lesgeven

handreiking doorlopende leerlijn rond burgerschap, seksuele vorming en homo-emancipatie

Deze handreiking geeft suggesties voor het opstellen van een doorlopende leerlijn rond burgerschap, seksuele vorming en homo-emancipatie. Om deze systematisch op te bouwen, gaan we eerst in op de kerndoelen rond deze onderwerpen, vervolgens op de ontwikkelingsfasen van jongeren en tenslotte geven we een overzicht van mogelijke doelen en activiteiten in het kader van een doorlopende leerlijn.

kerndoelen

Er zijn kerndoelen voor burgerschap en gezondheid geformuleerd. Voor burgerschap gaat het vooral om:

respect voor opvattingen en leefwijzen

Kerndoel 43 De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, en leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen.

Daarnaast spelen kerndoelen 35, 36 en 48 een rol:

zelfzorg en zorg voor anderen

Kerndoel 35 De leerling leert over zorg en leert zorgen voor zichzelf, anderen en zijn omgeving, en hoe hij de veiligheid van zichzelf en anderen in verschillende leefsituaties (wonen, leren, werken, uitgaan, verkeer) positief kan beïnvloeden.

standpunten verkennen en innemen

Kerndoel 36 De leerling leert betekenisvolle vragen te stellen over maatschappelijke kwesties en verschijnselen, daarover een beargumenteerd standpunt in te nemen en te verdedigen, en daarbij respectvol met kritiek om te gaan.

contextualiseren

Kerndoel 38 De leerling leert een eigentijds beeld van de eigen omgeving, Nederland, Europa en de wereld te gebruiken om verschijnselen en ontwikkelingen in hun omgeving te plaatsen.

respect

Kerndoel 37 De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.

omgaan met rechten en conflicten

Kerndoel 47 De leerling leert actuele spanningen en conflicten in de wereld te plaatsen tegen hun achtergrond, en leert daarbij de doorwerking ervan op individuen en samenleving (nationaal, Europees en internationaal), de grote onderlinge afhankelijkheid in de wereld, het belang van mensenrechten en de betekenis van internationale samenwerking te zien.

De onderwijsinspectie verwijst daarbij naar 7 centrale Nederlandse basiswaarden die door deze doelen bevorderd moeten worden: vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid/tolerantie, autonomie, afwijzen van onverdraagzaamheid en afwijzen van discriminatie (zie bijlage voor uitwerking).
Seksuele diversiteit wordt niet specifiek genoemd in deze kerndoelen, maar dat geldt ook voor andere specifieke thema's.

seksuele weerbaarheid

Voor seksuele vorming is vooral kerndoel 34 van toepassing:
Kerndoel 34 De leerling leert hoofdzaken te begrijpen van bouw en functie van het menselijk lichaam, verbanden te leggen met het bevorderen van lichamelijke en psychische gezondheid en daarin een eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Er zijn besprekingen gaande om de kerndoelen rond seksuele vorming en seksuele weerbaarheid aan te scherpen. Het Nederlands Jeugd Instituut en MOVISIE raden het ministerie aan om doelen 34, 35 en 37 toe te spitsen door er woorden aan toe te voegen als seksuele weerbaarheid, seksuele en psychische gezondheid en welbevinden en respectvol en weerbaar in plaats van (alleen) redzaam. EduDivers heeft geadviseerd om in doel 35 discriminatie expliciet te noemen en daarbij te verwijzen naar de gronden in de wet gelijke behandeling.

Het volgende schema geeft een globaal overzicht van de sociaal-emotionele ontwikkelingsfasen van kinderen, voor zover gerelateerd aan burgerschap en seksuele weerbaarheid. De fasen zijn indicaties, want er kunnen grote verschillen zijn tussen jongeren onderling. Ook het al dan niet sociaal veilige schoolklimaat en de context buiten de school spelen een grote rol in de mate en snelheid waarmee jongeren een maatschappelijk verantwoorde groei doormaken. Bij een onveilige omgeving zal de groei geremd worden, een veilige en pro-sociale omgeving

