faq

het bespreken van homoseksualiteit met gelovige jongeren

Veel religies staan in principe negatief ten opzichte van homoseksualiteit. Vooral gelovigen die de teksten van de bijbel en de Koran letterlijk willen volgen, veroordelen homoseksualiteit op grond van sommige teksten. Voor atheïsten en voor openbare instellingen kan het moeilijk zijn om met zulke veroordelingen om te gaan.

Globaal gesproken zijn er vier manieren om met op religie gebaseerde veroordelingen van homoseksualiteit om te gaan. De eerste twee daarvan gaan in op de inhoud van de veroordeling, de andere twee gaan in op de maatschappelijke consequenties ervan. Aan het eind van het artikel ga ik kort in op discussie met 'fundamentalisten'.

  1. Bespreking interpretatie van 'heilige teksten'
  2. Bespreking van de persoonlijke band met God
  3. Bespreking over diversiteit
  4. Bespreking omgangsvormen en respect

1. bespreking interpretatie van 'heilige teksten'

De eerste manier is om de reden van religieuze beoordeling te bespreken terwijl u probeert aan te tonen dat de teksten ook anders dan harde veroordelingen kunnen worden geïnterpreteerd. Met de bijbel is dit door theologen en homoactivisten reeds gedaan sinds de jaren zeventig. In deze kritiek wijst men er op dat het verhaal van Sodom, waarop men veroordelingen meestal baseert, misschien eerder betrekking heeft op schending van de gastvrijheid of op verkrachting dan op homoseksualiteit. Daarnaast wijst men erop dat 'homoseksualiteit' in de oudheid nog niet als concept bestond. Soms wijst men erop dat de verboden van Paulus, waarop sommigen hun veroordeling passeren, tegenwoordig door een groot deel van de Christenen niet meer worden nageleefd omdat ze niet in deze tijd passen. Waarom homoseksualiteit wel veroordelen en het eten van varkensvlees niet? Een uitgebreide bespreking van deze teksten en argumenten vindt u op de pagina: uitspraken in de bijbel.

Vergelijkbare kritiek vindt recentelijk ook plaats over de koran, zie bijvoorbeeld de pagina uitspraken in de koran en Omar Nahas, 'Homoseksualiteit en islam'. Het bespreken van koranteksten over homoseksueel gedrag ligt moeilijker dan het kritisch bespreken van de bijbel, omdat een belangrijk deel van de Islamieten de koran letterlijk neemt en omdat de regels van de koran rechtstreek doorwerken in de dagelijkse omgang. Ook is het rechtssysteem van veel Islamitische landen mede op de koran gebaseerd.

Er zitten diverse nadelen aan het bespreken van religieuze veroordelingen aan de hand van de religieuze teksten. De belangrijkste is dat de begeleider, door met 'tegenargumenten' te komen, zich direct in een 'tegenstandersperspectief' plaatst, wat een goede dialoog niet ten goede komt. Ten tweede moet men goed op de hoogte zijn van de religieuze argumenten, teksten en gevoelens om deze discussie goed te kunnen voeren. Ten derde moet de groep waarmee de discussie plaatsvindt, in staat zijn én bereid om zo'n discussie te voeren. Bij fundamentalistische gelovigen (die heilige teksten letterlijk nemen) is dat vaak niet het geval.

2. bespreking van de persoonlijke band met god

Een tweede, ook inhoudelijke manier om religieuze veroordelingen van homoseksualiteit te bespreken, is om in te gaan op de persoonlijke verhoudingen die de gelovige heeft met God. In deze benadering vermijdt men het om in een confronterende discussie te gaan. Er komen wel argumenten op tafel, zoals: 'God heeft alles gemaakt en hij is onfeilbaar. Er zijn ook homoseksuelen en dus maken zij ook deel uit van Gods bedoeling'.

In de bijbel bestaat er een sterk verschil in toonzetting tussen sommige hoofdstukken. Zo wordt de verzoenende toon van de bergrede soms gebruikt om duidelijk te maken dat iedereen een plaatsje onder de zon verdient. Zelfs in de strengere koran vinden sommigen daarvoor argumenten. Zoals in de passage over het paradijs, waarin beschreven wordt dat men daar zowel kan genieten van schone maagden als van jonge knapen.

