geenid test

conflicthantering en homo/lesbische docenten

Midden jaren tachtig deed Peter Dankmeijer onderzoek naar de manier waarop homo- en lesbische docenten voor de klas en in de school functioneren. Hij hield diepte-interviews met een gevarieerd aantal docenten en publiceerde in 1993 een boek op basis van analyses daarvan.

Dit artikel is een in 2001 en 2005 bewerkte versie van een van de hoofdstukken uit zijn verslag en gaat over hoe docenten en hun omgeving omgaan met conflicten. Het artikel eindigt met een aantal aanbevelingen.

ervaringen van leraren

Van de 21 aan dit onderzoek deelnemende homo/lesbische docenten noemden negen docenten in totaal 11 conflicten die hen waren overkomen. Daarbij ging het om zes mannen en drie vrouwen. Eén vrouw was tijdens het interview mede naar aanleiding van het conflict met ziekteverlof. Eén man zag zijn tijdelijke aanstelling niet verlengd, de andere 8 door mannen genoemde conflicten leidden niet tot ontslag. Op één na kwamen de conflicten van de deelnemers niet in de pers. Naast de ervaringen van geïnterviewde docenten is dit artikel gebaseerd op een analyse van conflicten die in de media zijn beschreven. De problemen die de deelnemers aan het onderzoek vertelden waren meestal nog "onderhandelbaar", terwijl de conflicten die in de pers verschijnen al geëscaleerd zijn.

verloop van conflicten

We gaan hier samenvattend in op het verloop van conflicten. We zien vier fasen:

  • de kiem van het conflict
  • eerste afhandeling van het conflict
  • escalatie binnen de school
  • escalatie buiten de school

De meeste conflicten volgen geheel of gedeeltelijk deze fasen, hoewel de meeste gelukkig in de eerste (twee) fasen blijven steken. Enkele soorten conflicten vallen erbuiten: de gevallen dat men wordt afgewezen in de sollicitatieprocedure of nog voor men gaat werken. Na deze beschrijving gaan we uitgebreider in op de preventie en beperking van conflicten.

de kiem van het conflict

De oorzaak van het conflict kan van alle zijden komen, maar de bedreigingen voor de homo/lesbische docent komen vooral van de zijde van de directie en van de leerlingen. In escalerende gevallen gaat het om een "destructieve" houding: de agressors zijn niet voor rede vatbaar en er slechts op uit de homo/lesbische docent te verjagen.

eerste afhandeling van het conflict

In de verdere ontwikkeling van het conflict is de rol van de directie cruciaal. Deze kan het conflict in de kiem smoren, maar laat het ook vaak sudderen of wakkert het zelfs nog aan. Voor de docent is het nodig knopen door te hakken voor de zaak echt escaleert.

escalatie binnen de school

Als dat echter toch gebeurt, moet de docent de zaak zoveel isoleren om de eigen positie in evenwicht te houden.

escalatie buiten de school

Pas als een bevredigende oplossing onmogelijk is geworden, brengen homo/lesbische docenten het conflict buiten de schoolmuren en eventueel in de publiciteit.

preventie van conflicten

We behandelen de openstaande wegen in dezelfde volgorde als het verloop van het conflict, namelijk: preventie, adequate reacties als het conflict eenmaal is uitgebroken, remmen en tegengaan van een geëscaleerd conflict, het organiseren van externe ondersteuning en publiciteit, en juridische stappen.

vertrouwelijke relatie met leerlingen

De meest effectieve wijze van preventie van conflicten is een goede, vertrouwelijke relatie met de leerlingen. Dit is geen open deur na wat we hebben gezien over de verschillende definities die docenten (hé en hó) geven van het begrip privacy. Deels staat een vertrouwelijke relatie haaks op het autoritaire karakter van veel soorten onderwijs.