LEEFTIJDEDUCATIEF THEMATOELICHTING
Ca. 4-6 jaar Sekseverschillen Kinderen leren sekseverschillen en rolpatronen. Afwijkingen worden nog niet veroordeeld.
Ca. 7-10 jaar Groepsproces Kinderen leren verschillen in relaties. Het experimenteren met onderscheid leidt tot afweer. De verhouding tussen jongens en meisjes komt onder druk en kinderen experimenteren met uitsluitinggedrag.
Ca. 11-15 jaar Seksuele identiteit, relatievorming Jongeren leren seksuele gevoelens kennen. Eerste pogingen om vorm te geven aan eigen identiteit. Experimenten. Afwijkend gedrag wordt sterk veroordeeld.
Ca. 16-21 jaar Leefstijl Jongeren geven vorm aan hun identiteit en leefstijl. Als zij zich daarbij meer zeker voelen, ontstaat ruimte voor tolerantie ten opzichte van afwijkende leefstijlen.

In het voortgezet onderwijs kunnen we een nog iets meer gedetailleerde onderverdeling maken.

LEEFTIJDEDUCATIEF THEMATOELICHTING
Eerste helft brugklas Kennismaking, groepsvorming, sociale steun De meeste leerlingen zijn nog speels en vrij open. Wel onzeker door intrede in nieuwe omgeving en nieuwe vrienden. Abstractievermogen en inlevingsvermogen begint toe ontwikkelen maar is nog relatief gering.
Ca 13-14 jaar Omgaan met je emoties, vriendschap en dating; grenzen, oppassen met onverdraagzaamheid Start puberteit. Sterke lichamelijke veranderingen. Grote onzekerheid over zichzelf. Seksueel en relationeel leren door van elkaar af te kijken. Naar andermans gedrag wordt met spanning gekeken. Men zoekt sterke voorbeelden. Geregelde fouten in onderlinge omgang door experimenteren. Begaanheid met de wereld en inlevingsvermogen beginnen te ontwikkelen, maar nog uit balans.
Ca. 15-16 jaar Seksuele identiteitsvorming, eerste relatievorming, autonomie, grenzen, keuzes Jongeren ervaren sterke seksuele gevoelens; een flinke minderheid heeft al seksuele ervaringen. Ook een deel van de jongeren met lesbische/bi/homogevoelens heeft heteroseksuele ervaringen. Eerste pogingen om vorm te geven aan eigen identiteit. Soms acting out van extreem gendergedrag (macho of slet). Afwijkend gedrag wordt sterk veroordeeld, extreem gedrag wordt bewonderd. Toename risicogedrag op allerlei fronten. Abstractievermogen en empathie nemen toe, maar staan vaak op gespannen voet met dagelijkse ervaringen, groepsdruk, eigen wensen etc. Er is geen samenhang.
Ca. 17-18 jaar Ontwikkeling vaste relaties en eigen leefstijlkeuzes Jongeren geven steviger vorm aan hun identiteit en leefstijl. Merendeel heeft ervaring met seks. Naarmate zij zich meer zeker voelen, ontstaat ruimte voor tolerantie ten opzichte van afwijkende leefstijlen. Kansarme jongeren hebben meer moeite deze ruimte te vinden.

doorlopende leerlijn

In een doorlopende leerlijn proberen we de kerndoelen te koppelen aan de ontwikkelingsfasen van de leerlingen. Zo ontstaat een voor leerlinge een natuurlijke groei van competenties die bij hen past. De volgende suggesties moeten vanzelfsprekend aangepast worden aan specifieke schoolpopulaties en klassen.

