lesgeven

tips voor het omgaan met homoseksualiteit in de gymles

Overal wordt gediscrimineerd. Of het nu om ras, geloof of seksuele voorkeur gaat. Als trainer/coach kunt u veel doen om discriminatie tegen te gaan. Voor veel (jonge) sporters heeft u immers een voorbeeldfunctie. Daar kunt u gebruik van maken. Laat zien wat u verwacht van uw leerlingen en collega's. Geeft het goede voorbeeld: in de sport, en in de omgang met elkaar.

homoseksualiteit in de gymles

Sport is een fysieke uitingsvorm, waarbij soms vooral mannelijke stereotypen als positief worden gewaardeerd: kracht, uithoudingsvermogen en winnen. Uitingen van homoseksualiteit passen - althans volgens veel leerlingen - niet in dit beeld. Zoals u weet is het een vooroordeel dat homoseksuelen (en met name homoseksuele mannen) niet sportief kunnen presteren. Toch is deze stereotypering hardnekkig en worden slechte prestaties gekoppeld aan geen echte man zijn, een mietje.

In deze handreiking vindt u tips ten aanzien van:

  • uw eigen gedrag
  • teamwork
  • correctie va onwenselijk gedrag van leerlingen
  • ideeën voor spelvormen

voorbeeldgedrag

Een gymdocent is een rolmodel voor de leerlingen. Daarbij structureert hij/zij de les en geeft actief vorm aan sportiviteit. De docent geeft het goede voorbeeld door positief gedrag en door bewust te kiezen voor het nalaten van stigmatiserend gedrag. Dus maak zelf niet opmerkingen als:
Je rent als een mietje
Het lijkt wel of je lesbisch bent

Laat daarentegen merken in woord en daad dat u het belangrijk vindt dat iedereen in zijn of haar waarde wordt gelaten, iedereen mee mag doen en aan de beurt komt en dat meisjes en jongens weliswaar niet gelijk zijn maar wel gelijkwaardig.
Machogedrag bij uzelf vermijden, ook al maakt dat het lastiger een van de jongens te zijn.
Zet een maatstaf voor sportief gedrag: daarbij hoort dat men goed met elkaar samenwerkt en elkaar niet uitsluit.
Werk dit ook uit in de manier waarop men de les indeelt. Veel homo's hebben zelfs vele jaren na de middelbare school nog nare herinneringen aan de gymles, met name aan het kiezen van teamleden voor een teamsport. Het is voor niemand leuk als men je niet bij het team wilt en als je altijd als laatste gekozen wordt, met bijbehorende denigrerende opmerkingen.
Waardeer bijdragen aan de sfeer en de activiteiten die niet direct een sportief succes hoeven te zijn. Bijvoorbeeld iemand die goed is in peptalk.

Spreek duidelijke regels af en handhaaf deze ook. Voorbeelden van regels staan verderop in dit artikel. Gebruik ook de tips verderop in dit artikel en beloon leerlingen die deze tips toepassen.

teamwork en competitie

In sport kan men competitie inbouwen, maar ook samenwerking. Door teamwerk leren leerlingen beter samen te werken. Zo kan men organiseren dat leerlingen samen spullen klaar zetten en opruimen, teambuilding doen etc. Als mensen meer samenwerken en (leuke) dingen doen, wordt de tolerantie naar elkaar toe vaak groter.
Bij meer competitieve activiteiten kan de docent ervoor zorgen dat de competitie sportief blijft en niet ontaardt in de versterking van diverse sociale uitsluitingsmechanismen, zoals homofobie en discriminatie, noch andere vormen van uitsluiting.

Als er gemengd wordt gesport, is dat natuurlijk spannend voor jongens en meisjes die elkaar leuk vinden, maar ook voor al dan niet verborgen homojongens en lesbische meisjes. Zoek naar manieren om overdreven haantjesgedrag en verleidingsgedrag te dimmen en naar vormen van samenwerking tussen jongens en meisjes. Waardeer de kracht van elke leerling qua prestatie en qua teamgedrag. Probeer je samenwerkingsopdrachten zo samen te stellen dat niet alleen kracht en behendigheid een voorwaarde is om goed te presteren.

reacties op onwenselijke opmerkingen

Soms wordt de docent geconfronteerd met onwenselijke of zelf discriminerende opmerkingen zoals:

  • Geen homo's in mijn team
  • Laat je zeep niet vallen (dan zit hij aan je kont)
  • Doe niet als een wijf
  • Dat is een echt manwijf, pas maar op voor haar
  • Ze zit in de douche altijd naar andere meiden te gluren

Veel homonegatieve opmerkingen zijn seksistisch. Gedrag dat met meisjes wordt geassocieerd, is niet macho en (dus) minderwaardig, volgens sommige jongens. Benoem dat dit soort opmerkingen zowel storend en discriminerend is voor homo's als voor meiden. En dat het zeker geen bijdrage aan levert aan de teamspirit en de regels van fair play.
Overdreven machogedrag kan men ook benoemen als overkill om eigen onzekerheid te verbergen. Om dit laatste te kunnen doen, moet men wel enige kennis hebben van de straatcultuur die sommige leerlingen meebrengen. Als de docent niet de juist toon treft bij machojongens, kan dit gemakkelijk in vijandschap ontaarden. Meer informatie over de macho straatcultuur en de aanpak daarvan kan men onder meer vinden in Hans Kaldenbach, Respect! 99 tips voor het omgaan met jongeren in de straatcultuur(2004).
Laat merken dat denigrerende grappen niet sportief zijn. Soms spreek je de hele groep er op aan, soms alleen de dader. Steun altijd en openlijk het slachtoffer
De les tijdelijk onderbreken of stoppen kan soms ook effectief zijn.

bespreekbaar maken

Veel homonegativiteit is geworteld in bredere seksistische ideeën en heteronormativiteit. Een meer uitgebreide bespreking kan wenselijk zijn.
Soms wordt openlijk en bewust gediscrimineerd. Maar vaker indirect en onbedoeld. Denk aan opmerkingen als: ik had nooit gedacht dat een homo zo goed kan sporten. Of je bent toch geen mietje. Bij mensen die (nog) niet zeker zijn over hun seksuele voorkeur, kan die laatste opmerking verkeerd vallen. Ook wordt vaak voorbij gegaan aan het feit dat in Nederland mannen met mannen en vrouwen met vrouwen kunnen trouwen.
Door zulke opmerkingen niet te negeren, maar er (misschien gespeeld) verbaasd op te reageren en vragen te stellen over waarom de opmerking geplaatst wordt, kan de docent zulke (voor)oordelen bespreekbaar maken.
Relevante thema's die u in de gymles kunt bespreken:

  • Typische mannen- en vrouwensporten
  • Waarom sporten mannen en vrouwen soms apart?
  • Discriminatie in de sport, voorbeelden m/v, ras, handicap, seksuele voorkeur. Wanneer is iets discriminatie en wanneer gerechtvaardigd onderscheid?
  • Waarom hebben homoseksuelen eigen sportclubs en gay games?

Bij onvoldoende kennis over dit soort vragen, is een goede voorbereiding gewenst. In plaats van zelf alle antwoorden aan leerlingen te geven kunt u ze ook vragen het voor de volgende les zelf op te zoeken.

oefeningen

In de gymles wordt gesport en doorgaans niet uitgebreid gesproken. Homofobie en heteronormativiteit kan men ook met meer non-verbale spellen verkennen en eventueel kort nabespreken. Bij dit soort spellen is het belangrijk dat men in de groep eerst een onderling vertrouwen en een sportieve teamgeest opbouwt. Daarom raden we aan om in eerste instantie een aantal vertrouwensoefeningen te doen, bijvoorbeeld:

  • Blindemannetje spelen: leerlingen laten zich door andere leerlingen geblinddoekt langs een reeks hindernissen leiden.
  • Jezelf met je ogen dicht laten vallen in een (nauwe) kring, anderen vangen je op.
  • Rondlopen met steeds verschillende loopjes: gewoon, langzaam, snel, huppelend, macho, als een chique dame, als de leraar.
  • Spiegelen, elkaars bewegingen nadoen, verkennen wat ieders eigen maniërisme zijn (dit laatste vereist al een grote mate van onderling vertrouwen).

Samenwerkingsoefeningen vergroten het onderlinge vertrouwen en empathisch vermogen, bijvoorbeeld:

  • Samenwerkingsoefeningen: samen van diverse apparaten een brug bouwen, oefeningen bedenken en laten uitvoeren.
  • In kleine groepen tableaus vivants maken.
  • De levende machine: een leerling is de ingenieur en bouwt met de lichamen van andere leerlingen een machine. De ingenieur kan de menselijke onderdelen aan elkaar vast maken, bewegingen laten maken en geluiden laten maken. Deze oefening is erg grappig en kan ook dienen als non-verbale evaluatie van de stemming van een groep (de machine reflecteert doorgaans de verhoudingen in de groep). Dit kan eventueel ook expliciet nabesproken worden, maar het hoeft niet

Voorbeelden van meer specifieke oefeningen rond uitsluiting, seksisme en homofobie zijn:

