downloads

onderwijsinspectie: omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit (2016)

In september kam de Onderwijsinspectie met een rapport over de stand van zaken rond de invoering van de kerndoelen rond seksuele diversiteit. De kerndoelen zijn in 2012 aangepast en vragen sindsdien van basisscholen en middelbare scholen om leerlingen respect aan te leren voor seksualiteit en seksuele diversiteit. De regering gaf de inspectie de opdracht om in kaart te brengen wat scholen doen om de kerndoelen rond seksuele diversiteit in te vullen. Het onderzoek zelf gaat daarom niet in op de effecten van wat scholen doen op de leerlingen. Maar de inspectie twijfelt wel aan de impact en gaat daarop in als ze hele voorzichtige conclusies trekt over de kwaliteit van de voorlichting.

representatieve steekproef van 67 scholen

Het rapport is gebaseerd op onderzoeken van inspecteurs op 67 scholen voor PO, VO, SO en MBO. De inspectie observeerde de praktijk, sprak met leerlingen, leraren en directeuren en bestudeerde documenten. Ook werd op ruim 200 scholen een vragenlijstonderzoek (door het Kohnstamm Instituut) onder schoolleiders en leraren uitgevoerd. De onderzochte groep scholen is gebaseerd op representatieve steekproeven en biedt inzicht in de invulling die een doorsnede van scholen uit de verschillende sectoren aan het thema geeft. De kwalitatieve gegevens zijn dus gebaseerd op de antwoorden van schoolleiders en docenten. Uit eerder onderzoek blijkt dat als meer dan 80% van schoolleiders aangeven dat er op hun scholen aandacht is voor seksuele diversiteit, dat slechts 15-35% van de docenten dat zegt en dat slechts 6-22% van de leerlingen het daarmee eens is (zie citaat uit Inspectieonderzoek “Weerbaar en Divers”, 2009.

scholen verschillen niet veel van elkaar

“De gemiddelde school bestaat niet”, zegt de onderwijsinspectie, “maar wat aandacht voor seksuele diversiteit betreft, verschillen scholen niet zoveel van elkaar.” Als een kernachtige “verhalende” indruk zegt de inspectie:
Maar waar en hoe dat onderwerp wordt ingevuld, is niet gemakkelijk te zeggen. Ook de school zelf kan dat niet precies aangeven. De school doet er zeker iets aan. Er is wel eens een project, en het komt soms aan de orde in een les (bijvoorbeeld bij biologie of maatschappijleer, of in een mentoruur, of groep 7 of 8) maar niet vaak. Wat daar behandeld wordt weten andere leraren en de directeur niet precies; dat ligt bij de betrokken leraar of wordt overgelaten aan het vak. De invulling van respectvol leren omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit hangt af van wat de leraar ervan maakt en hoe betrokken die zich voelt. Een plan of leerdoelen heeft de school eigenlijk niet. (pagina 7)
Volgens de Inspectie verschillen scholen in de grote stad niet van scholen in kleine gemeenten, grote scholen niet van kleine, en scholen met weinig leerlingen uit migrantengroepen niet van scholen met veel. Wel lijken vo-scholen in de grote stad of scholen met veel leerlingen uit achterstandsgroepen het thema lastiger te vinden: ze geven vaker dan andere scholen aan last te hebben van belemmeringen. Evenmin leidt de denominatie van de school tot grote verschillen.

nuanceverschillen in bijzondere en speciale scholen

Bij nadere beschouwing blijkt wel dat er kwantitatieve verschillen zijn tussen onderwijssectoren. Tot onze (EduDivers’) verbazing zegt de Inspectie dat in het basisonderwijs het meeste aandacht wordt geschonken aan seksuele diversiteit, wat minder in het middelbaar onderwijs en nog minder in het MBO. De kerndoelen gelden niet voor het MBO.
Ook blijkt dat scholen met een specifieke levensbeschouwelijke identiteit (“bijzondere scholen”) over meer uitgewerkte visies beschikken dan andere scholen. Bij de invulling van het onderwijs rond seksuele diversiteit leggen ze het accent vaker op het bevorderen van een respectvolle opstelling ten opzichte van seksuele verscheidenheid of het tegengaan van vooroordelen. In het “speciaal” onderwijs (voor moeilijk lerende leerlingen) ervaart men grotere en expliciete problemen rond seksualiteit en seksuele diversiteit. Daar heeft men de aandacht, vooral voor (heteroseksuele) weerbaarheid nog het best uitgewerkt, vaak zelfs tot op het individuele niveau van leerlingen. In het SO leven nog wel veel vragen over seksuele diversiteit.

titelbeschrijving en links

Inspectie van het Onderwijs, 2016: Omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit. De Meern/Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Inspectie van het Onderwijs
Commentaar van EduDivers: “Onderwijsinspectie durft kwaliteit onderwijs niet te beoordelen