downloads

een kwestie van persoonlijkheid

Dit is een onderzoek naar de redenen waarom docenten zo weinig lesgeven over homoseksualiteit.
Het onderzoek werd in 2009 uitgevoerd door de Rutgers Nisso Groep in opdracht van Empowerment Lifestyle Services (nu EduDivers).

Download het complete rapport “Een kwestie van persoonlijkheid?”

doel en vragen

Het doel van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in bevorderende en belemmerende factoren om in het voortgezet onderwijs aandacht te besteden aan het thema homoseksualiteit, teneinde aanbevelingen te doen voor implementatiestrategieën.

De volgende onderzoeksvragen stonden centraal:

  1. Wat zijn redenen om wel of niet aandacht aan dit thema in het voortgezet onderwijs te besteden?
  2. In hoeverre is homoseksualiteit een relevant onderwerp voor het voortgezet onderwijs? Hoe kan het thema het beste ingebed worden?
  3. Als er aandacht aan wordt besteed: op welke manier gebeurt dat, met welke materialen en met welk doel? Wat zijn de ervaringen (positief en negatief) met dit thema?
  4. Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren om aandacht te besteden aan het thema homoseksualiteit?
  5. Welke ondersteuning is nodig om het thema homoseksualiteit goed vorm te geven in het voortgezet onderwijs?

beperking van het onderzoek

Een beperking van dit onderzoek is dat we nagenoeg uitsluitend hebben gesproken met docenten die, ongeacht de denominatie van de school, aandacht aan het thema homoseksualiteit besteden (16 van de 17 respondenten besteden er aandacht aan). Het onderzoek bereikte dus niet docenten die (nu nog) geen aandacht besteden aan homoseksualiteit in hun lessen. Dat deze er wel zijn blijkt uit ander -zij het enigszins gedateerd- onderzoek van Kersten & Sandfort (1994): uit hun onderzoek kwam naar voren dat iets meer dan 30% van de scholen in het voortgezet onderwijs geen aandacht besteedt aan het thema.

redenen om wel of niet aandacht te besteden

Doordat wij niet (nauwelijks) gesproken hebben met docenten die geen aandacht aan het thema homoseksualiteit besteden, hebben wij geen zicht op de redenen om hier geen aandacht aan te besteden.
Redenen om er wel aandacht aan te besteden hebben enerzijds te maken met de opvatting dat het hoort bij het takenpakket, in de zin dat het een onderwerp is dat bij het vak hoort of onderdeel is van seksuele en relationele vorming. Anderzijds spelen ook meer persoonlijke en maatschappelijke redenen mee, in de zin dat docenten vooroordelen en ontwetendheid over homoseksualiteit bij leerlingen willen wegnemen. De indruk bestaat dat de respondentengroep bestond uit docenten die het thema een warm hart toedragen, en controversiële onderwerpen niet uit de weg gaan.

plaats binnen voortgezet onderwijs en inbedding

De overheersende mening is dat het thema homoseksualiteit thuis hoort in het voortgezet onderwijs, en zeker ook in de vakken die men geeft (vooral biologie, verzorging en maatschappijleer). Binnen die context besteden docenten aandacht aan het thema. Uit onderzoek onder jongeren komt naar voren dat ook zij de school zien als hét platform om diversiteit bespreekbaar te maken (Inspectie van het Onderwijs, 2009a).
Op een aantal scholen wordt het thema ook nog door andere docenten of op een andere manier behandeld. Het lijkt er echter op dat de meeste docenten het op eigen inzicht en gevoel doen en dat er weinig communicatie en afstemming plaatsvindt binnen de school. Tegelijkertijd wordt het wel belangrijk gevonden dat het thema meer geïntegreerd wordt aangeboden, dat wil zeggen als lijn door vakken heen (dus ook in vakken als Omgangskunde, Burgerschapseducatie en bijvoorbeeld de disciminatiecode) en als integraal onderdeel van seksuele en relationele vorming.

