faq

homoseksualiteit zeer wisselend in lesmethoden

Commentaar van EduDivers op de scan "homoseksualiteit in leermiddelen" door het NICL

Uit een scan die het NICL maakte, blijkt dat homoseksualiteit zeer wisselend voorkomt in lesmethoden. Het Nationaal Informatie Centrum Leermiddelen (NICL, een onderdeel van het Instituut voor Leerplanontwikkeling SLO) deed de scan eind 2001 in opdracht van het Ministerie van OC&W. Het is de eerste keer dat een dergelijke scan is gemaakt in Nederland. Van het rapport zijn slechts enkele exemplaren gemaakt en het is niet breed gepubliceerd. Nadat het rapport begin dit jaar "uitlekte" via het APS, maakte EduDivers er een samenvatting van. Het complete rapport is door EduDivers aan het Internationaal Homo- en Lesbisch Informatiecentrum en Archief (IHLIA) ter beschikking gesteld. In dit artikel gaan we in op de highlights en geven we commentaar.

homoseksualiteit in helft van de methoden

Het NICL analyseerde 63 lesmethoden. Het gaat om alle beschikbare reguliere lesboeken voor het primair onderwijs, en in het voortgezet onderwijs voor biologie, maatschappijleer, en verzorging. Daarnaast analyseerde het NICL een aantal "thematische" lespakketten die scholen kunnen aanschaffen, maar niet tot het reguliere materiaal behoren. Het NICL geeft een neutraal overzicht van het voorkomen en geen oordeel over de kwaliteit. Overigens blijkt dat de bestanden waarover het NICL beschikte tijdens de analyse onvolledig waren, waardoor het informatiecentrum enkele (inhoudelijk) belangrijke pakketten heeft gemist. Wel kunnen we stellen dat het NICL een goed overzicht heeft gegeven van de meest gebruikte materialen.

Van de 63 pakketten besteden er 36 aandacht aan homoseksualiteit. De manier waarop ze dat doen loopt echter zeer uiteen: het varieert van het geven van een definitie van homo- en heteroseksualiteit tot meer uitgebreide opdrachten waarmee eigen houding en gedrag onder de loep wordt genomen. De meeste aandacht vinden we in de vakken verzorging (6 van de 7 methoden) en biologie (10 van de 11 methoden). Dat hoeft geen verbazing te wekken, omdat aandacht voor homoseksualiteit en leefwijzen sinds een jaar of vijf expliciet in de kerndoelen van deze vakken staat. De opname van homoseksualiteit in de kerndoelen heeft dus wel degelijk effect gehad. In de kerndoelen van maatschappijleer staat wel dat er aandacht moet zijn voor discriminatie, maar niet specifiek dat het ook moet gaan over homodiscriminatie. Deze ambiguïteit komt duidelijk tot uiting in de boeken zelf: 7 van de 21 methoden besteden aandacht aan homoseksualiteit. De meeste "thematische pakketten" richten zich op seksuele vorming en aids-voorlichting. Homoseksualiteit komt hier zeer wisselend in voor. Hierop was reeds in het begin van de jaren negentig kritiek van het Homo Overleg Seksuele Vorming in het Onderwijs (HOSVO). Het lijkt er echter op dat elke "generatie" van deze pakketten iets beter wordt.

basisonderwijs: marginale suggesties

Het NICL bekeek 4 reguliere methoden en 4 thematische pakketten voor het primair onderwijs. Het NICL heeft "Leefvormen" van EduDivers niet geanalyseerd. Dat is merkwaardig, omdat de SLO zelf een veldadvisering heeft georganiseerd over dit pakket en omdat het specifiek is ontwikkeld om homovijandigheid te bestrijden. "Leefvormen" doet dat in een veel breder kader van nuancering van veelal "heteroseksuele" normen. Het pakket biedt 3 lessenseries voor de onder-, midden- en bovenbouw waarin systematisch aandacht is voor het zonder angst en met nieuwsgierigheid omgaan met verschillen tussen mensen. In een bijbehorende reader "Diversiteit in leefwijzen" staan nog extra suggesties voor docenten voor hoe zij hiermee op vanzelfsprekende wijze kunnen omgaan.