Deze soort bespreking is al beter hanteerbaar dan de eerste, maar kent zijn eigen beperkingen. Ook in dit geval moeten de begeleiders goed op de hoogte zijn van religieuze stromingen en gevoelens. Discussiëren over de persoonlijke band die met heeft met God of Allah kan alleen overtuigend als men zelf gelovig is en een persoonlijke band met God op deze manier beleeft. Fundamentalisten zijn vaak niet aanspreekbaar op een persoonlijke bron met God als die los staat van 'heilige' teksten.

Religieuze veroordelingen bespreken in het kader van maatschappelijke consequenties.
Voor atheïsten en voor vertegenwoordigers van openbare instellingen is het wijze om religieuze veroordelingen van homoseksualiteit niet inhoudelijk te bespreken, maar door zich te richten op de consequenties van discriminatie.

3. bespreking over diversiteit

De besprekingswijze die het meest tot een brede acceptatie kan leiden, is het bediscussiëren van diversiteit en pluriformiteit. In de maatschappij hebben we te maken met gelovigen en atheïsten, met diverse geloven, diverse culturen en verschillende generaties. Al deze groepen hebben zeer uiteenlopende ideeën over maatschappelijke verhoudingen, relaties, seksualiteit en homoseksualiteit. Hoe kunnen we omgaan met deze pluriformiteit zonder elkaar te verketteren? Een grondige discussie daarover levert doorgaans een aantal basisregels op.

Voorbeelden van zulke regels zijn: leven en laten leven, elkanders persoonlijke levenssfeer respecteren, pesten en discriminatie tegengaan, gelijke rechten geven en eerbiedigen. Zulke basisregels gelden zelfs als men zich persoonlijk niet heel accepterend voelt: dit is het verschil tussen acceptatie en tolerantie. In een democratische maatschappij is tolerantie een basisvoorwaarde. Ook de meeste religiën hebben tolerantie als basiswaarde waarop men kan teruggrijpen.

Een discussie over pluriformiteit kan bijna altijd gevoerd worden, mits de begeleider het niveau van de discussie aanpast aan de groep. In het studiehuis zullen abstracte bewoordingen zoals ik hierboven gebruikte, ook gebruikt kunnen worden. In het VMBO zal het gesprek vaak directer en eenvoudiger zijn, zoals 'homoseksualiteit is gewoon'.

Sommige laag opgeleide jongeren, met name met een Islamitische achtergrond, zullen 'het geloof' als argument aanvoeren om intolerant te zijn. In het kader van pluriformiteit is het dan nuttig om - zonder in te gaan op teksten - met hen door te praten hoe het geloof staat ten opzichte van diversiteit en tolerantie en hoe zij denken over tolerantie ten aanzien van andere groepen. Ooit de slavernij van zwarte mensen immers ook gebaseerd op de bijbel.

4. bespreking omgangsvormen en respect

Bij sommige groepen is te moeilijk om tolerantie ter sprake te brengen in de context van diversiteit. Dat kan met name het geval zijn in groepen jongeren die zeer zwart-wit denken. Vaak leven zulke jongeren niet in een context van veiligheid. Jongeren in een school of buurt waar wederzijds respect en goede omgangsvormen geen gewoonte zijn, respecteren soms alleen het recht van de sterkste en zetten zich af tegen alles dat afwijkt. In zulke gevallen moet men zich richten op de basisvoorwaarde voor tolerantie: omgangsvormen in het algemeen. Door combinatie van groepsdiscussie, het stellen van regels en vriendelijke, maar ook disciplinaire handhaving, kunnen docenten bevorderen dat leerlingen beter met elkaar omgaan.