Zelfs bij een relatief goed contact met leerlingen in het algemeen, kan het zijn dat enkele "destructieve" leerlingen de goede sfeer verpesten. In die gevallen moeten noodverbanden worden gelegd. Conflictpreventie is dan onmogelijk zonder de schoolorganisatie zelf te laten ingrijpen.

bij directie aan de orde stellen

Uit de beschrijving van conflicten is duidelijk geworden dat de directie een centrale rol speelt in conflicten. Het is daarom voor een homo/lesbische docent raadzaam om in een periode waarin (nog) geen conflicten aan de orde zijn de mogelijkheid ervan wel aan de orde te stellen. Het beste is om dat in een informele sfeer te doen. Een van de meer positieve directieleden kan bijvoorbeeld worden gevraagd wat zij zouden doen bij voorkomende gevallen.

Directieleden hebben over dit onderwerp waarschijnlijk nog nooit nagedacht. Doorgaans is hun denken ingesteld op het handhaven van de rust. De homo/lesbische docent kan erop wijzen dat de enige effectieve manier daartoe is potentiële conflicten snel de kop in te drukken.

Het breekpunt in dit soort gesprekken is de "openlijkheid" van de docent. De directie is hier in veel gevallen niet zo voor. Dit betekent dat de homo/lesbische docent van tevoren de eigen houding bepaald moet hebben. Sommige homo/lesbische docenten zijn bang dat de directie zal 'verbieden' openlijk te zijn. Sommige homo/lesbische docenten voorkomen zo'n verbod door zijn homozijn of haar lesbisch zijn 'per ongeluk' vóór het gesprek met de directie in de klas te laten vallen. Als de docent geen zin heeft het zo expliciet voor de hele klas te brengen, kan met de directie worden overlegd wat zij zouden doen als er iets voorvalt.

Veel homo/lesbische docenten zullen een dergelijke preventieve maatregel overbodig vinden omdat zij geen conflict verwachten. Zij moeten er echter rekening mee houden dat met name conflicten vanuit leerlingen onverwacht komen en dan "destructief" kunnen zijn.

Het kan zelfs zo zijn dat de ene docent geen enkel probleem verwacht, terwijl een ander al met ziekteverlof is. Een tweede kanttekening bij het benaderen van de directie is dat men dat beter pas kan doen bij een stevige rechtspositie. Bij een tijdelijke aanstelling is de docent rechteloos en kan het aan de orde stellen van het homo/lesbisch zijn negatief uitpakken.

conflictbeheersing door de directie

Het zou goed zijn als directies, in het kader van een emanciperend personeelsbeleid, bij voorbaat duidelijk maakten aan het personeel hoe zij handelen bij conflicten. Duidelijke en concrete afspraken over benadering en procedure zijn gewenst. Naar aanleiding van dit onderzoek zou ik hier de volgende suggesties bij geven:

  • Bij ordeproblemen in de klas proberen docent en directie tot overeenstemming te komen over de aard van het probleem en maken afspraken over hoe de directie de leerlingen benadert als zij eruit worden gestuurd.
  • Er moet in eerste instantie vanuit worden gegaan dat het functioneren als docent niet in verband staat met het homo/lesbisch zijn. Daarbij hoeft niet ontkend te worden dat de persoonlijke stijl van de docent vaak wel iets te maken heeft met man/vrouw of hetero/homo/lesbisch zijn. Een andere stijl is echter wat anders dan een gebrek aan vakbekwaamheid.
  • De vaak voorkomende koppeling van homo/lesbisch zijn en functioneren in het beroep zou argwaan moeten oproepen, niet naar de homo/lesbische docent maar naar degenen die dit verband willen leggen.
  • Bij klachten van leerlingen, ouders of docenten met betrekking tot het homo/lesbisch zijn van een docent moet een directielid zich terughoudend opstellen en beslist niet de indruk wekken dat "het wel zo zal zijn". Het beste is een dergelijke klacht in eerste instantie van de hand te wijzen. Als het directielid twijfelt kan hij/zij alle partijen neutraal raadplegen.

