downloads

onderwijsinspectie 2009: weerbaar en divers

Op verzoek van het ministerie van OCW verrichtte de onderwijsinspectie begin 2009 onderzoek naar seksuele diversiteit (lees; homoseksualiteit) en seksuele weerbaarheid (lees; loverboys en seksuele vorming) in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs (vo en mbo).
Download hier het complete rapport

inzicht gewenst in hoeveelheid incidenten en goede voorbeelden

Het onderzoek werd gedaan om tegemoet te komen aan de vragen van de regering om inzicht te geven in het aantal homovijandige incidenten, homo-negatieve houdingen in het onderwijs, het schoolbeleid rond homoseksualiteit. Daarnaast waren er soortgelijke vragen rond loverboys en seksualisering die ook werden meegenomen in het onderzoek en wilde de inspectie ook goede voorbeelden inventariseren. De inspectie deed een internet enquête, diepgaand onderzoek op 35 scholen en liet daarbij vragenlijsten invullen door 851 personeelsleden en 2.813 leerlingen. Via internet werd contact gelegd met een beperkt aantal homodocenten en -leerlingen.

incidenten rond homoseksualiteit

Incidenten over homoseksualiteit lijken zich voornamelijk af te spelen in het voortgezet onderwijs, en vooral in het vmbo en het praktijkonderwijs. Directies rapporteren slechts een deel van de incidenten. Via de vragenlijst meldt 6%-7% (praktijkonderwijs/vmbo) incidenten terwijl de inspectie er via schoolbezoeken achter kwam dat ruim een derde van de scholen met zulke incidenten te maken had. Als scholen geen incidenten meldden, wees dat er vaak op dat zon school weinig inzicht had in de seksuele diversiteit op school, doorgaans weinig preventief beleid had of incidenten adequaat aanpakte. De inspectie concludeert dat alert zijn en zichtbaar maken van incidenten belangrijk zijn om in scholen een structurele aanpak tot stand te kunnen brengen.

Pesten van homoseksuele leerlingen en leraren komt vaak voor. In het voortgezet onderwijs zegt 10% van de leerlingen wel eens een homoseksuele of lesbische medeleerling gepest te hebben, 7% een homoseksuele of lesbische leraar. In het mbo gaat het om 7%/4% van de deelnemers. Personeelsleden bevestigen dat beeld en maken daarmee duidelijk dat het pesten zich niet in het verborgene afspeelt.

incidenten rond seksuele weerbaarheid

Incidenten rond (seksuele) weerbaarheid doen zich op veel scholen voor. Een kwart tot een derde van de directies in het (praktijkonderwijs pro-, het vmbo en het voortgezet speciaal onderwijs (vso) heeft ervaring met loverboy-praktijken. De bezoeken aan scholen bevestigen dat beeld; ook ongewenste webcontacten en ongewenste aanrakingen tussen leerlingen onderling zijn daar genoemd. Een grote meerderheid van de bezochte praktijkscholen en vso-scholen had ervaring met zulke incidenten; ook in het vmbo had een ruime meerderheid ermee te maken. De meeste scholen ontwikkelen nog gene beleid hierop, hoewel men wel al vaak een project doet.

houding en schoolcultuur rond homoseksualiteit

De helft van de vo-leerlingen denkt dat je op school beter niet voor je homoseksualiteit uit kunt komen. De helft van de leerlingen heeft ook wel moeite met openlijke uitingen van homoseksualiteit, vooral als het om jongens of mannen gaat. In een aantal scholen zeggen ook personeelsleden dat zij niet (in alle klassen of op alle opleidingsniveaus) durven uitkomen voor homoseksualiteit.
Leraren en ondersteunend personeel denken overigens aanzienlijk positiever over homoseksualiteit dan hun leerlingen. Zestien van de 35 bezochte scholen hebben een weinig uitnodigend klimaat als het gaat over het openlijk kunnen bespreken van homoseksualiteit.

