downloads

als ze maar van me afblijven

Dit onderzoek werd in 2008 door de gemeente Amsterdam aanbesteed bij de Universiteit van Amsterdam om zicht te krijgen op de profielen van daders van anti-homoseksueel geweld.
Download het complete rapport

anti-homoseksueel geweld

De cijfers van het homo-netwerk van de politie Amsterdam-Amstelland maken duidelijk dat homoseksuelen met een duidelijke regelmaat slachtoffer zijn van geweld in Amsterdam: in 2007 zijn 201 zaken geregistreerd waarvan 67 gevallen van fysiek geweld, 17 van beroving en 38 van serieuze bedreiging. Het anti-homoseksuele geweld in Amsterdam is een ernstig en serieus probleem. De verdachten spreken zich meestal
ondubbelzinnig en agressief uit tegen uitingen van homoseksualiteit. Uitspraken over een stijging van het geweld of de ernst van het probleem in Amsterdam ten opzichte van andere plaatsen kunnen we moeilijk doen vanwege schaarse en onvergelijkbare cijfers. Wel zien we een stijging van het aantal politieregistraties van anti-homoseksueel geweld in Amsterdam tussen 2006 en 2008.

de daders

Verdachten van fysiek geweld zijn meestal jongens tussen de 17 en 25 jaar oud. De verdachten zijn even vaak van autochtoon-Nederlandse als van Marokkaanse afkomst (beide 36%). Aangezien van alle Amsterdamse jongeren tot en met 24 jaar 39% tot de eerste en 16% tot de tweede groep behoort, zijn Marokkanen oververtegenwoordigd als verdachten van de genoemde vorm van geweld.

de plaats en tijd

Het grootste deel (55%) van de fysieke geweldsincidenten vindt plaats buiten de bekende plekken voor homoseksuelen (het uitgaansleven en homo-ontmoetingsplaatsen), maar ook een aanzienlijk deel erbinnen (42%). De meeste incidenten in het homo-uitgaansleven gebeuren in en rond de Reguliersdwarsstraat. Het meeste geweld wordt gepleegd in het weekend. In de zomer is een duidelijke geweldspiek, vooral in augustus.

oorzaken van geweld

De hoofdoorzaak van de afkeer die de daders van anti-homoseksueel geweld voelen voor homoseksualiteit ligt in hun opvattingen en emoties over mannelijkheid en seksualiteit. Vier aspecten hiervan blijken met name ergernis, afkeuring en walging op te roepen:

  1. anale seks
  2. vrouwelijk gedrag
  3. de zichtbaarheid van homoseksualiteit
  4. de angst om door een homo versierd te worden

Opvallend is dat de jongens homoseksualiteit niet op alle fronten afwijzen. Sterker nog, in veel gevallen geven de daders aan helemaal geen hekel te hebben aan homo's; ze realiseren zich dat homoseksualiteit bij de samenleving hoort. Wel stellen ze strenge voorwaarden: homoseksuelen mogen de vier genoemde aspecten in hun gedrag niet tonen. De daders nemen de heersende homo-tolerante retoriek van de Nederlandse samenleving veelal over, maar schrikken niet terug voor allerlei vormen van geweld als homoseksualiteit dichterbij komt of als homo-mannen zich niet aan de door hen gestelde voorwaarden houden. Een opvallende bevinding is dat er weinig verschillen zijn tussen de manier waarop de verschillende groepen (scholieren, risicojongeren en daders) die wij onderzochten over homoseksualiteit denken. Zo blijkt bij veel middelbare scholieren de homo-tolerantie flinterdun te zijn: velen van hen geven weliswaar aan homoseksualiteit in algemene zin te accepteren, maar ze zijn stukken minder tolerant als we hen vragen over homoseksualiteit in hun nabijheid. Uitsluiting en discriminatie van jongeren met een (vermeende) homoseksuele voorkeur is aan de orde van de dag op Amsterdamse scholen.

potentiële dadergroep groot

De geringe verschillen tussen de groepen leiden tot de zorgwekkende conclusie dat de potentiële dadergroep erg groot is. Deze bevinding vindt steun in het feit dat veel daders van anti-homoseksueel geweld hun delict niet van tevoren planden. Van georganiseerd potenrammen is slechts op beperkte schaal sprake. De meeste incidenten ontstaan ter
plekke.

geweld bij aantasting waarden over gender en seks

De situatie loopt uit de hand op het moment dat de daders geconfronteerd worden met een situatie die conflicteert met hun opvattingen over gender en seksualiteit. Geweld ontstaat vooral wanneer jongens denken het seksuele object van homo-mannen te zijn bijvoorbeeld wanneer de laatsten vies kijken naar de eersten. Wij concluderen dat dit in bijna 40% van de onderzochte gevallen een aantoonbare trigger van het geweld is. De daders willen absoluut geen lustobject zijn, maar doordat ze een beeld hebben van homoseksuele mannen als hyperseksuele wezens, voelen ze wel constant deze dreiging. Deze jongens kunnen het idee niet verdragen dat ze in een rol worden gedrongen die zij als vrouwelijk en vernederend zien. Het is voor hen een vergaande en onverdraaglijke overschrijding van gendercodes.
We vonden verscheidene factoren die verklaren waarom sommigen wel overgaan tot anti-homoseksueel geweld en anderen niet. Daders plegen geweldsdelicten vaak in groepen en kunnen slecht weerstand bieden aan groepsdruk. Het afzetten tegen homoseksualiteit heeft in veel groepen een identiteitsfunctie: jongeren verwerven zo een stoere, mannelijke status. Zo voorkomen ze te worden gezien als homo, wat voor hen gelijk staat aan zwak en vrouwelijk.