informele voorlichting

Een andere vorm van preventie is dat de docent in de informele sfeer laat merken dat hij/zij homo/lesbisch is en welke consequenties dat heeft voor je levensstijl. Dit maakt dat de homo/lesbische docent bekender en 'dichterbij' is dan wanneer alles uit de privésfeer verborgen of van school gescheiden wordt. Als het homo zijn later 'plotseling' opgemerkt wordt kunnen sommigen, hoe onterecht ook, dat gaan opvatten als bedrog. Veel docenten zijn min of meer openlijk naar hun collega's, maar minder of niet naar directie en leerlingen. Homo/lesbische docenten kunnen eventueel stapje voor stapje openlijker worden.

contact met homo/lesbische collega's

Als dat geleidelijk lukt kan ook contact gezocht worden met homo/lesbische collega's. In de praatgroepen van de homo/lesbische groepen van vakorganisaties of de vakbond gebeurt dat reeds jaren. Beter is het nog om dat van binnen de school te doen. Als één docent extreem veel openlijker is dan andere homocollega's, wordt paradoxaal genoeg de samenwerking met andere homo/lesbische collega's moeilijker. Een leraar kwam er bijvoorbeeld voor uit via een soort "troonrede". Door zijn plotselinge formele uitkomen werd de afstand tussen hem en homo/lesbische collega's zo groot dat het onderlinge contact moeilijk werd. Deze leraar kwam doordat hij de "enige" op school was in een uitzonderlijke positie; hij werd "de homo van de school" en werd daar vaak op aangesproken. Minder openlijke homo/lesbische collega's zullen zo'n positie als zeer bedreigend ervaren. De "openlijke" homo/lesbische docent is dan bedreigend voor de anderen en in dit geval kunnen emancipatorische stappen zelfs beter met progressieve hetero's gedaan worden. Ook de verschillen tussen homomannen onderling en lesbische vrouwen en de stijlverschillen tussen homomannen kunnen samenwerking in de weg staan. Ook tussen homo/lesbische docenten onderling kan enige tolerantie soms op zijn plaats zijn.

onderwijsvernieuwing

Meedraaien in een onderwijsexperiment is zeer bevorderlijk voor de samenwerking op school en binnen dat kader is er meestal ook meer ruimte voor specifieke vrouwen- en homo/lesbische emancipatie.

hoe te reageren op conflicten

"U bent onevenwichtig"

Klachten en beschuldigingen aan het adres van homo/lesbische docenten leggen bijna altijd een verbinding van homoseksualiteit met het functioneren als docent. Men poneert dan het idee dat het homo/lesbisch zijn een onevenwichtigheid teweeg brengt in de docent, waardoor deze niet meer adequaat zou kunnen lesgeven.

Een mogelijkheid om deze argumenten te weerleggen is dat de homo/lesbische docent deze verwachting zoveel mogelijk logenstraft. Dat kan heel moeilijk zijn, omdat anderen soms veel moeite doen om van hun verwachting een "self-fullfilling prophecy" te maken: ze doen alle moeite om de homo/lesbische docent uit het evenwicht te brengen. In elk geval legt het een extra druk op de homo/lesbische docent om "goed" over te komen.

kwaad worden

De meest natuurlijke reactie voor een homo/lesbische docent is vaak om verontwaardigd en kwaad te worden. Maar door kwaad te worden kan men het odium van 'onevenwichtigheid' op zich laden. Het bedwingen van terechte kwaadheid kan daarom een meer strategische reactie zijn als men niet zeker is van het effect dat kwaadheid teweeg brengt.

Om "goed" te kunnen reageren op beschuldigingen van onevenwichtigheid moet de homo/lesbische docent voor zichzelf hebben bepaald hoe hij/zij zich voelt over zijn/haar homoseksualiteit en hoe hij/zij daarmee op dat moment in de wereld staat. Als men dat op een duidelijke en consequente manier kan presenteren kan men zich nog het best veroorloven kwaad te worden. 'Jezelf zijn' is dan het wachtwoord.

ontkenning

Een door homo/lesbische docenten veel genoemde reactie is stellen dat "homoseksualiteit niets te maken heeft" met de klacht of het gebeurde. Deze stelling is doorgaans consequent en kan door kwaadwilligen moeilijk weerlegd worden, tenzij het gaat om ongewenste intimiteiten van de kant van de homodocent. Het argument "dat het niks met homo/lesbisch zijn te maken heeft" komt echter niet altijd vanzelfsprekend over, bijvoorbeeld als de betreffende homodocent een flikker- of nichterige stijl heeft. Dan kan het nodig zijn dat de homodocent uitlegt dat een dergelijke stijl geen invloed heeft op de kwaliteit van het lesgeven. In het algemeen is het echter beter om duidelijk de verbinding te ontkennen en op te merken dat homoseksualiteit niet het probleem van de homo/lesbische docent, maar dat van de beschuldiger is.

