lesgeven

zelfbeeld

Hoofdthema: zelfbeeld, homoseksualiteit
Niveau: HBO
Tijdsduur: 3 lessen: 1,5 uur, 2x 3 uur.
Nodig: geen materiaal nodig

samenvatting
Het is moeilijk tot een positief beeld te komen ten aanzien van die aspecten van jezelf, die de sociale omgeving juist afwijst. In deze werkvorm beschrijven de deelnemers mensen die zij bewonderen. Samen met groepsgenoten bespreken zij de beelden die zij hebben opgeroepen om zo tot een grotere zelfkennis en zelfwaardering te komen. We beschrijven de werkvorm hier voor lesbische deelnemers met een lesbische begeleider, maar variaties voor andere doelgroepen zijn natuurlijk goed mogelijk.

De werkvorm beslaat 3 bijeenkomsten en 2 huiswerk opdrachten. In de inleidende bijeenkomst van 1,5 uur wordt een schrijfoefening gedaan. In de twee bijeenkomsten (elk 3 uur) die daarop volgen, worden thuis geschreven teksten uitvoerig besproken

doelen

  • Deelnemers verwerven een beter inzicht in de eigen opvattingen over zichzelf als lesbische vrouwen in een homovijandige wereld
  • Deelnemers versterken de positieve kanten van hun zelfbeeld
  • Deelnemers creëren ruimte voor nieuwe beelden

voorbereiding

Laat de deelnemers elk een belevingsverhaal van een lesbische vrouw of meid verzamelen. Dat kan literatuur zijn, een ingezonden brief in een Lieve Lita rubriek of een verhaal dat ze gehoord hebben. De begeleidster kan zelf ook een verhaal schrijven.

Uitvoering 1e bijeenkomst

Introductie - Open de eerste bijeenkomst met een korte introductie; verduidelijk de opzet van de bijeenkomsten en bespreek kort de hierboven beschreven doelen en overwegingen. Leg uit dat deze serie lessen gaat over je zelfbeeld in relatie tot de omgeving. Vestig de aandacht op de wisselwerking tussen het zelfbeeld en de homonegatieve omgeving.

Mogelijke tekst:
"De ervaringen van mensen, hoe eigen ook, zijn altijd deel van de wereld om hen heen. In dialoog met de omgeving vormen zich de identiteit en het bewustzijn. Voor een lesbienne kan dit als volgt werken: als de omgeving lesbisch-zijn ontkent, stereotypeert en negatief kleurt, zal zij zichzelf op dit punt ook ontkennen of stereotyperen en minachten. Ze zal dit aspect van zichzelf misschien zelfs doodzwijgen.

Door over lesbische gevoelens geen dialoog te voeren met haar omgeving, voert ze daarover ook een dialoog met zichzelf. Ze blindeert een stuk van haar innerlijk leven. Door nu in een accepterende omgeving de aandacht te richten op positieve beelden, kan de dialoog wel tot stand komen. In die dialoog is het mogelijk eigen ervaringen te verwoorden en beter te verstaan. Dan kan je loskomen van beelden over lesbiennes die gevormd zijn in een homonegatieve samenleving. Je kunt nagaan wat er bedolven ligt onder het beeld dat je als lesbienne is opgelegd. Ook door jezelf."

Schrijfoefening - Dan volgt een oefening in het maken van een belevingsnotitie.

De opdracht kan als voluit luiden:
"Je schrijft een tekst waarin je beschrijft hoe je het eerste uur nadat je vanmorgen wakker werd, beleefde. Begin eerst met aantekeningen te maken van je zintuiglijke ervaringen na het ontwaken: wat rook je, wat proefde je, wat voelde je met je huid, wat hoorde je, wat zag je? Daarna schrijf je de eigenlijke tekst over hoe dat eerste uur vanmorgen voor jou was. Hoe was het in bed, hoe was de kamer, hoe de sensatie van het opstaan etc. ?"

Als de beschrijvingen klaar zijn, krijgt ieder de gelegenheid haar zelfbeeldnotitie voor te lezen. De begeleider stimuleert dat, maar dwingt niet. Naar aanleiding van de notities verduidelijkt zij nog eens wat een belevingsbeschrijving is.