Het NICL stelt dat er maar één regulier lespakket over seks en relaties verkrijgbaar is: "Relaties en Seksualiteit" en het vindt dat homoseksualiteit hierin geïntegreerd voorkomt. Dat "geïntegreerd voorkomen" komt erop neer dat de docent enkele keren wordt gewezen op de mogelijkheid van m/m of v/v relaties, dat er voor de middenbouw een verhaal over een lesbische tante aanleiding vormt voor vragen van kinderen en dat in het bovenbouwkatern enkele stellingen staan aan de hand waarvan kinderen kunnen discussiëren over homoseksualiteit. Afgezien van het feit dat dit pakket in de praktijk niet meer verkrijgbaar is, vindt EduDivers dit nauwelijks "geïntegreerd". Het pakket gaat uit van heteroseksualiteit en noemt homoseksualiteit als iets dat ook wel voorkomt. In het pakket ontbreken aanwijzingen voor de docent hoe zij of hij de norm van heteroseksualiteit kan doorbreken. De Rutgers Stichting was wel bewust van deze tekortkomingen. In 1999 vonden enkele besprekingen plaats tussen de Rutgers Stichting en EduDivers om verbeteringen van "Relaties en Seksualiteit" rond homoseksualiteit te bespreken, onder meer door elementen van "Leefvormen" in een herziene versie mee te nemen. Daar kwam echter niets van terecht omdat de Rutgers Stichting failliet ging. De integratie van homoseksualiteit in thematische lespakketten voor het basisonderwijs bleek ook moeilijk, omdat de overheid geen bijdrage wil leveren. Daardoor zijn uitgevers afhankelijk van sponsoring van de pil- en condoomindustrie, die vooral een nadruk op anticonceptie willen zien. Homo-emancipatie of doorbreking van de norm van heteroseksualiteit past niet in hun perspectief.

In de drie reguliere lesmethoden over natuuronderwijs komt homoseksualiteit, maar ook heteroseksualiteit meestal niet aan de orde. In de thematische pakketten "Normaal is anders" (Stichting Vredeseducatie, een CD met liedjes over anders zijn) komt een stelling voor: "Jongens kunnen verliefd worden op jongens". In "Confetti" van het FIOM, een serie lestips over gezinsvormen, zit een mapje speciaal over homo- en lesbische relaties. Beide richten zich, net als "Relaties en seksualiteit" op het aantonen dat homorelaties "ook kunnen voorkomen", maar geven geen kader voor een wat bredere nuancering van heteroseksuele normen.

biologie: vooral korte definities en negatieve invalshoek
Het NICL bekeek 5 methoden voor de basisvorming en het VMBO en 6 methoden voor de 2e fase. Seks komt vanaf het 2e leerjaar aan de orde. Op één na behandelen alle basisvorming en VMBO methoden homoseksualiteit, als onderdeel van relaties en verliefdheid. Dat doen zij meestal door het verschil tussen hetero- en homoseksualiteit uit te leggen. Soms staat er een afbeelding van 2 jongens of 2 meisjes bij.

In enkele gevallen geven de VMBO pakketten ook verwerkingsopdrachten, zoals: "Stel je voor dat in jouw klas twee jongens zitten die verliefd zijn op elkaar. Hoe denken, volgens jou, je andere klasgenoten daarover? Welke problemen zullen deze twee jongens hierdoor op school kunnen krijgen? Zullen twee meisjes die verliefd zijn op elkaar dezelfde problemen hebben? Leg je antwoord uit." Het is jammer dat de invalshoek meestal de negatieve kant is, hoewel dit, zeker in het VMBO, vaak wel realistisch zal zijn. Het is echter de vraag in hoeverre homo- en lesbische leerlingen hier wat aan hebben.