geen beleid, initiatief van individuele docenten

Maar een paar scholen in het vo hebben homoseksualiteit specifiek uitgewerkt in beleidsmaatregelen; in het mbo gebeurt dat nauwelijks. Uit schoolbezoeken en vragenlijsten blijkt dat lessen over homoseksualiteit en weerbaarheid vooral in het vo gegeven worden. In het pro/vso is relatief weinig aanbod, in het mbo nauwelijks. De invulling van het aanbod is afhankelijk van individuele docenten en niet als vast onderdeel opgenomen in het kader van veiligheid of burgerschap bij andere vakgebieden.
Een meerderheid van de leerlingen, met name de jongste groepen, staat wel voor een aanbod open.
Ook aan seksuele weerbaarheid wordt in het vo het meest aandacht besteed. En ook hier gaat het om incidenteel aanbod dat afhankelijk is van enthousiaste docenten.

goede voorbeelden

De inspectie vond geen goede voorbeelden die één kant op wijzen. Elke school probeert in te spelen op het soort leerlingen dat zij hebben. Het maakt veel uit welke leeftijd leerlingen hebben, hoeveel jongens of meisjes er zijn, welke afkomst leerlingen hebben en wat voor soort opleiding zij doen.
Slechts 7 van de 35 bezochte scholen hebben een duidelijk eigen beleid en een aanbod ontwikkeld inzake seksuele diversiteit en seksuele weerbaarheid. (Noot redactie: hierbij moet worden aangetekend dat de inspectie specifiek naar dat scholen met goede voorbeelden heeft gezocht). Deze thema's zijn op deze scholen normale, maar duidelijk herkenbare thema's, geborgd in het curriculum en in de schoolorganisatie. Op deze scholen werden niet minder incidenten gemeld dan op de andere, maar de incidenten worden geregistreerd en besproken. Op deze manier kunnen de scholen het beleid aanscherpen.

inbedding in groter geheel

De scholen profileren zich niet op de thema's diversiteit en weerbaarheid. Zon profilering zien de scholen als schadelijk voor hun imago en ouders of leerlingen kan afschrikken. Ook scholen met specifieke aandacht voor homoseksualiteit en seksuele weerbaarheid willen deze thema's niet als geïsoleerde thema's behandelen, maar ingebed in andere sociale veiligheids- en weerbaarheidsthema's.

waarom merken de leerlingen weinig van goed beleid?

Personeelsleden denken veel positiever over homoseksualiteit dan hun leerlingen. Leerlingen zien weinig terug van wat docenten en directies beweren. De inspectie vindt dit voor een deel wel logisch: leerlingen zien op zich niet dat de school een beleid en regels heeft. Ze merken daar pas wat van als ze worden toegepast.

aanbeveling: leerlingenparticipatie

Van lessen over homoseksualiteit en weerbaarheid moeten de leerlingen natuurlijk wel wat merken. Toch zeggen de meeste leerlingen dat hun school niets of weinig doet aan onderwerpen als seksualiteit, homoseksualiteit en seksuele weerbaarheid. Dit zet de inspectie aan het denken (citaat uit het rapport).
De inspectie concludeert dat het belangrijk is om de ervaringen van de directie, het personeel en de leerlingen binnen elke school aan elkaar te koppelen. Scholen moeten leerlingen meer betrekken bij het ontwikkelen van het beleid door hen regelmatig te ondervragen over de lessen en hoe een meer open schoolklimaat kan worden gecreëerd.

kwetsbare leerlinge meest onveilig

De leerlingen die zichzelf relatief het minst weerbaar vinden, zitten in het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en ook op het vmbo. Vaak hebben zij niet Nederlandse afkomst. Deze leerlingen zitten vaak op scholen die het minste beleid en weinig gesystematiseerde lessen en begeleiding hebben. Leerlingen die zichzelf het meest weerbaar voelen, zitten op scholen met de meeste beleidsinitiatieven en het best verankerde aanbod. De inspectie vindt dit echt een misser. Juist de kwetsbare leerlingen hebben meer nodig dan ze nu krijgen.

Download hier het complete rapport