lesgeven

de peer gespreksmethode

samenvatting

De Peer Gespreksmethode is een manier om op scholen (en misschien ook in andere instellingen) sociale veiligheid, omgangsvormen en homoseksualiteit op de agenda van een team te zetten. Het bijzondere van deze methode is dat ze daarbij niet insteekt op formele regels en procedures maar op onderlinge betrokkenheid.

introductie

Uit het onderzoek "Beter voor de klas, beter voor school", bleek dat onderlinge openheid en elkaar steunen durven vragen in een docententeam belangrijke voorwaarden zijn voor goed diversiteitsbeleid. Dit werkt ook positief voor homo's en lesbo's, als men daar ook open over is. Daardoor zijn deze aspecten goede algemene invalshoeken om de sfeer voor homoseksuelen (en anderen) te verbeteren.

Homoseksualiteit is echter voor de meeste heteroseksuelen en ook voor schoolmanagers vaak niet zo interessant als onderwerp voor organisatieverbetering. Men herkent niet dat er knelpunten liggen of men vindt het een detail van veiligheidsbeleid dat geen specifieke aandacht hoeft.

In een serie proefprojecten op scholen in 2002 tot 2005 bleek dat schoolleiders wel aanspreekbaar zijn op omgangsvormen in brede zin bredere zin, maar dat zij het dan nog steeds moeilijk vinden om "beleid" te maken op zo'n onderwerp, vooral als het gaat om een betrokkenheid die niet makkelijk in procedures of regels te vangen is.

Op scholen hierbij te helpen ontwikkelde Frits Prior (APS) de Peer Gespreksmethode. Voor de Peer Gespreksmethode is een uitgebreide handleiding geschreven onder de titel "Het doet hier alles" (verkrijgbaar bij APS). Deze brochure is ook een onderdeel van het "Receptenboek homoseksualiteit in het onderwijs" (verkrijgbaar bij COC in Nederland).

doelen

De Peer Gespreksmethode is een methode:

  • om personen in een school te laten beseffen wat voor hun persoonlijk van belang is bij diversiteitsbeleid op school
  • hen actiepunten te laten formuleren voor omgangsvormen en beleid
  • om een proces van meedenken, meevoelen, en meewerken op gang te brengen
  • om homoseksualiteit op een vanzelfsprekende manier mee te nemen in een bredere beweging richting diversiteitsbeleid

De Peer Gespreksmethode is ontwikkeld voor docenten, maar het is ook denkbaar dat hij toepasbaar is onder leerlingen en - in een aangepaste versie - onder ouders.

training

De Peer Gespreksmethode begint als training aan een aantal enthousiaste personeelsleden. Op een basisschool kan dat het hele team zijn, op een school voor voortgezet onderwijs of een ROC zal het doorgaans gaan om een groep personeelsleden die daarvoor voelen en bij voorkeur sleutelposities hebben op school. Dat kunnen bijvoorbeeld een directielid, vertrouwenspersonen, veiligheidscoördinatoren of jaarcoördinatoren zijn.

De training bestaat uit een ochtenddeel, waarin deelnemers praten over een eigen ervaringen op school en een middagdeel, waarin zij leen met andere in gesprek te gaan.

De gespreksonderwerpen in het ochtenddeel zijn:

  1. Trots (waar ben je trots op?)
  2. Zorg (waar maak je je zorgen over?)
  3. Oplossingen (wat zie als oplossingen voor je zorgen?)
  4. Eigen inzet (wat kan jezelf bijdragen aan de oplossingen?)

Het ochtenddeel van de training is niet een technische of zakelijke bespreking. Er worden trainingstechnieken ingezet die de deelnemers op een emotioneel niveau aanspreken. In casussen komen ook zaken aan de orde die met seksualiteit en diversiteit te maken hebben. Bijvoorbeeld:

  • Hoe ga je als heteroseksuele man om met een seksueel uitdagende dertienjarige meid, die je wel wat doet?
  • Kan het hier op school gebeuren dat je pas bij de dood van de partner van je collega erachter komt, dat je collega homo is en zijn partner aids had?

Deze vragen zijn vaak confronterend. In de training komen vaak al dan niet sluimerende teamconflicten aan de oppervlakte, die moeten worden aangepakt.

Het bespreken op een dieper ervaringsniveau vermijdt vrijblijvende oppervlakkigheid van beleid op het niveau van regels en procedures.

anderen aanspreken

In de middag leren de deelnemers hoe zij dergelijke gelijkwaardige gesprekken met collega's kunnen voeren. Dat is op zich nog een kunst. Het gaat vooral om de kunst van het luisteren en van het durven doorvragen naar de dat diepere belevingsniveau. In het gesprek gaat erom dat de vrager veiligheid en vertrouwen kan bieden tijdens het gesprek. Het gaat niet om een interview, maar om een gesprek tussen gelijken. Daarom heet deze methode de Peer (=gelijkwaardigen) Gespreksmethode.

Vervolgens krijgen de deelnemers de opdracht om elk vijf gesprekken met collega's te voeren. De verslagen van de gesprekken worden in de steekwoorden en geanonimiseerd opgeschreven op een vel papier met vier kwadranten: trots, zorg, oplossingen en eigen inzet.

De verslagen worden, na toestemming van de gesprekspartners, besproken door het schoolmanagement en in het docententeam. Zodoende vormen zij de basis voor meer formele besprekingen over te nemen maatregelen. Maar deze maatregelen zijn dan wel gebaseerd op een gedragen gevoel in het team. Tijdens de hele procedure ontstaat vaak een meer uitgebreide bespreekbaarheid op school. De docenten spreken dan niet alleen met elkaar over veiligheid en omgangsvormen tijdens de bilaterale gesprekken, maar ook in de pauzes, tijdens de reguliere vergaderingen of in de lessen. Op deze manier vormt de methode al direct het begin van een veranderingsproces.

Download hier het bladerboekje met besprekingssuggesties bij de Peer Gespreksmethode