context: straatcultuur van laag-opgeleiden

Daarnaast spelen sociaal-economische factoren een belangrijke rol. Daders zijn opvallend vaak laagopgeleid, werkloos en afkomstig uit probleemgezinnen. Het plegen van anti-homoseksueel geweld kan een effectieve manier zijn om respect en een mannelijke status te verkrijgen voor wie dat op legale wijze niet lukt.
Het geweld van daders is niet religieus geïnspireerd. De moslims onder hen hebben slechts een oppervlakkige kennis van de Koran en gaan zelden naar de moskee. De motieven van Marokkaanse daders zijn nagenoeg gelijk aan die van de autochtoon-Nederlandse. Opvattingen en emoties over seks en gender spelen een doorslaggevende rol, zij het dat Marokkaanse jongens niet vrouwelijk gedrag, maar anale seks en de zichtbaarheid van homoseksualiteit als meest verwerpelijke aspecten noemen. Hun oververtegenwoordiging is daarnaast vooral te verklaren door de straatcultuur waarin veel Marokkaanse jongens leven.

voedingsbodem intolerantie

Uit de enquêtes onder 517 scholieren komen de volgende resultaten:

  • 61% van de jongeren heeft geen en 25% een beetje les over homoseksualiteit gehad;
  • op 82% van de scholen wordt geen informatie op dit terrein verstrekt;
  • 72% van de scholieren kent geen medescholieren die homo of lesbisch zijn;
  • op scholen is gescheld op homos en lesbiennes schering en inslag;
  • de leiding voert meestal geen consequent beleid om dit tegen te gaan;
  • 21% van de jongens en 12% van de meisjes is zelf regelmatig slachtoffer van zulk verbaal geweld;
  • 28% van de scholieren rapporteert dat leraren grappen maken over homoseksualiteit.

Het blijkt wel dat scholieren in grote meerderheid homoseksualiteit in algemene zin te accepteren. De tolerantie neemt vooral bij de jongens echter snel af als we ze concretere stellingen voorleggen en vragen stellen over homoseksualiteit in hun nabijheid. Maar liefst 29% van de jongens geeft bij voorbaat aan geen vriendschap te willen sluiten met een homoseksuele medescholier, 39% wil geen huiswerk maken met een homo en meer dan de helft geeft aan geen kamer met een homo te willen delen op werkweek. Uitsluiting van jongeren met een (vermeende) homoseksuele voorkeur is aan de orde van de dag op Amsterdamse scholen.

traditionele en moderne homonegativiteit

De homotolerantie van veel Amsterdamse jongeren is een dunne schil. Het onderscheid tussen traditionele en moderne homonegativiteit helpt om de staat van de homotolerantie in Amsterdam verder te duiden. Traditionele homonegativiteit is gebaseerd op moralistische, vaak religieus geïnspireerde ideeën over homoseksualiteit. Het gaat hier dan om expliciete en vaak grove afwijzingen, zoals "Homo's moeten uit de maatschappij worden verwijderd" en "Homoseksualiteit is een zonde". Deze vorm van homonegativiteit komt steeds minder voor in de Nederlandse samenleving. Bij moderne homonegativiteit draait het vooral om uitingsvormen en zichtbaarheid van homoseksualiteit (Keuzenkamp et al. 2006: 25).
Van traditionele homonegativiteit is nauwelijks sprake: de meeste scholieren geven aan helemaal geen hekel te hebben aan homoseksuelen en vinden het goed dat de Nederlandse samenleving hen gelijke kansen biedt. Maar moderne homonegativiteit is levensgroot aanwezig. Jongeren geven aan grote bezwaren te hebben tegen bepaalde uitingsvormen van homoseksualiteit, wat leidt tot uitsluiting van (vermeend) homoseksuele scholieren. Ook is het gebruik van homo-gerelateerde scheldwoorden aan de orde van de dag op Amsterdamse scholen. Scholen nemen hier te weinig en te onduidelijk stelling tegen en legitimeren daarmee een heteronormatieve en homo-onvriendelijke cultuur. Amsterdamse scholen zijn onprettige en onveilige plekken voor jongeren met homoseksuele gevoelens of voor jongeren met gedrag dat niet conform genderstereotypen is.

interventies

Het is duidelijk dat er de laatste tijd veel aandacht is voor homo-tolerantie. Gesprekken in de moskee, dialogen over homoseksualiteit en religie, een minister die meedoet met een COC-les op een school en in de botenparade van de Gay Pride meevaart, zijn daar enkele voorbeelden van. Het zijn belangrijke gebaren, maar ze blijken de daders van antihomogeweld nauwelijks te raken. Heteronormen en genderdogmas zitten zo diep dat zulke initiatieven onvoldoende zijn om de voedingsbodem van het anti-homogeweld effectief te bestrijden.

Buijs, Laurens; Hekma, Gert; Duyvendak, Prof. Dr. Jan Willem
Als ze maar van me afblijven. Een onderzoek naar antihomoseksueel geweld in Amsterdam, Universiteit van Amsterdam/Amsterdam University Press, november 2008

'Als ze maar van me afblijven' over geweld tegen homo's in Amsterdam is verkrijgbaar in de boekhandel. ISBN: 978 90 8964 086 4. Het is ook via internet te bestellen ( € 22,50)