om die afspraken binnen drie weken na het begin van het schooljaar te maken. Als je het later doet, dan heeft het nauwelijks zin meer. Het groepsperspectief dat iedereen het zelf maar moet uitzoeken, is dan al gezet en bijna niet meer te corrigeren.

welke regels maakt niet uit

Het onderzoek van Ton Mooij had nog een andere verrassende uitkomst: het maakt niets uit welke regels er precies worden afgesproken. Blijkbaar gaat het er meer om dàt regels worden afgesproken, dan wèlke precies. Dit principe wordt in het basisonderwijs al jaren herkend. Daar spreekt men soms over de eerste weken van het jaar als "gouden weken". In dit weken leren leerlingen elkaar kennen, bouwen ze onderlinge verhoudingen op en creëren ze een groepscultuur met elkaar. Scholen en docenten kunnen op die groepsvorming een actieve invloed hebben. Ze kunnen in die weken het elkaar leren kennen begeleiden en ervoor zorgen dat leerlingen die meer timide zijn, niet overheerst worden door meer agressieve of assertieve leerlingen. Het past ook in dat groepsvormingsproces om ook expliciete afspraken te maken over hoe je met elkaar omgaat.

bij voorkeur niet meer dan vier positieve regels

Het maakt dus niet uit welke regels worden afgesproken, maar het lijkt wel uit te maken hoe je ze formuleert. Door diverse onderwijskundigen is erop gewezen dat veel scholen hun regels op een weinig motiverende manier formuleren, en vaak ook nog zonder en dan nog commitment van de leerlingen zelf. In zulke gevallen ziet men bijvoorbeeld een lijst van 30 regels, die bijna allemaal negatief geformuleerd zijn: jas uit, in de les geen mobiele telefoon gebruiken, niet eten of drinken in de klas (de docent vaak uitgezonderd!). Uit onderzoek naar geheugen blijkt dat de meeste mensen er moeite mee hebben om lijstjes te onthouden die meer dan vier of vijf items hebben. Het is niet voor niets dat een pincode doorgaans uit vier cijfers bestaat. Daarom adviseren onderwijskundigen vaak om maximaal vier hoofdregels te formuleren, en die als dragers te hanteren voor een cultuur van omgangsvormen en gewenst gedrag. Een voorbeeld hiervan is gegeven door Frits Prior, oud adviseur va. het APS:

  1. We zijn respectvol : Iedereen heeft het recht om zich veilig te voelen.
  2. We gaan niet over de streep : We maken duidelijke afspraken over wat we acceptabel vinden.
  3. We gebruiken geen geweld : Conflicten worden op school zonder geweld opgelost.
  4. We zijn aanspreekbaar : We helpen elkaar om ons aan de afspraken te houden en spreken elkaar aan wanneer dat niet lukt.

Het werkt ook beter om die vier regels positief te formuleren, dan kan de leraar een constructieve opdracht geven in plaats van alleen verbieden. Zo zouden de tweede en de derde regel van Prior ook kunnen zijn: "we blijven binnen afgesproken grenzen" en "we zijn vreedzaam".

LHBT specifieke regels nodig?

Vanuit de LHBT beweging stelt men vaak de vraag (of eis) dat er specifieke aandacht moet zijn voor seksuele diversiteit. Het is de ervaring van de LHBT beweging dat als men dat niet expliciet doet, docenten of leerlingen het niet gaan doen. Nu is het de vraag om er een LHBT specifieke regels moeten zijn op scholen. Als we naar beschikbaar onderzoek kijken, zitten daar twee kanten aan.
Aan de ene kant zijn er onderzoeken die onderschrijven dat specifieke aandacht noodzakelijk is. Zo bleek al jaren geleden dat potenrammers (jongens die homoseksuelen in elkaar slaan) na hun arrestatie oprecht verbaasd waren dat de politie hen erop wees dat het in elkaar slaan van homo's niet toegestaan is. Dat hebben zij in hun vriendenkring of familie vaak nooit geleerd. In sommige bevolkingsgroepen heerst nog steeds het idee dat "homo's van een flat gegooid moeten worden" en "minder dan een varken (dus geen mens) zijn", dus in zo'n perspectief valt minder gewelddadig negatief gedrag nog reuze mee. Dat de politie deze jongens helder vertelde wat wel en niet mag, was voor hen een stevige educatie.

algemene regels blijken genoeg

Aan de andere kant blijkt dat scholen waar men alleen maar algemene regels heeft, en die regels door iedereen in een goede sfeer worden nageleefd, er vrijwel altijd een positief leefklimaat is, waarin iedereen inclusief minderheden en LHBT, goed kunnen leven, weken of leren. Sterker: het blijkt dat in zulke organisaties de homo- en lesbische werknemers een nog betere gezondheid en welzijn ervaren dat hun heterocollega's. Dat zou dus ondersteunen dat LHBT specifieke regels niet nodig zijn.
Op mij komt het over alsof allebei de invalshoeken kloppen en elkaar ook niet uitsluiten. In een algemene veilige en prettige sfeer, waarin iedereen zichzelf kan zijn, zijn LHBT specifieke regels de facto niet meer nodig, want de positieve cultuur is echt en geldt voor iedereen. Maar in een omgangscultuur waar omgaan met diversiteit niet vanzelfsprekend is, moet je wel specifiek aandacht besteden aan diverse minderheden, juist omdat dan het niet vanzelfsprekend is dat iedereen onder de algemene regels valt. Dat geldt in die gevallen nog sterker voor LHBT dan voor een aantal anderen minderheden, gezien de neiging om hen te benoemen als submenselijk of de allergie die sommigen hebben om het erover te hebben. Ik adviseer scholen dan ook altijd om in de gouden weken en bij het afspraken van schoolregels en omgangsvormen, altijd het omgaan met LHBT en andere mensen die anders zijn dan je misschien verwacht, expliciet te bespreken. Zelf op een veilige school hou je op die manier je inclusieve aanpak levend en actueel.

Peter Dankmeijer