JAAR/THEMADOELENROZE DRAAD
BRUGKLAS: Samen leren, samenwerken (vriendschap, elkaar steunen, elkaar leren kennen en waarderen, samenwerken) Veiligheid: kennismaking, bevorderen onderlinge sociale steunElkaar persoonlijk leren kennen; spelenderwijs
..Omgangsvormen: omgaan met emoties, respectWat doe je als een vriend homo/lesbo/trans blijkt te zijn? Zie voor specifieke omgang met transgender kinderen het scholenboekje van Transvisie.
..Democratie: meepraten over schoolregels Spel: wat doe je als je vriend wordt gepest, wat doet we als klas? Wat doen we op school met homootje pesten?
..Seksuele vorming: vriendschap en dating, puberteit (technisch) Ook lesbische en homodating noemen. En hoe doen biseksuelen dat?
TWEEDE JAAR:
Eigen keuzes maken (waaronder: grenzen aan je wensen, empathie, omgaan met emoties)
Veiligheid: vragen naar eigen wensen maar ook duidelijke grenzen stellen Laat merken dat de school openstaat voor vragen over homogevoelens.
..Omgangsvormen: doorpraten over wensen en grenzen. Discussie: kan je jouw gevoelens en identiteit uiten, ook als homo op school? Zie de werkvormen bij Mijn ID.
..Democratie: meepraten over hoe we de schoolcultuur vormgeven; bij groot draagvlak daar iets mee doen Hoe ga je om met negatieve emoties rond homoseksualiteit (en andere dingen die je niet kent). Zie lessenserie Respect 2get=2give.
..Seksuele vorming: eerste seksuele ervaring, voorbehoedsmiddelen (technisch), basis gewenste seksuele benadering jongens/meisjes apart) Homoseksuele/lesbische eerste ervaring meenemen
DERDE JAAR: Respect, to give=to get. (respect krijgen en respect geven, omgaan met groepsdruk, balans tussen eigen wensen en identiteit en die van anderen) Veiligheid: ruimte voor experiment maar met een helder kader Discussie: kan je jouw gevoelens en identiteit uiten, ook als homo op school? Zie de werkvormen bij Mijn ID.
..Omgangsvormen: aandacht voor hoe de school omgaat met meningsverschillen en conflicten Benoem meningsverschillen rond seksuele diversiteit. Zie lessenserie Respect 2get=2give.Voor speciale interactieve aandacht rond problemen rond homoseksualiteit: Interactief Theater AanZ of Black-out.
..Democratie: wensen en vragen inbrengenSteun de opzet van een Gay/Straight Alliance. Zet Mind Mix in voor bewustwording.
..Seksuele vorming: eerste seksuele ervaring, voorbehoedsmiddelen (praktisch), doorpraten, rollenspel gewenste seksuele benadering (jongens/meisjes samen) Homo/les/bi relaties benoemen.
Nodig vrijwilligers uit om hun verhaal te vertellen.
VIERDE JAAR: Waardevolle relaties (eerste relaties, elkaar waarderen, meningen vormen, kritiek kunnen geven en ontvangen) Veiligheid: ruimte voor individuele ontplooiing en aandacht voor relatievorming Homo/les/bi relaties benoemen.
Nodig vrijwilligers uit om hun verhaal te vertellen.
..Omgangsvormen: discussie over relatie tussen individuele keuzes, keuzes in relaties (gezagsrelaties, vriendschap, liefde) Films bekijken en boeken lezen over roze vriendschap. Zie de lestips bij Mijn ID.
..Democratie: eigen projecten rond burgerschap, relaties, discriminatie Vraag naar mening homo, lesbisch, biseksuele, transgender leerlingen. Dit kan een functie zijn van een Gay/Straight Alliance. Of laat een Schoolvisite uitvoeren.
..Seksuele vorming: Seksuele vorming: wat is een goede relatie, emancipatie, genderrollen, taakverdeling, liefde en afspraken. Neem holebi-ervaringen mee. Bijvoorbeeld door vrijwillige voorlichters te vragen of leden van uw Gay/Straight Alliance te laten meewerken.
VIJFDE JAAR: De wereld (je kent jezelf en je plaats in de wereld) Veiligheid: verantwoordelijkheid van jezelf naar de school, bredere omgeving en de wereld Laat leerlingen een Mijn ID campagne voorbereiden en uitvoeren.
..Omgangsvormen: discussie over maatschappelijke rol van de schoolTraining van de leerlingenraad en vervolgacties, bijvoorbeeld tegen schelden (aanbod van EduDivers vanaf sept. 2011).
Laat leerlingen "Let's make it better" filmpjes maken.
..Democratie: participatie van de school in duurzame projecten, uitwisseling.Laat de leerlingen een onderzoekje naar veiligheid en seksuele diversiteit uitvoeren, of laat EduDivers een Schoolvisite begeleiden.
Vanaf het najaar 2011 introduceert EduDivers een internationale 'game' waarmee leerlingen op school zelf homofobie aan de orde kunnen stelen.
..Seksuele vorming: voor wat voor leven kies ik? Druk van omgeving, cultuur? Relatie met mensenrechten. Feiten en vooroordelen. Maatschappelijke dialogen.Organiseer een discussie over de gewenste inhoud van seksuele vorming. Laat leerlingen zelf iets organiseren. Gebruik de Safe Sex Files om leerlingen een opdracht rond seksualiteit en homoseksualiteit te laten uitvoeren. In klassen met controversiële discussie over of creationisme, doe een les over "intelligent design".

