downloads

coc zwartboek slechte voorlichting

2 juli 2016 - Volgens het COC Meldpunt Slecht Voorlichting klagen veel scholieren over het totaal ontbreken van voorlichting over LHBTI diversiteit. Daarnaast komen er klachten binnen over misleidende en stereotyperende voorlichting.

er zijn andere seksuele voorkeuren maar daar gaan we niet op in

Op 30 juni verscheen het "Zwartboek Slechte Voorlichting" van twee COC jongerenorganisaties. COC’s Youth Council en LHBTI-jongerenorganisatie Expreszo verzamelden sinds 2014 bijna 200 klachten van scholieren uit heel Nederland over voorlichting. Veruit de meeste (127) komen van leerlingen die geen of nauwelijks voorlichting kregen. Veel scholieren krijgen extreem summiere ‘voorlichting’. Een leerling uit Boxmeer: ‘Het enige wat werd besproken waren een paar regels in ons biologieboek waarin stond dat een homo iemand is die op hetzelfde geslacht valt.’ Een scholier uit Waalwijk kreeg te horen: ‘er zijn nog andere seksuele voorkeuren maar daar gaan we niet op in.’ Of: ‘Het bestaat. Oké, dat was het,’ zoals een scholier uit Wassenaar het samenvat.
Dit is dezelfde benadering die voorkwam in de eerste seksuele vorming in 1989. Toen stond in het leerlingenmateriaal helemaal niets, behalve dat AIDS geen homoziekte is. In de docentenhandleiding stond dat er ook nog homoseksualiteit was maar dat men daar nu niet op kon ingaan.

bi zijn is een fase, homo een verkeerde geaardheid

Vaak is de voorlichting ronduit slecht. ‘Zeer slechte voorlichting, zeer bekrompen denkbeelden en nul aandacht voor het begrip LHBT,’ zegt een leerling uit Rotterdam. Er is regelmatig geen of onjuiste voorlichting over transgenders en biseksualiteit. ‘Er is letterlijk gezegd dat bi zijn een fase is,’ schrijft een leerling uit Breda.
Er komen ook enkele zeer verontrustende signalen van scholieren op christelijke scholen. ‘Bij Godsdienst lag de nadruk op het vechten tegen de "verkeerde" geaardheid,’ schrijft een scholier uit Groningen. Een leerling uit Hardenberg vond de voorlichting ‘overkomen alsof (de docent) het homo zijn vergeleek met: een fout, een ziekte, een handicap. Tot slot zei (de docent) dat het slecht was voor de samenleving.’