geenid test

betrouwbaar meten van homodiscriminatie

In dit factsheet geven we een overzicht van beschikbare instrumenten om homodiscriminatie op scholen te meten. We geven eerst kort aan welke knelpunten er liggen bij het meten van homodiscriminatie, zodat u een meer bewuste keuze kunt maken voor een instrument. Dan gaan we in op enkele complete instrumenten en vragenlijsten.

knelpunten in het meten discriminatie

Er zijn diverse testen en testvragen in omloop waarmee men homodiscriminatie zou kunnen testen. Toch is de keuze voor een instrument of vraag moeilijk. Als men eenvoudigweg vraagt 'discrimineer je homoseksuelen?', dan krijgt men geen zicht op de werkelijke situatie omdat vrijwel iedereen sociaal wenselijk op zo'n vraag zal antwoorden. Als men naar de ervaringen van homoseksuelen zelf vraagt, krijgt men ook hele andere antwoorden dan als men heteroseksuelen ondervraagt over hun houding of gedrag. Het ondervragen van homoseksuelen op school is echter vaak een probleem omdat circa de helft van de homo- en lesbische docenten en het merendeel van homo- en lesbische scholieren zich niet openlijk opstelt en dus niet makkelijk te ondervragen is. Ook is het aantal aanspreekbare homoseksuelen op school zo klein dat er geen statistisch zinvol onderzoek naar hen kan worden gedaan.

Een ander probleem is wat men precies wilt meten: gedrag, houding, gevoel of beeldvorming. Homodiscriminatie in Nederland bestaat vaak niet uit duidelijk aanwijsbaar 'grof' gedrag zoals fysiek geweld of ontslag. Doorgaans krijgt het de vorm van geniepig pesten, onbehoorlijke vragen naar het persoonlijk leven, negeren en ongelijk behandelen van homoseksuelen. Dit soort gedrag is moeilijk te meten en men heeft veel vragen nodig om het goed te doen. Daarom vraagt men in tests vaak kort naar houding en beeldvorming. Uit vergelijkend onderzoek blijkt dat de resultaten van zulke vragen goed correleren met elkaar en met discriminerend gedrag. Inmiddels zijn er diverse 'vragenbatterijen' (uitgeteste sets van vragen die samen een betrouwbaar beeld van de werkelijkheid geven) ontwikkeld om homodiscriminatie te meten.

betrouwbare online testen

online wetenschappelijk instrument schoolklimaat (Rutgers WPF)

Rutgers WPF heeft eind 2002 in opdracht van het APS en samen met EduDivers drie vragenlijsten ontwikkeld voor gebruik als voor- en nameting bij proefprojecten in scholen. Dit zijn uitgebreide vragenlijsten die nog in ontwikkeling zijn. Het is de bedoeling dat ze in de proefprojecten verder op bruikbaarheid en betrouwbaarheid worden getoetst, waarna er in 2006 voor scholen definitieve korte, bruikbare en betrouwbare instrumenten zouden moeten zijn. Er zijn vragenlijsten gemaakt voor leerlingen VO, leerlingen PO en voor docenten.

Deze vragenlijsten bestaan uit wetenschappelijk onderbouwde vragen en gaan in op gevoelens en ervaringen rond veiligheid, waaronder rond homoseksualiteit.

Voor voordeel van deze lijsten is dat ze breed insteken en daardoor breed te gebruiken voor uw veiligheidsbeleid. Ze zijn ook goed in een les af te nemen qua tijd en ze leveren geen weerstand op onder leerlingen. Een nadeel is dat er in elke school zich qua aantal waarschijnlijk zo weinig homoseksuelen bevinden, dat het moeilijk zal zijn om statistisch relevante resultaten vanuit de groep homoseksuelen te genereren. Een andere manier om inzicht te krijgen in het schoolklimaat rond homoseksualiteit is om respondenten te bevragen op de eigen houding ten opzichte van homoseksualiteit. Zulke vragen zijn wel, maar beperkt opgenomen in deze vragenlijsten.

  • De vragenlijst voor leerlingen op VO scholen telt 28 vragen en kost tussen de 15 en 30 minuten om in te vullen. De vragen hebben betrekking op veiligheidsbeleving, ervaringen rond veiligheid en naar houding en gedrag ten opzichte van homoseksuele leerlingen en -docenten.
  • De vragenlijst voor leerlingen op basisscholen telt 18 vragen en kost tussen de 15 en 30 minuten om in te vullen. De vragen hebben betrekking op veiligheidsbeleving en ervaringen rond veiligheid. De vragen naar eigen houding zijn weggelaten.
  • De vragenlijst voor docenten telt 42 vragen en kost tussen de 30 en 45 minuten om in te vullen. De vragen hebben met name betrekking op het schoolbeleid en de werkbeleving In brede zin en specifiek rond homoseksualiteit).

