downloads

scp: jongeren en seksuele oriëntatie

Volgens dit onderzoek door het Sociaal Cultureel Planbureau zijn er meer verschillen dan overeenkomsten tussen homojongeren en heterojongeren. Homojongeren blijven vaak in de kast, en zijn daardoor vaker eenzaam. Ze krijgen te maken met negatieve ervaringen, en krijgen daardoor vaker psychische problemen. Vooral nichterige jongens en stoere meiden hebben last van discriminatie.
Hele rapport: SCP-2015-Jongeren-en-seksuele-oriëntatie.pdf

heterojongeren blijven ambivalent over homo's

Het SCP stelt dat jongeren opgroeien in een tijd waarin er meer aandacht voor seksuele diversiteit is, maar dat dit er niet toe leidt dat heteroseksuele jongeren in Nederland een positieve houding hebben ten opzichte van LHBT jongeren. De mening van heterojongeren is ambivalent. Twee derde van de basisschoolleerlingen (67%) en driekwart leerlingen in het voortgezet onderwijs (76%) geeft aan dat LHBT-jongeren hun vrienden mogen zijn. Maar ze moeten vooral niet met elkaar gaan zoenen: 36% van de basisschoolleerlingen en 34% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs vindt twee zoenende jongens vies en dit geldt voor 33% en 19% als het om twee meisjes gaat. Ook geven veel scholieren aan dat als je op hun school homo bent, je dat beter niet aan iedereen kunt vertellen (23% denkt dat je dit niet kunt vertellen, 39% denkt dat je dat alleen aan vrienden kunt vertellen).

oppervlakkige meningen wel verbeterd

De houdingen van scholieren lijken wel verbeterd tussen 2009 en 2013, maar het SCP weet niet of dat statistisch toeval is. Desondanks presenteerden ze hun rapport met als slagzin dat de houding verbeterd is, en dat werd ook overgenomen door de meeste media.
Het merendeel van de jongvolwassenen vindt gelijke rechten prima en geeft aan "dat ze vrij moeten zijn om hun leven te leiden zoals ze willen" en "dat ze docent moeten kunnen worden". Maar zoenende, vrijende of hand-in-hand lopende LHBT kunnen bij een aanzienlijke groep jongvolwassenen niet op goedkeuring rekenen en ook een homoseksuele oriëntatie van de eigen zoon of dochter zou bij 17% moeilijk liggen. Vriendschappen met transgenders vormt voor het overgrote deel van de jongvolwassenen geen probleem, maar genderambivalentie (onduidelijkheid of iemand met een man of vrouw van doen heeft) ligt bij veel jongvolwassenen moeilijker. De vergoeding van medische ingrepen bij transities wordt niet gesteund door veel jongvolwassenen, zij vinden dat transgenders zelf voor de kosten moeten opdraaien.

verschillen tussen LHB en heterojongeren

Een veelgehoord argument op scholen om geen aandacht te besteden aan seksuele diversiteit is dat LHBT jongeren hetzelfde zijn als andere jongeren op hun seksuele oriëntatie na. Maar het SCP zegt dat de verschillen tussen LHB- en heteroseksuele jongeren talrijker dan de overeenkomsten. LHB-scholieren hebben meer problemen thuis en op school. Ze ervaren minder steun vanuit het gezin, kunnen minder met ouders over zorgen praten, vinden school minder leuk, ervaren een negatievere sfeer in de klas en een slechtere band met de docent, spijbelen vaker en worden vaker gepest. Ze spijbelen vaker. Ze sporten minder, hebben meer overgewicht en hun alcohol-, sigaretten- en marihuanagebruik ligt twee tot zes keer zo hoog. Ze geven hun leven een zesje, in tegenstelling tot de acht min die heteroseksuele scholieren hun leven geven. Ze rapporteren zelf een slechtere gezondheid en ze hebben veel meer psychosomatische, emotionele en gedragsproblemen. Ze hebben minder eigenwaarde en ook veel meer psychische problemen. Daarnaast rapporteren LHB-jongvolwassenen in vergelijking met hun heteroseksuele leeftijdsgenoten fors meer suïcidegedachten en suïcidepogingen.

spijbelen door slechte band met docenten

Het gegeven dat LHB-scholieren veel vaker spijbelen dan heteroseksuele scholieren valt volgens het SCP deels toe te schrijven aan het minder goed over hun zorgen kunnen praten met hun ouders, de slechtere band met hun docenten en hun grotere psychosomatische, emotionele en gedragsproblematiek. Helaas weet het SCP niets over de thuissituatie en de school-, studie- en werksituatie van LHB-jongvolwassenen, dus kan het onderzoeksinstituut geen uitspraken doen over hoe zwaar die achtergronden wegen bij de verhoogde problematiek.
Wel komt naar voren dat een deel van de verschillen in eenzaamheid en suïcidale gedachten gerelateerd zijn aan de grotere mate van gendernonconformiteit (nichterige jongens en stoere meiden). LHB-jongeren zijn dus vaker eenzaam en denken vaker aan suïcide omdat zij zich minder in lijn met de heersende normen en voorschriften voor de seksen gedragen. Vier op de tien LHB-jongvolwassenen kreeg echter in het afgelopen jaar te maken met negatieve reacties en een kwart paste regelmatig of vaak het gedrag aan om niet zichtbaar te zijn. Zij raken bijvoorbeeld hun partner niet aan als anderen het kunnen zien of vermijden bepaalde plekken.

aanbeveling gaat in tegen rijksoverheidsbeleid

Het SCP vindt het lastig om concrete aanbevelingen te geven. Er is er geen aanpak is die bewezen heeft effectief te zijn voor het verbeteren van het schoolklimaat voor LHB-scholieren. Het SCP vindt daarom dat er gedegen interventies op basis van bestaande (nationale en internationale) kennis moet worden ontwikkeld en op effect. Onderzocht. Deze aanbeveling gaat recht in tegen het beleid van de Nederlandse regering die elke vorm van financiering door de rijksoverheid voor nieuwe interventies heeft verboden.
Interessant is de aanbeveling van het SCP dat effectieve interventies niet alleen over homo/transdiscriminatie of in de kast zitten moeten gaan, maar juist ook op de algemene problemen waar LHB-jongeren vaak mee te maken hebben zoals gender, spijbelen, gezinsproblemen, schoolbeleving, pesten, middelengebruik en psychische problematiek.

Kuyper, Lisette (2015). Jongeren en seksuele oriëntatie. Ervaringen van en opvattingen over lesbische,homoseksuele, biseksuele en heteroseksuele jongeren. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau