downloads

evaluatie van een project rond integratie van seksuele diversiteit in het mbo

In opdracht van de projectgroep "Seksuele diversiteit in het MBO" onderzocht het ITS uit Nijmegen in hoeverre het traject van AanZ, EduDivers en COC Nederland impact had in de deelnemende opleidingen. In dit project bood Theater AanZ aan 9 opleidingen elk 6 gratis voorstellingen voor studenten "Geen Gezicht", EduDivers bood samen met AanZ een dag docententraining, een toolkit voor integratie en daarna drie begeleidende gesprekken om seksuele diversiteit te helpen inbedden, en COC Nederland stimuleerde en begeleide studenten om GSA's op te richten.
Het onderzoek bestond uit een voor- en nameting onder docenten en managers en uit een serie interviews met de leidinggevende en inhoudelijk betrokken docenten aan het eind van het project.

conclusies

Volgens het ITS lijken docenten seksuele diversiteit één van de moeilijkst bespreekbare maatschappelijke thema’s in de klas te vinden. Hoe goed dit gaat lijkt mede af te hangen van de leeftijd en ervaring van de docent en van kenmerken van de klas zoals het kennis- en opleidingsniveau, de verdeling jongens/meisjes en religieuze achtergrond.
Rolmodellen zijn zeer belangrijk. Homoseksuele, biseksuele of transgender docenten en studenten kunnen als rolmodel van grote invloed zijn op de beeldvorming van studenten en hun mening over seksuele diversiteit normaliseren.

draagvlak manager essentieel

Essentieel voor structurele en duurzame aandacht voor seksuele diversiteit in de opleiding is het draagvlak bij de manager (bijv. teamleider, sectormanager). Door hen wordt echter lang niet altijd prioriteit aan dit onderwerp gegeven. Ook het draagvlak bij docenten is belangrijk, evenals hun vaardigheden om moeilijke thema’s te bespreken in de les. Het draagvlak onder docenten is wisselend.

waardering voor het project

De deelname aan het project "Seksuele diversiteit in het mbo: een duurzame aanpak” wordt algemeen gewaardeerd en als positief ervaren. De meningen over de theatervoorstelling voor de studenten zijn zeer positief. Men is overtuigd van het grote effect van de voorstellingen op de studenten, meer dan bij opdrachten of lessen. De docententraining heeft bijgedragen aan het vergroten van de genoemde kennis en vaardigheden van de docenten en heeft geleid tot meer bewustwording van de relevantie van het thema seksuele diversiteit voor de (onderwijs)praktijk. Het belang van een GSA op school wordt in alle betrokken instellingen onderkend. Vaak was er echter geen zicht op het functioneren van de GSA, doordat de docenten niet betrokken waren bij de GSA of de GSA op een andere locatie was.

gebrek aan visie en beleid

Een instellingsbrede beleidsvisie op het gebied van seksuele diversiteit is niet bekend bij de door ons gesproken docenten en teamleiders. Binnen de opleidingen verschillen de vorm en mate van een gezamenlijke visie hierop sterk. Soms ontbreekt een visie volledig; bij deze opleidingen lijkt de aandacht voor seksuele diversiteit beperkt tot een les binnen burgerschap, afhankelijk van de docent. Aan het andere uiteinde bevinden zich opleidingen, die kunnen omgaan met (seksuele) diversiteit een essentieel onderdeel van de professionele beroepshouding van medewerkers in de welzijnsector beschouwen en daarom in hun curriculum ook in de beroepsgerichte vakken ruimte maken voor omgang met (seksuele) diversiteit.

concrete plannen voor integratie

Ongeveer de helft van de instellingen benoemt redelijk concrete plannen om seksuele diversiteit uitgebreider aan bod te laten komen in het onderwijsprogramma. De overige instellingen vinden dat het thema al voldoende is ingebed in de opleiding of geven blijk van weinig ambitie om concreet stappen te ondernemen om het thema (verder) in het onderwijs te integreren.
Ondanks dat het onderwerp niet overal even structureel aan bod lijkt te komen ziet men op de meeste door ons gesproken instellingen wel in dat het belangrijk is om het onderwerp regelmatig terug te laten komen. Pas dan zal het echt effect kunnen hebben zo is de verwachting. Maar de mate waarin hier ook echt op wordt gestuurd in het onderwijsprogramma is niet overal duidelijk door de vrijheid die docenten op sommige instellingen geboden wordt wat betreft dit onderwerp.

titelbeschrijving en link

Elfering, Sanne; Leest; Bianca; Rossen, Suzanne (2016). Heeft seksuele diversiteit in het mbo (g)een gezicht? De verankering van aandacht voor seksuele diversiteit in het mbo. Nijmegen: ITS/Radboud Universiteit

enige cijfers

Tabel 6.3 – Welke stappen zijn ondernomen sinds het volgen van de docententraining?
(Meerdere antwoorden mogelijk)

nameting
Er is binnen het team overleg geweest over de voorstelling Geen gezicht 37%
Er zijn geen stappen ondernomen 37%
Het thema seksuele diversiteit is nu of zal op een andere manier
bespreekbaar gemaakt worden op school 23%
Er is afgesproken dat de voorstelling Geen gezicht vaker zal worden opgevoerd 20%
Het thema seksuele diversiteit is of zal ingebed worden in loopbaanbegeleiding 17%
Het thema seksuele diversiteit zal vanaf nu (in verbeterde vorm) aan de
orde komen in burgerschap 13%
Er is afgesproken om voorlichting door COC vrijwilligers te laten geven 7%
Het thema seksuele diversiteit is of zal ingebed worden in stagebegeleiding 3%
Anders 10%
Totaal respondenten 30

Bron: vragenlijst docenten nameting

Tabel 6.1 – Welk effect denkt u dat het project heeft gehad bij de studenten ten aanzien van hun houding naar seksuele diversiteit?

voormeting & nameting
weinig effect* (0-4) 28% 22%
gemiddeld effect (5-7) 64% 53%
veel effect (8-10) 7% 24% (verdriedubbeling)
Totaal respondenten 193 58
* 1 is heel weinig effect en 10 is heel veel effect.