latente homonegativiteit schaal

De Amerikaan Chris Parker ontwikkelde in 2003 een vragenlijst om meer betrouwbaar negatieve houdingen ten aanzien van homoseksualiteit in Nederland te kunnen meten. Deze vragenlijst is specifiek bedoeld voor tieners en gaat gericht in op eigen houdingen en emoties. Het voordeel van deze lijst is dat hij relatief kort is en het moeilijk is erop sociaal wenselijk te antwoorden. Een nadeel is dat hij vooral het houdingsaspect in kaart brengt en geen andere aspecten. Op zich geeft dat wel een aardige indicatie van de sfeer, maar het zegt op zich nog niks over de feitelijke onveiligheid. Een ander nadeel is dat de vragen voor sommige leerlingen confronterend kunnen zijn. De emoties worden gemeten door primaire reacties te vragen op 6 semi-erotische afbeeldingen van een man en een vrouw, een vrouw en een vrouw en een man en een man. De afbeeldingen zijn op zich niet shockerend, maar uit prétesten op scholen bleek dat deze vragen soms luide reacties van (vooral VMBO) leerlingen opriepen.
De vragenlijst telt zes vragen over houding en emoties. Het invullen kost circa 10 minuten en de lijst is te verkrijgen bij EduDivers.

impliciete associatie testen

Een individueel in te vullen test, waarmee u uw verborgen intolerantie betrouwbaar kunt meten, kunt u vinden op de site van Project Implicit van Harvard University. Hoewel de media en voorlichters zich vaak richten op mensen die zich het meest agressief intolerant opstellen, zit er altijd wel een zekere mate van intolerantie in ons allemaal. De onderzoekers zijn al jaren bezig om 'hidden bias' te analyseren. Uiteindelijk leidde dat tot een nieuw soort test van individuele tolerantie, die zij de impliciete associatie test noemen.

De impliciete associatie test legt de respondenten geen vragen voor over hun expliciete houding of gedrag, maar laat de respondenten snel reageren op een aantal associatieve uitspraken. In de test krijgt de proefpersoon steeds de opdracht om twee concepten met elkaar te vergelijken, bijvoorbeeld 'jong' en 'goed', of 'homo' en 'fatsoenlijk'. De test meet de reactietijd van de respondenten en beoordeeld op basis daarvan nog positief of negatief de betreffende proefpersoon staat tegen bepaalde associaties. Omdat de proefpersonen snel en associatief moeten reageren, levert een dergelijke test een beeld op van meer onbewuste automatische oordelen. Het gaat om korte reactietijden. Als de proefpersoon zich bewust is dat hij of zij aarzelt bij een keuze, benoemt de test deze associatie zeker als een sterk effect. Een matig effect kan de proefpersoon misschien ook nog wel opmerken, maar als de test een associatie zwak noemt, komt dat omdat de reactietijd alleen via een statistische analyse nog aan te tonen is.

Er zijn elf verschillende impliciete associatie testen beschikbaar op de website www.tolerance.org, waaronder specifieke testen die bias meten ten opzichte van homoseksuelen, moslims, ras, gender, leeftijd en lichaamsimago. De test kost een minuut of vijf en moet uitgevoerd worden op de computer. Daardoor is grootschalige toepassing van dit instrument in een onderzoek niet makkelijk

edudivers schoolthermometer

Omdat er maar weinig korte en toch betrouwbare instrumenten zijn om snel de mate van homofobie op een school te meten heeft EduDivers de thermometer schoolklimaat gemaakt waarmee een school informatie kan verzamelen om de situatie onder leerlingen beter in te schatten. Deze online test bestaat uit slechts 12 vragen en kan dus binnen circa 50-10 minuten worden ingevuld. Voor een beperkte bedrag kan EduDivers een school een rapportage ter beschikking stellen, direct na het invullen van de online test.

geenid test

De GeenID Test is een on-line beleidtest. Hij bestaat uit tien vragen over beleid die elk moeten worden gescoord voor omgangsvormen in het algemeen en in het bijzonder ten aanzien van homo’s en lesbiennes. Na het invullen, krijgt de invuller een analyse en 20 suggesties voor verbetering van het beleid.
Deze beleidtest gaat niet in op houdingen of gedrag van mensen zelf. Een nadeel van deze lijsten is dus dat de resultaten niet zoveel zeggen over de werkelijke (on)veiligheid op school. Het voordeel is dat de vragen uit de test nauw aansluiten op de eisen van de Onderwijsinpectie en op onderzoek naar welk beleid werkt in scholen.

EduDivers, januari 2004, bijgewerkt op 28 mei 2013