doelen, ervaringen en effecten

Over het algemeen liggen de doelen vooral op het gebied van bewustwording, attitude en gedragsverandering en minder op het gebied van kennisoverdracht. Respect, tolerantie en het wegnemen van vooroordelen zijn hierbij belangrijke pijlers. Discussie is daarbij een veel gebruikte werkvorm. Daarnaast wordt ook wel gebruik gemaakt van persoonlijke verhalen, externe voorlichters en specifieke activiteiten. De keuze voor deze doelen maakt dat het thema te plaatsen valt in meerdere vakken, in zowel onderbouw als bovenbouw, en tevens vakoverstijgend is.
De meeste docenten geven aan dat het thema structureel aan bod komt. Het woord ‘structureel’ blijkt echter heel verschillend ingevuld te worden. In het onderzoek hebben wij veelal gesproken met docenten die het thema in de vingers lijken te hebben en zichzelf gebruiken als instrument om bewustwording en attitude- en gedragsverandering te bewerkstelligen. Het lijkt te gaan om docenten die beschikken over een aantal ‘persoonlijke’ competenties en een zogenoemde ‘open’ doceerstijl (vgl. Timmerman, 2009). Zij maken veelal eclectisch en creatief gebruik van bestaande materialen en methodieken, waarbij zij deze naar eigen inzicht aanpassen. Ook maken zij gebruik van eigen gemaakt materiaal. Dit komt ook naar voren in ander onderzoek naar het omgaan met moeilijk bespreekbare kwesties in de klas (Hendrix & Snijders, 2007).
Het lijkt er op dat niet alle bestaande materialen bekend zijn bij de docenten. Zo noemde bijvoorbeeld geen van de docenten het pakket ‘Vrienden Zonder Grenzen’. De ervaringen met het thema zijn over het algemeen positief. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat we te maken hebben met een groep docenten die het leuk vindt om met controversiële onderwerpen aan de slag te gaan. Docenten ervaren het vooral als positief als het thema meer bespreekbaar wordt en als er veranderingen optreden in de attituden en het gedag van de leerlingen. Zij signaleren ook positieve effecten. Er is echter zelden sprake van een evaluatie of een effectmeting.

bevorderende factoren

Bij de bevorderende factoren lijkt het vooral te gaan om factoren op het niveau van de docent en de situatie in de klas. Factoren op organisatie-, school- of beleidsiveau worden nauwelijks genoemd.

Docent. In de aandacht voor en het bespreken van het thema homoseksualiteit lijkt het vooral te gaan om de vaardigheden van de docent, de mate waarin deze zich competent voelt en is om het thema te bespreken. Naast puur didactische vaardigheden, gaat het dan om communicatieve vaardigheden en gesprekstechnieken. Zeker met in het achterhoofd de bevinding dat de belangrijkste doelen liggen op het gebied van attitudes en gedragsverandering. Verder lijkt het belangrijk dat de docent beschikt over gezag, in staat is om te fungeren als facilitator bij discussies, in staat is om een veilige sfeer te creëren en plezier heeft in het bespreken van controversiële onderwerpen.

Situatie in de klas. Uit de genoemde bevorderende factoren die betrekking hebben op de situatie in de klas, valt een aantal tips te distilleren:

  1. Bepaal het startpunt (gezien verschillen in culturele achtergrond, leeftijd en onderwijsniveau);
  2. Stel doelen niet te hoog
  3. Vergelijk de mening van leerlingen over homoseksualiteit met hun mening over andere relaties of andere vormen van discriminatie;
  4. Zorg voor herkenning; laat leerlingen eigen ervaringen vertellen;
  5. Geef ruimte aan het spuien van opvattingen en vooroordelen;
  6. Geef betrouwbare informatie;
  7. Werk in kleine groepen;
  8. Laat de leerlingen anoniem hun vragen stellen;
  9. Haak aan bij actualiteiten;
  10. Houd het licht, maak het niet te zwaar;
  11. Houd de les relatief kort;
  12. Maak gebruik van niet te ‘lijfelijk’ materiaal.