Hoewel dit in het algemeen geldt, is het speciaal in zulke groepen belangrijk om ook expliciet duidelijk te maken dat zulk algemeen respect ook betrekking heeft op homoseksuelen. Voor veel van deze jongeren is het namelijk helemaal niet vanzelfsprekend dat homoseksuelen ook respect verdienen. Uit onderzoek onder 'potenrammers' (jongeren die homoseksuelen in elkaar slaan) bleek dat opgepakte jongeren verbaasd waren dat de politie het mishandelen van homoseksuelen afkeurde. De les die we hieruit kunnen trekken is dat het een belangrijke signaalfunctie heeft als volwassenen en vooral morele autoriteiten als religieuze voormannen, politie en docenten antisociaal gedrag tegen homo's expliciet afkeuren. In groepsgesprekken kan het daarom ook nuttig zijn om te vertellen dat geen enkele religie in Nederland pleit voor geweld of intimidatie tegen homoseksuelen. Die indruk kan wel zijn gewekt door het Tv-programma NOVA enkele jaren terug, imam El Moumni werd geïnterviewd, maar dat is een foute indruk, omdat de fragmenten waarin hij zich juist tegen anti-homoseksueel geweld uitsprak, door de televisiemakers uit de uitzending zijn geknipt.

fundamentalisme

In het voorgaande heb ik vooral aandacht besteed aan de didactische wijze waarop een docent of groepsbegeleider kan omgaan met veroordelingen van homoseksualiteit door jongeren. Ik wil afsluiten met enkele algemene opmerkingen. In dit stuk heb ik af en toe, nogal ongenuanceerd, gesproken over 'fundamentalisten' en deze beschreven als mensen die 'heilige' teksten letterlijk nemen en daardoor mogelijk niet openstaan voor discussie. Deze opmerking wil ik hier nuanceren.

Ten eerste moeten wij ons realiseren dat het beeld dat veel mensen in Nederland hebben over homoseksualiteit nog steeds beperkt en vaak verwrongen is. Dat geldt niet alleen voor Islamieten of voor strenge Christenen, maar ook voor de bevolking in het algemeen. Het is bij besprekingen van homoseksualiteit daarom van groot belang om na te gaan welke beelden men heeft van homoseksualiteit en waar die op gebaseerd zijn. Waar nodig moet men deze beeldvorming corrigeren. Als de beeldvorming alleen gebaseerd is op mediabeelden van extravagante demonstraties, is relativering en een uitleg over de diversiteit in homoseksuele leefstijlen van belang. Als u met jongeren of volwassenen uit bepaalde culturen te maken heeft, kan het zijn dat zij het woord 'homoseksualiteit' niet kennen in hun moedertaal. In sommige culturen bestaan er wel woorden voor homoseksueel gedrag, maar vaak gaat het om negatieve en denigrerend termen, die soms zelfs synoniem zijn met pedoseksualiteit of verkrachting. Het spreekt vanzelf dat men zulke misverstanden moet rechtzetten.

Ten tweede is het voor begeleiders van belang om in discussies over homoseksualiteit de mening van anderen te respecteren, zelfs al lijkt hun mening ongenuanceerd, veroordelend, intolerant of hard. Het is van belang om nieuwsgierigheid op te brengen voor de leefwereld van de jongeren.

Een harde en intolerante houding kan voorkomen vanuit verschillende uitgangspunten. Soms zijn de jongeren gewoon niet goed geïnformeerd over hun eigen geloof en nemen zij dingen die hun ouders, imams, dominees of pastoors vertellen klakkeloos over. Aan boodschappen van ouders en van religieuze voormannen ontlenen veel mensen hun zekerheid. Tieners zitten vaak in een woelige periode van hun leven, waarin hun gevoel van veiligheid in de wereld onder druk staat. Daardoor hebben zij nog meer dan volwassenen behoefte aan duidelijke richtlijnen over wat goed en slecht is. Een scherpe veroordeling van afwijkend gedrag kan daarbij horen.

Het zich afsluiten of minder makkelijk accepteren van al te grote diversiteit is een natuurlijk mechanisme dat iedereen wel kent. Ieders tolerantie gaat immers tot een bepaalde grens. Bij sommige volwassenen en jongeren is deze grens sneller bereikt. Welke strategie u ook volgt om met tieners of met volwassenen in discussie te gaan over homoseksualiteit, het is van belang om open te staan voor hun ideeën en achtergronden, na te gaan waar onzekerheid speelt en daarover een open en respectvolle bespreking aan te gaan.

Peter Dankmeijer, EduDivers, 29 december 2003