De bovenstaande reacties zijn slechts suggesties. Als een conflict door de directie wordt veroorzaakt zal rekening moeten worden gehouden met hun belang de rust in de school te behouden. Een ondertoon of achtergrond in de zin van de bovenstaande suggesties lijkt daarbij het meest zuiver en effectief. Bij een conflict met "destructieve" leerlingen is grover geschut nodig.

lesthema rond schelden

Bij herhaalde belediging moeten leerlingen zeker verwijderd worden. Als de situatie echter nog houdbaar is of het alleen maar gaat om vrij willekeurig schelden naar elkaar, kan geprobeerd worden het tot thema van een les te maken. Leonore Gordon geeft hier en aantal handige tips voor. Zij is onderwijzeres aan een school in New York waarop veel leerlingen uit minderheden zitten.
Eerst legt zij uit dat er twee soorten scheldwoorden zijn: woorden die niet betrekking hebben op een bepaalde groep (sekswoorden als kut en lul bijvoorbeeld) en woorden die een persoon uit een gediscrimineerde groep willen kwetsen. Vervolgens kan worden ingegaan op wat er precies aan de hand is met die groepen. Daarbij is het handig zijn om in te gaan op de betekenis van bepaalde scheldwoorden. De meeste scheldwoorden rond homoseksualiteit, zoals flikker, mietje en pot, zijn terug te voeren op minachting voor vrouwen, vrouwelijke trekken bij mannen en zelfstandigheid bij vrouwen.

niets horen

Bij echt "destructieve" leerlingen is voorlichting niet haalbaar. Deze leerlingen zijn immers niet bereid tot een serieus gesprek. Bij 'destructieve' leerlingen moet een homo/lesbische docent oppassen niet te vervallen in een zeer korte termijn overlevingsstrategieën die uiteindelijk niet effectief blijken. Zoals de HAVO-4 leraar die aanvankelijk net deed alsof hij niks hoorde. Op den duur werkte deze strategie contraproductief, want: wie zwijgt stemt toe.

steun zoeken

Als er geen uitweg meer lijkt te zijn kan het best steun worden gezocht. De homogroepen van de vakbonden zijn hier de aangewezen instanties voor. Zelfs al zijn er geen docenten beschikbaar die al een soortgelijk conflict hebben gehad, dan kan men er nog van gedachten wisselen met een collega die potentieel met dezelfde problemen te maken heeft. Belangrijker is nog dat docenten uit zo'n groep meestal niet op dezelfde school werken. Daardoor hoeft er geen vrees te bestaan dat je 'afgaat' in het eigen team. Natuurlijk is het mogelijk dat de verhoudingen op de eigen school wel redelijk open zijn.

Als een gesprek met collega's mogelijk is kunnen verdergaande vormen van onderlinge steun worden bedacht, zoals:

  • een gemeenschappelijke lijn afspreken naar leerlingen,
  • het behandelen van een thema in de betreffende klas of school, of het betreffende leerjaar,
  • afspreken van gedragsregels in de school,
  • opvang na lessen,
  • uitzoeken waarom leerlingen zo zijn,
  • afspraken met de directie over maatregelen rond eruit sturen,
  • contact met ouders.

op onzorgvuldigheden letten

Het is aan te bevelen om in de eerste fase van het ontstaan van een conflict goed op te letten of er onzorgvuldig wordt gehandeld door de directie. De docent moet ervoor zorgen dat alle contacten goed gedocumenteerd worden. Volgens de nieuwe ARBO-wetgeving is de werknemer medeverantwoordelijk voor de werksituatie en diens eigen welzijn. Bij het eventuele aanvechten van ontslag is daarom van belang dat de mening en waarneming van zowel de werknemer als werkgever goed gedocumenteerd zijn voor de rechter of de Commissie Gelijke Behandeling. Een goede manier is om elke afspraak en confrontatie schriftelijk te documenteren en te bevestigen en zo mogelijk de andere partij om bevestiging van uw waarneming te vragen, "om na te gaan of u het goed begrepen/gehoord heeft".

