lesgeven

scheldwoorden

pd: geinspireerd op, bron, jaartal

Hoofdthema:
homoseksualiteit:
Niveau:
Tijdsduur:
Nodig:

  • schoolbord, krijt
  • lijstje met scheldwoorden
  • spelregels en begeleiding

Een voorlichting over het thema 'scheldwoorden', is een opwarmer voor de lagere klassen. In een veilige omgeving, worden leerlingen overgehaald om over het onderwerp te praten. Het bespreekbaar maken van het thema scheldwoorden, blijkt een efficiënt middel om een start te maken met een voorlichting over homoseksualiteit. De barrière om over homoseksualiteit te praten wordt verkleind. Tevens vinden leerlingen het vaak erg leuk om eens een aantal woorden op te noemen, die ze anders nooit mogen roepen.

Schrijf op het bord alle woorden die leerlingen kennen voor homo of lesbienne (of mannelijke en vrouwelijke homoseksueel). Breng op het bord een onderverdeling aan onder de kopjes:

MAN ------------------------------------------- VROUW

Homo ------------------------------------------ Lesbienne

Flikker---------------------------------------- Pot

Poot ------------------------------------------ Manwijf

Ruigpoot -------------------------------------- Dijk

Broodpoot ------------------------------------- Hoer

Nicht ----------------------------------------- Doos

Ibne (Arabisch) ------------------------------- ?

Boeler ---------------------------------------- Schuurmeid (Surinaams)

Mankoe/Maricu --------------------------------- Machoro (Antilliaans)

Wandu, perempuan busuk ------------------------ Ze lijkt op een vent (Muluks)

Als leerlingen niets meer weten, vul dan de lijst aan. Naar alle waarschijnlijkheid valt meteen op dat de lijst voor mannen groter is dan die voor vrouwen. Je kunt daarop inspringen door vragen te stellen:

  • Hoe komt het dat er meer woorden zijn voor mannen dan voor vrouwen?
  • Is het zo dat er meer homo's zijn dan lesbiennes?
  • Vinden jullie dit echt scheldwoorden? Waarom?
  • Waarom worden homo's en lesbiennes uitgescholden? Vind je dat terecht?
  • Welke woorden vinden jullie het vriendelijkst?

Dit lijstje kan natuurlijk uitgebreid worden. De docent stelt de ondersteunende vragen. Laat de leerlingen nadenken en zich een mening vormen. Naar aanleiding van de opgeschreven woorden kan de groep bepalen welke woorden er in de rest van de voorlichting gebruikt gaan worden.