Aan het eind van de 1,5 uur geeft de begeleidster de opdracht voor de volgende bijeenkomst.

"Maak een belevingsbeschrijving van een vrouw die je vroeger bewonderde. Beschrijf hoe je op haar reageerde. Waar zag je haar en wat bewonderde je in haar? Roep het beeld echt op voor je lezers of luisteraars. Neem je verhaal mee met voor iedereen een kopie."

Uitvoering 2e bijeenkomst

De tweede bijeenkomst begint met een korte uitwisseling over hoe het is gegaan met het schrijven. Dat om ieders nieuwsgierigheid te bevredigen en een zo breed mogelijk beeld te krijgen (0,5 uur).

Daarna bespreken de deelnemers in groepjes van vier de geschreven verhalen (4 x 0,5 uur). De groepjes krijgen daarbij de volgende schriftelijke instructie:

"Bij de bespreking staat telkens één schrijver met haar verhaal centraal. Bewaak de tijd goed, neem een half uur per persoon.

  1. Lees haar verhaal inlevend; probeer te ervaren wat de schrijver ervoer.
  2. Noteer iets over de sfeer van het verhaal en de gevoelens van de schrijver. Verhuis dan weer in jezelf. Wat treft jou het meest in het verhaal? Noteer dat ook.

De bespreking van een verhaal gaat in twee rondes.

  1. In de eerste ronde vertelt ieder wat volgens haar de sfeer van het verhaal en de gevoelens van de schrijver waren. De schrijver zegt in hoeverre dat klopt en geeft waar nodig correctie en aanvulling.
  2. In de tweede ronde vertelt ieder wat haar zelf het meest frappeerde in het verhaal. Waar ze dat wil, vraagt de schrijver door of ze geeft een reactie."

De begeleider/-ster is tijdens deze besprekingen beschikbaar voor begeleiding van de groepjes. Ga bij de groepen langs om te horen hoe het gegaan is en om te helpen bewaken dat ze de verhalen eerst lezen, notities maken en in 2 rondes bespreken.

Als de groepjes zonder begeleiding kunnen draaien, kan de begeleidster ervoor kiezen in één van de groepen mee te draaien.

De opdracht voor de derde bijeenkomst is dat ieder een belevingsbeschrijving maakt van een vrouw die zij nu bewondert.

Uitvoering 3e bijeenkomst

De derde bijeenkomst loopt net zoals de tweede, maar dan met nieuwe groepjes om tot een bredere beeldvorming te komen.

Het laatste halve uur van de derde les wordt besteed aan een plenaire afsluiting. leder gaat voor zichzelf na aan welke bijdrage van anderen, schriftelijk, mondeling of nog anders, ze echt wat heeft gehad. In een afsluitend rondje deelt iedereen één compliment uit.

aandachtspunten

Een autobiografisch verhaal schrijven en bespreken is emotioneel. De begeleider moet zich realiseren dat de deelnemers met huid en haar aanwezig zijn; ook die deelnemers aan wie dat minder is af te lezen.

variaties

Deze werkvorm lijkt ons bruikbaar voor alle mogelijke zelfbeelden die door de omgeving negatief gekleurd zijn, zoals: "huisvrouw", "werkende moeder", "flikker", "dienstweigeraar", "dikkerd" en "vrouw". Het is een vereiste dat alle deelnemers onder die noemer bij elkaar komen en liefst ook de begeleider.

Met de hier genoemde variaties hebben wij geen ervaring. Het lijkt ons dat de instructie: "Maak een belevingsbeschrijving van een vrouw of man die je bewonderde", bij alle vrouw- of manbeelden bruikbaar is.

Ook bij deze variaties moet bij de instructie en nabespreking steeds de wisselwerking tussen zelfbeeld en wereld belicht worden. Bedoeld wordt de wereld waarin respectievelijk huisvrouwen, werkende vrouwen, flikkers, dienstweigeraars, dikkerds en vrouwen in het algemeen geminacht worden.

referenties

Deze werkvorm is geïnspireerd door Brussé e.a., 1986, Tante Agaath en de Macho Muis en mag worden overgenomen met bronvermelding: www.edudivers.nl, EduDivers (september 2006).