Onzorgvuldigheid blijkt bijvoorbeeld uit tegenstrijdige uitspraken en kan leiden tot een gerechtelijke uitspraak in het nadeel van degene die zulke uitspraken doet, of die niet kan aantonen dat bepaalde maatregelen of handelingen in het belang van de goede zaak en verstandhouding waren.

remmen en beheersen van een geëscaleerd conflict

Als het conflict buiten de muren van de klas raakt is het doorgaans onmogelijk een oplossing te vinden door te overleggen met de agressors.

Bij leerlingen is dan de enige oplossing ze te verwijderen. Als de directie daartoe niet bereid is moet de docent toch zelf iets ondernemen. De enige methode daartoe is het isoleren en daardoor beperken van het probleem.

Isolatie kan op meerdere niveaus worden ingezet. Op het interactieniveau in de klas is de isolatietactiek bekend en gebruikelijk als orde/overlevingsstrategie: de docent zet de lastige leerling apart of neemt hem/haar terzijde na de les. Voor de docent is isolatie ook belangrijk op emotioneel niveau: hij of zij kan de probleemsituatie proberen te blijven zien als een specifiek probleem met één leerling of binnen één klas. Voorkomen moet worden dat men het probleem gaat zien als een structureel falen van zichzelf als docent. In dat geval kan het probleem andere klassen 'infecteren' en de gezondheid van de docent aantasten. De docent kan dit gerust aan de directeur duidelijk maken. Als een directie aanvankelijk niet wil meewerken aan de oplossing van het conflict kan duidelijk worden gemaakt dat het ontbreken van ondersteuning op termijn tot totale arbeidsongeschiktheid kan leiden.

Anders dan bij een conflict met leerlingen is een geëscaleerd conflict met de directie niet meer te redden. Bij escalatie is het stadium van argumenten gepasseerd: de directies die genoemd werden in dit onderzoek deden alles ongeacht het gebeurde om het eigen prestige te redden. Naar andere docenten denken directies het vaak nodig te hebben "sterk" te lijken, of zij nu gelijk hebben in het conflict of niet.

publiciteit en steun

Als het conflict voor de docent zelf vrijwel is verloren, of de docent meent dat alleen een publicitaire actie nog effect kan hebben, kan als laatste mogelijkheid de pers worden benaderd. Daarbij moet goed afgewogen worden wat het effect van een publicitaire actie zal zijn. Dit kan men zelf deels voorbereiden door het maken van goede persberichten met de juiste informatie. De pers heeft een voorkeur voor sappige citaten, dus er moet opgelet worden dat de gegeven citaten niet verkeerd of tendentieus kunnen worden uitgelegd.

Bij het zoeken van publiciteit zijn het COC of de homogroepen van vakbonden meestal de aangewezen instanties. Men kan hen ook vragen te helpen met het opzetten van een steungroepje zodat de docent er niet alleen voorstaat. Als het conflict op een openbare school speelt kan het COC ook gebruik maken van politieke druk op de werkgever (de gemeente) om een ontslag te voorkomen cq. ongedaan te maken, of meer in het algemeen om een anti-discriminatiebeleid te eisen. Een steungroepje kan helpen acties te organiseren waarmee de school of het bestuur onder druk wordt gezet of sympathie wordt verworven van leerlingen en ouders. Voor de docent is het aan te raden niet zelf woordvoerder te zijn in deze emotionele tijd. Wel kan de homodocent enkele exclusieve interviews geven, die goed voorbereid worden zodat zij de rest van de acties ondersteunen.

juridische stappen

Tegen het niet verlengen van een tijdelijke aanstelling is niets te beginnen. De vakbonden hebben jaren gepleit voor een motiveringsplicht, maar zelfs als die opgenomen zou worden schieten we nog weinig op: homoseksualiteit wordt meestal niet als reden van ontslag genoemd.

