downloads

homo ok cool places

Bink, Mark (2002) "Homo O.K.? Leeronderzoek Cool Places; jeugdculturen in de stad", scriptie Universiteit van Amsterdam, faculteit sociologie (juni 2002)

samenvatting

Hoewel scholieren zichzelf erg tolerant vinden, schatten ze het schoolklimaat rond homoseksualiteit ronduit negatief in. Dat concludeert Mark Bink, student sociologie aan de Universiteit Amsterdam, die in het voorjaar van 2002 een leeronderzoek deed op het Oostvaarders College in Almere. Bink's conclusie is daarom dat de docenten als enigen de houdgreep van de negatieve groepsnorm op school rond homoseksualiteit kunnen doorbreken.

interviews naar aanleiding van poster

Bink maakte gebruik van de poster "Homo OK" van EduDivers, die hij voorafgaand aan het onderzoek in de school ophing. (Overigens is deze poster pas vanaf het najaar verkrijgbaar; in deze studie werden dummyversies gebruikt). Hij observeerde de reacties daarop en interviewde in de weken daarna 16 scholieren uit diverse leerjaren en van diverse schoolniveaus. Verder interviewde hij vier docenten. In alle interviews hanteerde hij een vast format: eerst vroeg hij naar de poster en vervolgens ging hij in op de persoonlijke mening van de leerlingen. Hij vroeg naar wat men zelf vindt van homoseksualiteit en ging er daarna wat dieper op in om na te gaan of er sprake was van schijntolerantie. Verder vroeg hij naar de meningen in de sociale omgeving: thuis en op school. Bij de docenten vroeg hij met name naar hun inschatting van hoe dit lag bij de leerlingen.

individuele acceptatie

Op één leerling na vonden alle scholieren zichzelf volledig accepterend ten opzichte van homo's. Ook controlevragen over schijntolerantie beantwoordden zij consistent positief. Zo zouden zij er geen probleem mee hebben naast een homoleerling te zitten in de klas, zouden zij ook wel met een homovriend in een tent op vakantie gaan en zouden zij als hun beste vriend als homo of lesbo zou worden gepest, het voor hem of haar opnemen. Bink denkt daarom dat leerlingen op individueel niveau vaak toleranter zijn dan we misschien denken.

Op collectief niveau ligt dat echter anders. Alle leerlingen schatten de sfeer op school zeer wisselend en vaak onveilig in. Zij denken dat hun medeleerlingen negatief denken over homoseksualiteit. Dat merken ze vooral door de grapjes over homoseksualiteit. Weliswaar zijn die niet ernstig discriminerend bedoeld, maar ze ridiculiseren homoseksualiteit wel. Want hoewel ze zeggen positief tegenover homo's te staan, is het ergste wat ze zou kunnen overkomen dat ze zelf als homo worden aangezien. Ze verwachten dan ze dat uit de groep gezet zouden worden. De grapjes en het ridiculiseren dienen dan ook vooral om te laten merken dat men zelf geen homo is.

gesloten sfeer

De docenten merken wel dat de groepsdruk sterk is en negatieve gevolgen heeft voor de tolerantie rond homoseksualiteit. Hoe dat werkt, is hen echter niet zo duidelijk. Ook hebben ze geen idee hoe dit bij individuele tieners ligt, ze schatten het negatiever in dan het misschien is. De docenten zien het niet echt als hun taak hier iets aan te doen, hoewel sommige docenten waar sociale omgang of seksualiteit een expliciet onderdeel is van het vak dat zij geven, zich tijdens het interview afvroegen of ze het niet meer hadden kunnen bespreken. Zowel scholieren als docenten gaven aan dat zij eigenlijk nauwelijks spreken over homoseksualiteit. Dit verklaart voor een deel waarom zij van elkaar niet goed inschatten hoe zij erover denken.

docenten moeten groepsnorm doorbreken

Toen Bink vroeg naar hoe men de situatie voor homoleerlingen zou kunnen verbeteren, gaven zowel scholieren als docenten in eerste instantie aan dat docenten het op school meer kunnen bespreken. In de praktijk gebeurt dat echter niet. Bink vindt het wel verklaarbaar dat tieners het niet zelf ter sprake brengen. Zij hebben te maken met groepsdruk en ervaren een dilemma: als zij zelf als eerste een positieve mening laten horen, verwachten zij geen steun van de school of van hun medeleerlingen. Dan wordt het risico om voor je positieve mening uit te komen te groot.

Die risicoafweging zou echter kunnen veranderen als de school zelf ook iets zou doen, met name in de vorm van het bespreekbaar maken, door te laten merken dat een positieve mening over homoseksualiteit breed gedeeld wordt en door ridiculiserend gedrag af te keuren. Bink's conclusie is daarom dat de docenten als enigen de houdgreep van de negatieve groepsnorm op school rond homoseksualiteit kunnen doorbreken.