Organisatie- en schoolniveau. Integraal aanbieden van het thema (binnen seksuele en relationele vorming, binnen meerdere vakken, in de discriminatiecode) zou kunnen bijdragen aan het meer bespreekbaar maken van het thema.

belemmerende factoren

De belangrijkste belemmerende factoren hebben te maken met het omgaan met (met name als deze luidruchtig geuit worden en/of hardnekkig van aard
zijn), het herkennen en omgaan met sociaal wenselijke antwoorden, het bespreken van het seksuele aspect van het thema en aandacht voor het thema in een klas waarin homoseksuele leerlingen zitten. Verder speelt ook het aspect tijd een rol, alsmede de snelle verzadigng van leerlingen.

ondersteuningsbehoeften

In het bespreken van het thema homoseksualiteit lijkt het vooral te gaan om de vaardigheden van de docent en de mate waarin deze zich competent voelt.
Ondersteuning hierbij wordt vooral relevant gevonden voor aankomende docenten. Eenzelfde bevinding kwam naar voren in een onderzoek onder docenten met ervaring in het geven van seksuele en relationele vorming in het voortgezet onderwijs. De daarin geïnterviewde docenten gaven aan dat binnen de lerarenopleidingen meer aandacht besteed zou moeten worden aan de competenties die belangrijk zijn voor het geven van seksuele en relationele vorming (Van de Bongardt, Mouthaan & Bos, 2009).
Ondersteuning door middel van materialen, beleid, betrokkenheid van de directie en afstemming met collega’s, zijn wel belangrijk maar worden als secundair gezien. Ook dit zien we terug in ander onderzoek: docenten waarderen het als de schoolleiding zich ondersteunend opstelt, maar zien het omgaan met controversiële onderwerpen uiteindelijk als hun eigen verantwoordelijkheid (Hendrix & Snijders, 2007).

aanbevelingen

  1. In dit onderzoek hebben we bijna uitsluitend gesproken met docenten die zelf daadwerkelijk aandacht aan het thema besteden. Het onderzoek bereikte niet de docenten die (nu nog) geen aandacht besteden aan homoseksualiteit in hun lessen. Aanvullend onderzoek onder deze groep is gewenst, om inzicht te krijgen in de redenen waarom geen aandacht wordt besteed aan het thema.
  2. De laatste jaren wordt bij het ontwikkelen van lesmateriaal, lesprogramma’s of ondersteunend materiaal steeds meer het aspect van evidence based werken benadrukt. Dit kan haaks staan op het gegeven dat docenten eclectisch gebruik maken van het materiaal en dat zij naar eigen smaak ‘knippen en plakken’. Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij het ontwikkelen van nieuwe materialen en programma’s.
  3. Docenten signaleren persoonlijk wel effecten van het bespreken van het thema. Het gaat hierbij om een subjectief oordeel van de betrokken docenten zelf. Of er daadwerkelijk positief resultaat wordt behaald, zou nagegaan moeten worden via evaluatie- en effectonderzoek.
  4. De geïnterviewde docenten voelen zich, naar eigen zeggen, competent voor het behandelen van het thema. Training in lesgeven over homoseksualiteit en andere controversiële onderwerpen lijkt het meest nuttig voor aankomende en beginnende docenten. In dit kader valt het aan te bevelen om binnen de lerarenopleidingen aandacht te besteden aan bemodigde compenties voor het behandelen van dit thema. Gedacht kan worden aan basisinformatie over homoseksualiteit, stilstaan bij eigen normen en waarden, vaardigheden in het omgaan met controversiële onderwerpen en vaardigheden

in het begeleiden van discussies.

  1. Gezien het feit dat het integraal aanbieden van het thema (binnen seksuele en relationele vorming, binnen meerdere vakken, in de discriminatiecode) als bevorderende factor wordt gezien, valt te overwegen hiernaar te streven. Uit andere onderzoeken komt naar voren dat sommige scholen vinden dat homo-emancipatie geïntegreerd opgenomen moet worden in het veiligheidsbeleid van de school (Schoenmakers, 2004), of blijkt dat scholen er expliciet voor kiezen om seksuele diversiteit niet onder de aandacht te brengen als een geïsoleerd thema, los van andere sociale veiligheids- en weerbaarheidsthema’s (Inspectie van het Onderwijs, 2009b). Nader onderzocht zou moeten worden op welke manier en in welke context het thema het beste geïntegreerd

zou kunnen worden.

Download het complete rapport “Een kwestie van persoonlijkheid?”