Iemand met een vaste aanstelling is moeilijk te ontslaan. De school kan twee redenen aanvoeren voor ontslag:

  1. De docent handelt in strijd met de doelstellingen en identiteit van de school In dit geval toetst de ambtenarenrechter of een commissie van beroep de mening van ouders en relevante anderen.
  2. De collegiale verhoudingen zijn verstoord. In dit geval moet de school zelf de verstoorde verhoudingen aantonen en bovendien laten zien dat men alles heeft gedaan om de verstoring te voorkomen.

Bij ontslag kan de homo/lesbische docent het best onmiddellijk de afdeling rechtspositie van een vakbond of vakorganisatie bellen. Soms moet er snel gereageerd worden om ontslag aan te vechten. Deze zaak is vaak (juridisch) te ingewikkeld om het alleen af te kunnen.

De directie kan een homo/lesbische docent wel met ziekteverlof sturen. De docent kan daar zelf ook om vragen. In sommige gevallen (als een docent niet meer tegen de situatie op een bepaalde school kan) is het mogelijk dat men alleen voor die school wordt afgekeurd.

De docent kan de zaak aanhangig maken bij de Commissie Gelijke Behandeling. De uitspraak van de Commissie is niet bindend voor de partijen, maar als men vervolgens naar de rechter stapt, zal die het oordeel van de Commissie zeer zwaar laen wegen.

conclusies

Uit het voorafgaande is duidelijk dat er bij conflicten rond docenten meer aan de hand is dan uiteindelijk de pers haalt. Uit dit onderzoek komt de indruk naar voren dat het aantal echt ernstige conflicten waarschijnlijk niet zo groot is. De pers draagt bij tot een zeer negatief beeld over homo/lesbische docenten; deze beeldvorming werkt vrees voor onverwachte situaties in de hand. Dat er aan geëscaleerde conflicten meestal een traject vooraf gaat waarin nog allerlei oplossingen mogelijk zijn is te weinig bekend. Globaal zijn er twee soorten echt problematische conflicten: het ontslag uit een tijdelijke aanstelling en de klas met "destructieve" leerlingen.

Ontslag uit een tijdelijke aanstelling is niet te voorkomen; de rechtspositie van de docent is dan zo nog lek als een mandje. De aanbeveling om niet openlijk te solliciteren die De Boer et al4 reeds in 1974 deden aan homo/lesbische docenten blijkt daarom helaas nog steeds actueel.

De problemen met "destructieve" leerlingen kunnen beter worden voorbereid en zijn in feite het probleem van de hele school. De concrete aanpak daarvan vergt op de schoolcultuur toegesneden beleid.

De directie speelt in alle soorten conflicten een cruciale rol. Het lijkt er echter op dat directies niet voldoende zijn toegerust voor conflictbeheersing, zeker niet als het gaat om een hetze tegen homo/lesbische docenten. Hier ligt hier een taak voor verder onderzoek, voor bijscholing van directies en voor de formulering van beleid.

Noten

  1. Het 18de geval ging om een uitspraak van een schoolbestuur in Zoetermeer dat homo's er niet voor uit mochten komen. Er was hier geen sprake van een conflict in de strikte zin van het woord.
  2. Leonore Gordon, 1983, "What do we say when we hear 'faggot'?"
  3. Ik stel hier niet aan de orde: ongewenste intimiteiten (zie daarvoor: Gerretsen e.a., pagina 133) en seksuele contacten met leerlingen (zie daarvoor: Kuppers, Moerkerk en ten Thije, pagina 51)
  4. De Boer et al, 1974. Samenvatting van het rapport, pag.11.

Peter Dankmeijer, 1993, bijgewerkt in 2001, 2005