lesgeven

stellingenspel

Niveau: alle niveaus:
Tijdsduur: 30-45 minuten (circa 10-15 minuten per stelling)
Nodig: schoolbord (of flappen), krijtje (of viltstift), stellingen

samenvatting

Het stellingenspel is goed bruikbaar op alle niveaus als leerlingen al het één en ander weten over vooroordelen over homoseksualiteit en hier over nagedacht hebben. De werkvorm leent zich voor het uitlokken van een discussie en het innemen van standpunten over homoseksualiteit.

spelregels

  1. Eén van de stellingen wordt op het bord geschreven.
  2. De voorstanders gaan links in de klas zitten en de tegenstanders rechts.
  3. Degenen die nog geen mening hebben zitten achter in de klas.
  4. Eén van de voor- en één van de tegenstanders beargumenteert zijn/haar mening over de stelling.
  5. Het is toegestaan om van mening te veranderen, maar je moet dan wel bij de desbetreffende 'club' gaan zitten. Als je twijfelt, dan ga je bij de groep 'geen mening' zitten. Zodra iemand van plaats wisselt dan moet dit beargumenteerd worden

voorbeelden van stellingen

  • Homoseksualiteit is normaal (discussie over wat 'normaal' en de norm is)
  • De Gay Pride (of Canal Parade) draagt bij aan homo/lesbische emancipatie (discussie over zichtbaarheid, mediabeelden, stereotypen, emancipatie voor homoseksuelen of/en heteroseksuelen)
  • Seksuele voorkeur is aangeboren (de feiten zijn dat het deels genetisch is maar de uitingen deels een keuze en cultureel bepaald; discussie over vooroordelen, mogelijke controle op gevoelens en maatschappelijke oordelen)
  • Echte mannen gedragen zich macho / Echte vrouwen gedragen zich verleidelijk (discussie over stereotype rolverwachtingen en heteronormativiteit)

eigen stellingen ontwikkelen

kunt ook eigen stellingen bedenken. De beste stellingen zijn stellingen waar 50% voor en 50% tegen is. Het gaat in deze werkvorm niet om gelijk te krijgen, maar om de argumenten. Waarschuwingin: stellingen over feiten (bijvoorbeeld "10% van de mensen is homo") zijn niet geschikt voor een discussie over meningsverschillen en argumenten. Gebruik geen ontkenningen in een stelling ("de Gay Parade draagt niet bij aan homo-emancipatie"), dan moeten tegenstander reageren op een dubbele ontkenning.

begeleiding

De begeleiding van de docent(e) bestaat eruit om de discussie strak te begeleiden. Het is zaak dat niet iedereen door elkaar praat. De docent(e) stelt verhelderende vragen. Aan het begin, na het innemen van een standpunt wordt de beginsituatie geteld en opgeschreven (ja, nee en geen mening). Aan het eind, na de bespreking van de stelling, wordt er nogmaals een telling gehouden en genoteerd. Per stelling ongeveer 15 minuten reserveren. Het moet niet zo zijn dat dezelfde leerlingen voortdurend aan het woord zijn. Eventueel beurten geven.
Als variatie kun je ook kiezen voor alleen voor- en tegenstanders.