bijlage: basiswaarden burgerschap

  1. Vrijheid van meningsuiting betekent dat je mag zeggen of schrijven wat je denkt, of tegen de opvatting van anderen in mag gaan. Iedereen mag dus ook zijn of haar geloof uitdragen, of zijn of haar mening aan anderen voorhouden. Daarbij moet je je wel houden aan de wet;
  2. Gelijkwaardigheid betekent dat mensen van gelijke waarde zijn. Daarbij maakt het niet uit wat hun denkbeelden zijn of wat ze geloven. Je hoeft niet te vinden dat die denkbeelden of gebruiken zelf waardevol zijn, maar wel dat mensen met andere denkbeelden en gebruiken niet minder waard zijn dan jij, of dan jouw groep;
  3. Begrip voor anderen betekent dat je probeert te begrijpen waarom mensen of groepen bepaalde denkbeelden of gebruiken hebben: wat is de achtergrond daarvan en waarom is dat belangrijk voor een ander;
  4. Verdraagzaamheid (ook wel tolerantie genoemd) betekent dat je de mening of het gedrag van een ander accepteert, ook al ben je het er helemaal niet mee eens. En het betekent ook dat je ieder de ruimte wilt geven om zon mening of zulk gedrag te hebben. Natuurlijk moet iedereen zich daarbij wel aan de wet houden;
  5. Autonomie betekent dat iedereen zelf kan bepalen wie hij/zij wil zijn en hoe hij/zij zijn/ haar leven wil leiden. Ieder is dus bijvoorbeeld vrij om zelf te bepalen welke denkbeelden of welk geloof voor hem/haar belangrijk is. Daarbij moet je je wel houden aan de wet;
  6. Afwijzen van onverdraagzaamheid. Onverdraagzaamheid (ook wel intolerantie genoemd) is het tegenovergestelde van tolerantie. Het betekent dat je vindt dat andere mensen of groepen, dingen waar jij het niet mee eens bent, niet zouden mogen denken of doen; en dat je het niet nodig vindt dat ieder de ruimte krijgt om zon mening of zulk gedrag te hebben;
  7. Afwijzen van discriminatie. Discriminatie betekent dat mensen of groepen bij anderen achtergesteld worden, of dat je vindt dat er voor mensen met andere denkbeelden of gebruiken niet zoveel ruimte hoeft te zijn, of dat die denkbeelden of gebruiken misschien zelfs verboden moeten worden.

Bron: Onderwijsinspectie, Toezicht op Burgerschap en Integratie (2006-23)

tekst uit "Leefstijl, verzorging voor de basisvorming" (IVBO versie)

Twee mannen kunnen een liefdesrelatie hebben.
Een lesbische relatie is een liefdesrelatie tussen twee vrouwen.
Beide relaties zijn homofiele relaties.
Homofilie wordt nu in ons land geaccepteerd.
In andere landen is dat niet zo.
Je kunt in de gevangenis komen.
Misschien ben je nu nog onzeker.
Vind je jongens leuk?
Of vind je meisjes leuk?
Stel:
Je ouders denken dat je trouwt.
Ze denken aan kleinkinderen.
Je moet vertellen dat het anders zal worden.
Je ouders moeten hieraan wennen.
Ze zullen het moeten accepteren.
Het is jouw keuze, jouw toekomst.
En jouw geluk.

(ThiemeMeulenhoff, 2001)

Deze versie van de handreiking is bijgewerkt tot 17 maart 2011