lesgeven

cirkeloefening

Thema: vooroordelen over homoseksualiteit
Tijdsduur: 25 minuten

Samenvatting
De deelnemers vullen een cirkel in met namen van hen bekende homo/lesbo's. Hoe minder persoonlijk zij hen kennen, hoe verder weg van het midden de namen staan. Deze oefening wordt nabesproken op informatie en vooroordelen die men heeft. Besproken wordt welke reacties men in de klas kan verwachten.

Doelen
Deelnemers herkennen vooroordelen dat homoseksuelen mannen zijn en dat zij vooral stereotypen zien.

Stappen

  1. Teken de cirkel op het bord. De cirkel bestaat uit 6 kringen, waarin van binnen naar buiten staat: IK, gezin, goede vrienden, familie, kennissen/school, buitenwereld.
  2. Vraag de deelnemers (voor-)namen te geven van homo/lesbo's die zij kennen. Geef een kruisje links voor de vrouwen en rechts voor de mannen; schrijf in de buitencirkel ook namen van bekende Nederlanders. Bevorder zo nodig de herkenning door vragen te stellen.
  3. Trek conclusies. Vaak weet men in eerste instantie geen namen, later wel. Komt door onzichtbaarheid. Meestal zijn er aanzienlijk minder vrouwen dan mannen; lesbische vrouwen zijn nog meer onzichtbaar dan homomannen. Vaak kent men meer personen die niet nabij zijn: zichtbaarheid door stereotype beeldvorming.
  4. Bespreek de conclusies. Als men minder dan 10% van de mensen die men kent als homo benoemt, hoe komt dat dan? (Omdat ze er niet allemaal voor uitkomen of niet aan het stereotype beeld voldoen.) Waarom zijn lesbische vrouwen niet zo zichtbaar? (Dubbel gediscrimineerd - als vrouwen homo - dus komen er nog minder snel voor uit, vrouwen worden niet verondersteld seks te hebben, dus worden daarop niet snel herkend.)
  5. Welke vooroordelen/beelden kwamen naar voren, hoe denkt men daarover?

Nabespreking

  • Hoeveel procent van de mensen is homoseksueel (geschat)?
  • Als je naar het percentage kijkt, hoeveel homoseksuele jongeren zouden er dan ongeveer op deze school rondlopen?
  • Hoeveel homoseksuele docenten zouden er op deze school zijn?
  • Hoeveel ken je er? Waar heeft dat mee te maken?
  • Stel dat je homoseksuele gevoelens zou hebben of vermoeden dat je homoseksueel zou zijn, hoe zou het dan zijn er hier in de klas over te praten? Wat houdt je tegen?
  • Hoe zou je reageren als je beste vriend/vriendin zou vertellen dat hij/zij homoseksueel is?

Aandachtspunten
Algemeen: Het beeld dat meestal naar voren komt is, dat er weinig namen komen in de binnenste 3 cirkels, wel wat meer namen in de buitenste cirkels, en vaak méér mannen dan vrouwen.

Variaties
De laatste twee vragen van de nabespreking in de vorm van een rollenspel uit laten spelen.

Referenties
Deze werkvorm mag worden overgenomen indien vermeld wordt: "Bron: www.edudivers.nl, EduDivers, januari 2006"