In de 2e fase behandelen alle boeken homoseksualiteit. Er worden vaak wat meer definities gegeven, meestal komen ook biseksualiteit en soms transseksualiteit aan de orde. Als verwerkingsopdrachten moeten 2e fase-scholieren meer argumenteren dan VMBO-scholieren. Ook hier kan men de vraag stellen wat homo- en lesbische leerlingen daaraan hebben.

maatschappijleer: wisselende, maar vaak betere informatie
Het NICL bekeek alle 21 pakketten voor maatschappijleer. In 14 pakketten vond men geen verwijzing naar homoseksualiteit, in 7 wel. Dan gaat het doorgaans om twee aandachtspunten: discriminatie in het algemeen, waarbij homodiscriminatie als voorbeeld wordt genoemd, of aandacht voor alternatieve leefvormen. De kwaliteit van de informatie en opdrachten voor maatschappijleer is doorgaans van een hoger niveau dan bij biologie.
Als er aandacht is voor discriminatie, moeten leerlingen meestal aan de hand van concrete voorbeelden uitleggen of er sprake is van feiten of vooroordelen. Zo moeten leerlingen in "Dat bepaal ik zelf wel" beoordelen of een jongen die in een reportage wordt geïnterviewd tijdens een EO jongerendag vooroordelen heeft over homoseksualiteit en over man- en vrouwrollen. In "Impuls" krijgen leerlingen een casus voorgelegd van een homoleraar uit Westzaan die van de Commissie Gelijke Behandeling niet mocht worden geweigerd door de school.

Een ietwat curieus geval is de "Katernenreeks maatschappijleer" van het DGS (Dienstverlening Gereformeerd Schoolonderwijs) waarin men op misprijzende wijze schrijft over de seksuele revolutie en het streven van de NVSH om de zedelijkswetgeving "af te schaffen" en gelijkberechtiging van homoseksualiteit te bewerkstelligen. Als opdracht vraagt men onder meer dat leerlingen een mening formuleren over de stelling:
"Gezien het feit dat aids vooral een probleem is dat wordt veroorzaakt door (afkeurenswaardige) wisselende contacten kan het schaarse geld voor de gezondheidszorg beter aan andere ziekten besteed worden".
Verder noemt dit lesmateriaal de opkomst van het COC, de aanname van de Wet Gelijke Behandeling, het homohuwelijk en het adopteren van kinderen door homo's. Dit gebeurt over het algemeen redelijk neutraal, op een zin na:
"De mensen van het COC en de Gay Krant vonden het ook een vorm van discriminatie dat het huwelijk niet voor homo's is opengesteld!"
Ook bij maatschappijleer gaat het om een wat afstandelijke houding ten opzichte van homoseksualiteit. Het gaat over discriminatie en meningsvorming en er is weinig aandacht voor wat homoseksuele leerlingen eraan kunnen hebben.

verzorging: ook aandacht voor homoseksuele leerlingen

Verzorging is, als men naar de kerndoelen kijkt, bij uitstek het vak waar homoseksualiteit uitgebreid aan de orde zou moeten komen. Voor verzorging heeft het NICL 7 methoden geanalyseerd; in 6 methoden komt homoseksualiteit voor. De methode waarin het niet voorkomt is "Leefstijl 2 voor jongeren". Dat is op zich vreemd, omdat de aanpak van de methode (gericht op sociaal-emotionele en beroepsvaardigheden) daar wel aanleiding en mogelijkheden voor geeft.