  • Get in line. laat de leerlingen in een rij gaan staan in volgorde van (1) leeftijd, (2) afkomst Noord-Zuid, (3) kleur haar, (4) schoenmaat, (5) lengte, en eventueel (6) mannelijkheid-vrouwelijkheid (dit is lastig in een vmbo klas, maar in vwo-klassen wel te doen). Tijdens het indelen ontstaat een discussie over feiten, inschatting en (voor)oordelen. Je kunt ook noemen dat het bij basketbal handig is dat iemand lang is, maar dat bij turnen een grote lengte lelijk in de weg kan zitten.
  • Ik wel/Ik niet spel. Noem een aantal woorden (rood haar, woon meer dan 10 minuten van school, ouder dan [gemiddelde leeftijd], erg slim, hou van Kylie Minogue, Nederlands, vrouw, homo/lesbisch) op en laat de leerlingen links of rechts gaan staan als ze vinden dat ze dit wel of niet zijn. Zeg er van te voren bij dat je mag liegen in dit spel. Speel het spel in stilte en laat de leerlingen geen opmerkingen maken. Bespreek het kort na: wat was je gevoel erbij, hoe voelde het om soms als enige of als klein groepje aan een kant te staan. Maakt het uit als je soms de enige bent? Vraag ook wie er niet op alle vragen eerlijk antwoord heeft gegeven.
  • Etikettenspel. Plak iedereen een willekeurig etiket met een stereotype (lui, vrolijke, intellectueel, loverboy, stoer, grappenmaker, homo, manwijf, etc.) op de rug en laat ze rondlopen. De leerlingen mogen niet verraden wat ze bij anderen lezen en niet weten wat ze zelf op de rug hebben. Geef ze daarna een samenwerkingsopdracht voor tweetallen. Bij de opdracht moeten de leerlingen hun partner behandelen zoals op het etiket staat (maar niet verraden wat erop staat). De samenwerkingsopdrachten lukken niet zo goed. Bespreek het kort na: elkaar benaderen op etiketten of stereotypen is niet sportief, voelt vervelend en belemmert de samenwerking.

seksuele hygiëne, erotiek en seksualiteit

De gymles is bij uitstek een soort les waarin erotiek en seksualiteit een rol speelt, alleen al door het feit dat jongeren in de puberteit zijn en relatief schaars gekleed in deze lessen. Dit kan men negeren maar ook constructief integreren.

Het uit- en aankleden en douchen is een integraal onderdeel van de les. Afhankelijk van de school en de leerlingenpopulatie kan dit een gelegenheid zijn om leerlingen te wijzen op hoe zij zich (inclusief hun geslachtsdelen) het best kunnen wassen. Een neutrale behandeling daarvan kan de schaamte verminderen. Sommige jongens en meisje mogen ook niet naakt douchen. Bespreek dit en maak richtlijnen hoe daar mee om te gaan.

Bespreek wat ongewenste intimiteiten/aanrakingen zijn, hoe je erop kan reageren en wat je moet doen als anderen echt over de schreef gaan. Benoem expliciet dat zowel jongens als meisjes er last van kunnen hebben, en zowel hetero's als homo's en dat het in geen van de gevallen acceptabel gedrag is.

Het kan goed zijn om met de docenten biologie of verzorging af te spreken wat zij aan seksuele vorming doen en hoe de gymdocent daarop kan aanhaken. Het best is als de school een doorlopende leerlijn heeft voor seksuele ontwikkeling, omgangsvormen en burgerschap, zodat u weet op welk moment in de schoolcarrière wat aan de orde is en wat uw plaats als docent in die leerlijn is. Korte oefeningen die u in de gymles kunt doen zijn bijvoorbeeld:

  • Inventarisatie van gedrag dat soms neutraal, soms erotisch en soms seksueel is (zoals hand in hand lopen, kussen, elkaar aanraken). Wanneer is het wat?
  • Inventarisatie van gedrag dat gewenst of onwenselijk is.