De manier waarop homoseksualiteit binnen verzorging voorkomt is heel divers. In "Dag in, dat uit" voor VMBO steekt de methode concreet in door het verhaal te laten vertellen door vijf jongeren. Een van de jongens, René (13 jaar), vindt jongens leuker dan meisjes. Op verschillende plaatsen in andere boeken komt homoseksualiteit op vanzelfsprekende wijze voor, in VMBO boeken vaak zonder dat het woord "homoseksualiteit" genoemd wordt. Zo legt men in "Kontakt" uit dat je soms ook verliefd kunt worden op iemand van het eigen geslacht, dat sommige mensen dat raar vinden en dat het door vervelende opmerkingen moeilijk kan zijn ervoor uit te komen. Er is een afbeelding van twee jongens. In IVBO boeken is de uitleg heel simpel: "Twee mannen kunnen een liefdesrelaties hebben. Een lesbische relatie is een liefdesrelatie tussen twee vrouwen. Beide relaties zijn homofiele relaties. Homofilie wordt nu in ons land geaccepteerd. In andere landen is dat niet zo. Je kunt in de gevangenis komen. Misschien ben je nu nog onzeker. Vind je jongens leuk? Of vind je meisjes leuk? Stel: Je ouders denken dat je trouwt. Ze denken aan kleinkinderen. Je moet vertellen dat het anders zal worden. Je ouders moeten hieraan wennen. Ze zullen het moeten accepteren. Het is jouw keuze, jouw toekomst. En jouw geluk." ("Leefstijl, verzorging voor de basisvorming") In HAVO/VWO boeken geeft men meer abstracte opdrachten, zoals om woorden te associëren en te discussiëren over bepaalde thema's.

Hoewel dus heel verschillend, kunnen we stellen dat de aandacht voor homoseksualiteit binnen verzorging al op een heel aardig niveau is en dat er soms ook aandacht is voor de beleving van homoseksuele- en lesbische scholieren. Het is alleen jammer dat lang niet alle leerlingen dit vak krijgen.

thematische lespakketten: onvolledige analyse, zeer wisselende aandacht

Het NICL keek ook naar lespakketten die los van reguliere lesmethoden werden uitgegeven. Hier heeft men 16 pakketten bekeken. We missen hier diverse pakketten, zoals "Burger Inn". De specifieke pakketten over seksuele vorming van de gehandicaptenraad (voor lichamelijk gehandicapten) en de Rutgers Stichting (voor geestelijk gehandicapten), waarin homoseksualiteit geïntegreerd voorkomt, zijn niet door het NICL geanalyseerd.

Een flink aantal van de pakketten die het NICL noemt, zijn sterk verouderd. Voor de leek is dit niet te zien omdat het NICL geen jaartallen geeft. Ook is het NICL blijkbaar niet nagegaan of pakketten nog wel verkrijgbaar zijn: veel genoemde pakketten zijn al uit de handel.
Het meest verouderde pakket dat het NICL noemt is "Aids, het komt je niet aanwaaien", waarin homoseksualiteit volgens het NICL uitgebreid aan de orde komt. Deze analyse schiet danig tekort, omdat er eigenlijk alleen maar wordt gesteld dat "aids geen homoziekte is" en er verder geen woord aan vuil wordt gemaakt. Dit pakket was in 1989 aanleiding om het HOSVO (Homo Overleg Seksuele Vorming in het Onderwijs) op te richten, die criteria formuleerde voor betere seksuele vorming en over hoe homoseksualiteit meer adequaat aan de orde kon komen.
In de seksuele vormingspakketten het "AIDS-bekerspel", het "Carrouselspel", "Dollen of stilstaan", "De keus is aan jou!", "Love Bytes", en "Scoren' komt homoseksualiteit niet aan de orde of slechts als een geïsoleerde vraag of stelling binnen een spel.

Een positief geluid is dat het Samen Op Weg Jeugdwerk hard werkt aan een integratie van homoseksualiteit binnen pakketten voor hervormde en gereformeerde scholen. Zo gaat de krant "Je liefste geheim" specifiek over homoseksualiteit. Via vier werkvormen kan de docent met tieners dieper op het thema ingaan met interviews uit de krant als achtergrondinformatie. In "Mijn visitekaartje" een breder programma rond relaties, komt homoseksualiteit ook, zij het enigszins bedekt, voor. In "Een wereld van verschil" (ook een pakket voor het Christelijk onderwijs, maar ontwikkeld door het CPS) komt homoseksualiteit op een slimme, maar zeer bedekte manier voor. Het NICL heeft dat in haar analyse niet ontdekt. Het is overigens de vraag of dit pakket (uit het begin van de jaren negentig) nog gebruikt wordt of nog verkrijgbaar is

Het meest gebruikte en kwalitatief beste pakket voor seksuele vorming op dit moment is "Lang leve de Liefde". In het leerlingenmagazine is zeer spaarzaam aandacht voor homoseksualiteit, wat door het NICL in het geheel niet is opgemerkt. De docentenhandleiding geeft echter meer uitgebreide informatie en suggesties voor een aparte les. In de praktijk (dit pakket is ook getest) blijken deze suggesties zelfs te leiden tot een significante verbetering van de acceptatie van homoseksualiteit door scholieren.

Andere pakketten over seksuele vorming waarin homoseksualiteit wel wat beter voorkomt zijn het boekje "Praten over seks in de multiculturele klas" en de nogal onbekende "Vrij-doos" van PJ Partners.

conclusie: meer aandacht voor homoleerlingen nodig

EduDivers waardeert het rapport om haar gedetailleerde overzicht van hoe homoseksualiteit voorkomt in lesmethoden. Op onderdelen laat het rapport wel wat steken vallen: sommige pakketten zijn verouderd, in andere mist het NICL het voorkomen van homoseksualiteit en sommige pakketten missen helemaal in het overzicht. Toch geeft het NICL een goed overzicht van veelgebruikte methoden; de belangrijke "missers", zoals "Leefvormen" en "Burger Inn" hebben tot nu toe een zeer beperkte verspreiding.
We concludere dat er sinds de opname van homoseksualiteit in de kerndoelen van biologie en verzorging veel ten goede is veranderd. Het HOSVO, een voorloper van EduDivers Lifestyle Services, bekeek in het begin van de jaren negentig diverse lesmaterialen die toen verkrijgbaar waren op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling. Er bleek toen nog maar nauwelijks aandacht te bestaan voor homoseksualiteit in lesmaterialen. De brochure "(Homo?)seksuele vorming" van het HOSVO, met suggesties voor verbeteringen, is in 1992 naar alle educatieve uitgevers en andere materiaalontwikkelaars gezonden. Uit verkennende gesprekken van het HOSVO met uitgevers bleek echter dat er toentertijd onder hen nog veel vrees bestond voor marktverlies door expliciet aandacht te besteden aan homoseksualiteit. Blijkbaar is deze vrees voor een belangrijk deel verdwenen. Waar homoseksualiteit nog niet of niet goed behandeld wordt of relatief onzichtbaar blijft, is dat deels ingegeven door ondeskundigheid (neem bijvoorbeeld het feit dat men het aantal homoseksuelen in verschillende methoden inschat variërend van 4% tot 10%) of door een inschatting van de doelgroep (neem bijvoorbeeld het simpele of soms eufemistische taalgebruik in sommige VMBO methoden). Ook in de thematische lespakketten is de expliciete aandacht in de loop van de jaren negentig steeds iets verder verbeterd.

Het blijft echter een probleem dat homoseksualiteit doorgaans als geïsoleerd thema wordt behandeld en met een nadruk op discriminatie en waarden en normen. Dat discriminatie tot stand komt binnen het bredere kader van heteroseksueel gedefinieerde normen waardoor zelfs heteroseksuelen gehinderd worden, komt nog nauwelijks uit de verf. Daarnaast heeft de goedbedoelde nadruk op discriminatie het neveneffect dat homoseksuele, biseksuele, lesbische en transgender leerlingen zelf weinig kunnen leren met deze invalshoek. Zij zouden meer hebben aan het belichten van de positieve kanten van het homozijn. Aandacht voor hoe je in het reine kunt komen met je gevoel, waar je andere homoseksuelen kunt ontmoeten en de leuke maar ook risicovolle kanten van coming-in en coming-out zouden voor hun nuttiger zijn. Aandacht daarvoor zou een volgende stap moeten zijn in de ontwikkeling van nieuwe lesmaterialen.

Ga naar het factsheet over de NICL scan.

EduDivers, 2 maart 2003