aanvullende tips

  • Behandel alle leerlingen en collega's eerlijk en met respect, zonder te letten op hun seksuele voorkeur of in te gaan op vermoedens van seksuele voorkeur.
  • Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van veel voorkomende de problemen die niet-heteroseksuele sporters (homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen, transgender) tegenkomen.
  • Bedenk of uzelf vooroordelen ten aanzien van niet-heteroseksuele personen hebt. Ga er mee aan de slag als je merkt dat u ze hebt.
  • Zorg ervoor dat uit uw taalgebruik blijkt dat u er niet vanuit gaat dat iedereen heteroseksueel is. Vraag bijvoorbeeld aan een meisje niet automatisch of zij als een vriendje heeft.
  • Gebruik de woorden homo, lesbisch, biseksueel en transgender op positieve wijze. Homo wordt maar al te vaak als scheldwoord gebruikt. De intonatie en de manier waarop u de woorden gebruikt, geeft al een belangrijk signaal af. Ook opmerkingen waaruit blijkt dat u seksuele diversiteit gewoon vindt, dragen bij aan de tolerantie naar elkaar.
  • Ga er altijd van uit dat er niet-heteroseksuele personen in uw omgeving (leerlingen, collega's, directieleden) aanwezig zijn. Niet iedereen is open over zijn/haar seksuele voorkeur.
  • Maak duidelijk aan uw leerlingen wat u van hen verwacht: acceptatie van diversiteit in de les en in teams. Geef zelf het goede voorbeeld en stimuleer en beloon wenselijk gedrag. Verwacht van alle sporters dat zij respectvol met elkaar omgaan, zowel van hetero's homo's, lesbiennes en transgenders.
  • Soms doen niet-heteroseksuele sporters in vertrouwen mededelingen ten aanzien van hun seksuele voorkeur. Zorg ervoor dat deze informatie vertrouwelijk blijft en respecteer hun privacy.
  • Vraag aan de mensen zelf hoe u ze het best kunt ondersteunen.
  • Draag bij aan een antidiscriminatiebeleid in de hele school waarin seksuele voorkeur en transgender aspecten met name genoemd worden. Probeer het punt op de agenda te krijgen.
  • Zorg ervoor dat u weet welke organisaties en/of personen sporters ondersteuning geven op het gebied van seksuele voorkeur. Er zijn honderden homo- en lesbische sportclubs in Nederland (zie Stichting Homosport, www.homosport.nl).
  • Geef antwoorden op vragen rondom seksuele voorkeur aan ouders en media op een zodanige manier dat het niet discriminerend of bevooroordeeld is. Laat merken dat u onderschrijft dat seksuele voorkeur niets te maken heeft met sportprestatie. Ondersteun de persoon in kwestie.

regels voor sportende leerlingen

Hier geven we een wat meer uitgebreide voorzet voor regels voor leerlingen (en gymcollega's) voor een homotolerante gymles.

Is de sfeer in het team goed, kunnen de teamleden redelijk met elkaar opschieten, dan sport je lekker. Een prettige sportomgeving heeft ook met tolerantie te maken. In een tolerante omgeving is de sfeer prettig en gaan mensen leuk met elkaar om. Ook durven mensen eerder open te zijn en uit te komen voor hun geaardheid en eigenaardigheden.

Ook jij kunt bijdragen aan het creëren van een prettige sportomgeving. Zorg ervoor dat ook lesbische, homo- en biseksuele en transgender personen zich thuis voelen op de sportvereniging. Hieronder vind je voorbeelden van acties die je kunt ondernemen:

  • Gebruik geen discriminerende, beledigende of denigrerende taal tegen of over lesbiennes, homo- en biseksuelen en transgenders. Maak ook geen racistische, seksistische of antisemitische opmerkingen.
  • Protesteer wanneer teamgenoten, trainers of coaches discriminerende opmerkingen maken.
  • Pik het niet wanneer anderen je uitschelden voor homo, lesbo of hetero.
  • Beoordeel mede-sporters op basis van hun karakter en persoonlijkheid, niet op seksuele voorkeur of een ander uiterlijk.
  • Ondersteun je mede-sporters wanneer ze gepest, gediscrimineerd of uitgelachen worden.
  • Als je zelf slachtoffer bent geworden van discriminatie, mishandeling of pesterijen ga naar iemand die je kan helpen, bijvoorbeeld een trainer of vertrouwenspersoon.
  • Heb respect voor lesbische, homo- en biseksuele en transgender mede-sporters die daar open over zijn. Behandel iedereen met respect ook al zijn er verschillen
  • Iedere sporter heeft recht op sociale en fysieke veiligheid. Help daarvoor te zorgen. Grijp in, of roep hulp als er fysiek geweld dreigt. Zorg voor een prettige sfeer. Maak geen vervelende opmerkingen omdat iemand anders is. Lach niet om flauwe en discriminerende grappen van anderen. Wees aardig voor het slachtoffer
  • Maak niet op grond van iemands uiterlijk aannames over zijn/haar seksuele voorkeur.
  • Bedenk dat je zelf een (stereotype) beeld kunt hebben ten aanzien van mensen met een andere seksuele voorkeur. Ga er niet van uit dat dit altijd klopt.
  • Ga er van uit dat iedere groep uit mensen met verschillende seksuele voorkeuren kan bestaan.
  • Probeer homoseksualiteit en discriminatie bespreekbaar te maken binnen je eigen vereniging. Bijvoorbeeld in het bestuur of tijdens bijeenkomsten.
  • Weet dat er veel heteroseksuelen zijn die niet discrimineren en een bijdrage (kunnen) leveren aan het homovriendelijk maken van je omgeving
  • Geen woorden maar daden: geef zelf het goede voorbeeld.
  • Neem voor advies, bij klachten of bij discriminatie contact op met vertrouwenspersonen van NOC*NSF.

De aanvullende tips en regels voor sportende leerlingen zijn ontleend aan www.tolerantesporters.nl.

EduDivers, kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs, 2009